Waarom Nederlandse clubs al jaren wachten op een nieuwe Europese prijs

Het moment staat bij veel supporters nog scherp op het netvlies. In mei 2002 won Feyenoord in De Kuip de finale van de UEFA Cup Final 2002 tegen Borussia Dortmund. Het leverde Nederland zijn laatste Europese clubprijs op. Sindsdien zijn er wel momenten geweest waarop het even leek alsof een nieuwe triomf dichtbij kwam. Halve finales, soms zelfs een finale. Maar een Nederlandse club die een Europese beker omhooghoudt, dat is inmiddels meer dan twintig jaar geleden. Voetbalflitsen geeft toelichting.

(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Waarom Nederlandse clubs al jaren wachten op een nieuwe Europese prijs

Een ander Europees landschap

Sinds begin deze eeuw is het Europese clubvoetbal sterk veranderd. De verschillen tussen competities zijn groter geworden, vooral financieel. Topclubs uit landen als Engeland, Spanje en Duitsland beschikken over budgetten die voor Nederlandse clubs moeilijk te evenaren zijn. Dat heeft te maken met tv-inkomsten, commerciële deals en internationale aantrekkingskracht. Clubs uit de Eredivisie werken vaak met een ander model. Talent opleiden, spelers ontwikkelen en vervolgens verkopen.

Dat model levert regelmatig sterke teams op, maar het betekent ook dat succesvolle selecties zelden lang intact blijven. Een ploeg die in Europa indruk maakt, raakt vaak binnen één of twee seizoenen een aantal belangrijke spelers kwijt.

Het laatste stapje blijkt het moeilijkst

Toch betekent dat niet dat Nederlandse clubs geen rol meer spelen in Europa, integendeel. De afgelopen jaren bereikten verschillende teams nog ver in Europese toernooien. Zo haalde Ajax in 2019 de halve finale van de UEFA Champions League. Het elftal speelde aantrekkelijk voetbal en schakelde grote namen uit.

Maar juist dat laatste stapje — de finale winnen — blijkt lastig.

In knock-outtoernooien kan één moment alles veranderen. Een blessure, een individuele fout of simpelweg een tegenstander met meer ervaring op het hoogste niveau. Het verschil tussen een mooie Europese campagne en een prijs kan soms verrassend klein zijn.

(Tekst gaat verder na de video)

Europese toernooien zijn ook veranderd

Daar komt nog iets bij. Het Europese clubvoetbal zelf is uitgebreid. Met de komst van de UEFA Europa Conference League zijn er meer toernooien en meer deelnemers. Dat biedt kansen voor clubs uit kleinere competities om ver te komen. Tegelijk blijft het winnen van een toernooi ingewikkeld. De finales worden vaak beslist door ploegen met brede selecties en internationale ervaring. Nederlandse clubs hebben soms de kwaliteit om zo’n route te halen, maar niet altijd de diepte in de selectie om het hele traject te domineren.

Het Nederlandse model

Het Nederlandse voetbal kiest al jaren bewust voor een bepaalde aanpak. Clubs investeren relatief veel in jeugdopleidingen en scouting. Dat model heeft voordelen. Talent krijgt kansen en spelers ontwikkelen zich snel. Daardoor blijven clubs competitief, ondanks kleinere budgetten.

Maar het model heeft ook een keerzijde.

Wanneer een speler doorbreekt, staat hij vaak al snel op de radar van grotere competities. Transfers horen daardoor bij het systeem. Dat maakt het moeilijk om meerdere jaren achter elkaar met dezelfde kern te spelen — iets wat in Europa vaak juist helpt.

Hoop blijft altijd terugkomen

Toch betekent dat niet dat een nieuwe Europese prijs onhaalbaar is. In voetbal verandert de balans soms sneller dan verwacht. Een goed seizoen, een talentvolle generatie en een beetje geluk in de loting kunnen veel doen. Nederlandse clubs laten regelmatig zien dat ze in staat zijn grote tegenstanders te verrassen. Soms zelfs meerdere keren in één campagne.

Alleen… een toernooi winnen vraagt vaak nét iets meer.

En dat is precies waar het Nederlandse clubvoetbal al ruim twee decennia op wacht.

Van Götze tot Sterling: statementtransfers in Nederland
Hoe Ajax via Rayane Bounida toch waarde creëert
Grootste cultheleden in de geschiedenis van Feyenoord
Huiberts’ erfenis in cijfers bij AZ: 18 toptransfers