Hebben Zuid-Amerikaanse landen echt een voordeel op een heet WK?

Voetballen onder extreme temperaturen, daar wordt veel over gesproken richting het aankomende wereldkampioenschap. En of Zuid-Amerikaanse landen hierbij een voordeel hebben ten opzichte van andere deelnemers. Voetbalflitsen duikt er dieper op in!

(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Hebben Zuid-Amerikaanse landen echt een voordeel op een heet WK?

De theorie klinkt logisch

Nu hitte een van de grote gespreksonderwerpen rond het WK is geworden, duikt ook een andere vraag steeds vaker op: profiteren Zuid-Amerikaanse landen van die omstandigheden?

Op het eerste gezicht klinkt het logisch. Landen als Brazilië, Argentinië, Colombia en Uruguay spelen regelmatig onder warme omstandigheden. Europese landen zouden daar minder aan gewend zijn. Als wedstrijden worden afgewerkt bij hoge temperaturen en luchtvochtigheid, lijkt dat automatisch een voordeel voor ploegen uit Zuid-Amerika. Maar de werkelijkheid blijkt ingewikkelder.

De discussie over hitte gaat inmiddels zelfs verder dan prestaties. Wetenschappers, klimaatexperts en spelersvakbond FIFPRO waarschuwen al maanden voor de mogelijke gevolgen van extreme temperaturen tijdens het WK in de Verenigde Staten, Mexico en Canada. Volgens verschillende analyses kan een aanzienlijk deel van de wedstrijden worden gespeeld onder omstandigheden die een verhoogd risico vormen voor spelers en supporters. 

Niet elk Zuid-Amerikaans land speelt onder dezelfde omstandigheden

Een van de problemen met de theorie is dat "Zuid-Amerikaanse teams" vaak als één categorie worden behandeld. Dat klopt in de praktijk niet.

Argentinië kent grote gebieden met een gematigd klimaat. Uruguay speelt een groot deel van het jaar onder omstandigheden die dichter bij Zuid-Europa liggen dan bij tropische hitte. Zelfs binnen Brazilië bestaan enorme verschillen tussen regio's.

Het idee dat alle Zuid-Amerikaanse spelers automatisch beter bestand zijn tegen extreme warmte is daarom lastig vol te houden.

Bovendien spelen veel internationals inmiddels het grootste deel van hun carrière in Europa. Een groot deel van de selecties van Brazilië en Argentinië komt uit competities in Engeland, Spanje, Italië, Duitsland of Frankrijk. De vraag is dus niet alleen waar een speler vandaan komt, maar ook waar hij wekelijks traint en wedstrijden speelt.

Hitte bevoordeelt niet altijd dezelfde speelstijl

Interessanter is misschien de invloed op speelstijlen. Extreme warmte maakt het moeilijker om langdurig hoge intensiteit te leveren. Pressing, veel sprintacties en constant jagen kosten simpelweg meer energie wanneer temperaturen oplopen en de luchtvochtigheid hoog is. Dat betekent niet automatisch dat Zuid-Amerikaanse landen voordeel hebben. Wel kan het bepaalde wedstrijdtypes beïnvloeden.

Teams die comfortabel zijn in een lager tempo, die minder afhankelijk zijn van voortdurende hoge druk en die wedstrijden tactisch kunnen vertragen, zouden beter met dergelijke omstandigheden kunnen omgaan. Maar ook dat verschilt per ploeg. Het huidige Argentinië speelt anders dan Brazilië. Uruguay speelt anders dan Colombia. Een geografische indeling vertelt daardoor minder dan vaak wordt gedacht.

Het WK van 2026 heeft geen uniform klimaat

Daar komt nog iets bij. Het WK wordt gespeeld verspreid over drie landen en zestien speelsteden. Dat levert enorme verschillen op in omstandigheden. Onderzoekers wijzen erop dat steden als Miami, Houston, Monterrey en Guadalajara tot de locaties behoren waar hitte een serieuze factor kan worden, terwijl andere speelsteden aanzienlijk mildere omstandigheden kennen. 

Daardoor bestaat er eigenlijk geen sprake van één WK-klimaat. Een ploeg kan in de groepsfase relatief aangename omstandigheden treffen en later een wedstrijd spelen waarin temperatuur en luchtvochtigheid plotseling een veel grotere rol spelen. Dat maakt het lastig om vooraf één groep landen als duidelijke winnaar van de omstandigheden aan te wijzen.

Acclimatisatie wordt waarschijnlijk belangrijker dan afkomst

Steeds meer experts wijzen daarom op acclimatisatie als bepalende factor. Niet de nationaliteit van spelers, maar de voorbereiding op specifieke omstandigheden lijkt doorslaggevend te kunnen worden. Hoe snel herstelt een ploeg? Hoe wordt getraind tussen wedstrijden? Hoe worden reistijden en belasting gemanaged?

Dat zijn vragen die waarschijnlijk relevanter zijn dan de simpele tegenstelling tussen Europa en Zuid-Amerika. Organisatoren bereiden zich ondertussen nadrukkelijk voor op hitteproblemen. Er wordt gesproken over extra hydratatiemaatregelen, koelingsvoorzieningen en aanpassingen rond wedstrijden in warme speelsteden. De zorgen zijn dus niet theoretisch, maar onderdeel van de organisatie van het toernooi zelf.

Het voordeel bestaat mogelijk, maar niet zoals vaak wordt gedacht

Dat Zuid-Amerikaanse landen automatisch een streepje voor hebben, is vooralsnog moeilijk hard te maken. Wat waarschijnlijker lijkt, is dat teams die zich het beste aanpassen aan de omstandigheden voordeel behalen. Dat kan een Zuid-Amerikaanse ploeg zijn. Maar net zo goed een Europese selectie die haar belasting, herstel en wedstrijdmanagement optimaal organiseert.

De hitte lijkt daardoor minder een voordeel voor een continent en meer een nieuwe variabele in een toernooi dat toch al bekendstaat om zijn onvoorspelbaarheid. Misschien is dat wel de belangrijkste conclusie. De extreme temperaturen kunnen het WK beïnvloeden. Ze kunnen speelstijlen veranderen, wedstrijdritmes vertragen en fysieke verschillen blootleggen.

Maar tussen "warmer klimaat" en "automatisch voordeel" ligt nog altijd een behoorlijk grote stap.

Van Götze tot Sterling: statementtransfers in Nederland
Hoe Ajax via Rayane Bounida toch waarde creëert
Grootste cultheleden in de geschiedenis van Feyenoord
Huiberts’ erfenis in cijfers bij AZ: 18 toptransfers