WK 2026 kleurt nu al rood: vorige twee toernooien al overtroffen
Inhoudsopgave
Scheidsrechters houden de kaarten dit WK bepaald niet op zak. In de groepsfase van het WK 2026 zijn inmiddels al zes rode kaarten gevallen. Daarmee is het aantal van de laatste twee volledige wereldkampioenschappen nu al overtroffen.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Bij de wedstrijd tussen Qatar en Canada vielen er twee rode kaarten. Het laatste rode moment voor dat duel van Qatar viel bij Bosnië-Herzegovina tegen Zwitserland. De Bosniërs hielden lang stand tegen het dominantere Zwitserland, maar na de openingstreffer van invaller Johan Manzambi ging het snel mis. Tarik Muharemovic haalde in de tachtigste minuut een doorgebroken speler neer en kon vertrekken. Bosnië-Herzegovina verloor uiteindelijk met 4-1 in Los Angeles.
Daarmee kwam de teller op zes rode kaarten dit toernooi. Op het WK van 2022 in Qatar vielen er in totaal vier. In Rusland 2018 bleef de teller eveneens op vier staan. Dit WK is dus nog maar net onderweg, maar heeft op dat vlak nu al meer opgeleverd dan de vorige twee edities.
Openingswedstrijd zette meteen de toon
De toon werd eigenlijk al gezet in de openingswedstrijd tussen Mexico en Zuid-Afrika. Scheidsrechter Wilton Pereira Sampaio stuurde daarin liefst drie spelers van het veld. Aan Zuid-Afrikaanse kant kregen Sphephelo Sithole en Themba Zwane rood, terwijl ook Mexico-aanvoerder César Montes kon inrukken.
Dat had direct gevolgen voor de tweede speelronde. Sithole en Zwane ontbraken vrijdagavond bij Zuid-Afrika tegen Tsjechië, terwijl Montes het duel van Mexico met Zuid-Korea vanaf de tribune moest bekijken.
Ook Qatar kreeg in de nacht van donderdag op vrijdag hard met de kaarten te maken. Homam El Amin en Assim Madibo kregen allebei direct rood, waardoor het gastland van 2022 tegen Canada met negen man eindigde. Canada profiteerde optimaal en won met 6-0.
Qatar 2022 was veel rustiger
Het verschil met het vorige WK is groot. In Qatar vielen in de groepsfase slechts twee rode kaarten. Wales-doelman Wayne Hennessey kreeg rood tegen Iran, waarna Vincent Aboubakar in Kameroen-Brazilië de tweede groepsfase-rode kaart pakte.
De andere twee rode kaarten van dat toernooi vielen pas in de kwartfinale. Denzel Dumfries werd bij Oranje van het veld gestuurd tegen Argentinië, terwijl Walid Cheddira rood kreeg namens Marokko tegen Portugal.
Nu is dat totaal dus al vroeg in de groepsfase voorbij. Dat maakt het WK 2026 voorlopig opvallend streng, of in elk geval opvallend onrustig.
Record van 2006 nog ver weg
Toch is het absolute WK-record nog lang niet in zicht. Dat staat op naam van het WK 2006 in Duitsland, waar liefst 28 rode kaarten werden uitgedeeld. Het bekendste voorbeeld blijft natuurlijk de rode kaart voor Zinedine Zidane in de finale tegen Italië, na zijn kopstoot tegen Marco Materazzi.
Ook Nederland en Portugal leverden dat jaar een flinke bijdrage. In de beruchte achtste finale, later bekend als de Slag van Neurenberg, vielen vier rode kaarten: twee voor Oranje en twee voor Portugal.
Na 2006 volgen het WK 1998 in Frankrijk met 22 rode kaarten en de toernooien van 2002 en 2010 met allebei zeventien rode prenten. Het huidige WK is dus nog ver verwijderd van het record, maar de start is opvallend.
Als dit tempo aanhoudt, kan het toernooi in de buurt komen van de hoogste aantallen uit de WK-historie. Voorlopig is vooral duidelijk dat spelers weinig marge krijgen.



