Dick Schreuder krijgt zijn bekroning, maar bij NEC begint de échte test nu pas
Inhoudsopgave
Dick Schreuder heeft de Rinus Michels Award gewonnen. De trainer van NEC is door zijn collega-trainers verkozen tot beste oefenmeester van het Eredivisie-seizoen 2025/2026 en blijft daarmee Peter Bosz en Anthony Correia voor.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Prachtige tijden in Nijmegen
Een bijzondere bekroning, want waar Bosz met PSV opnieuw kampioen werd en op jacht was naar zijn derde award op rij, koos het trainersgilde voor het verhaal van Nijmegen. Voor de trainer die NEC naar een historisch seizoen, een derde plaats en de voorrondes van de Champions League leidde. Het is een prijs die past bij de stormachtige opmars van NEC. De club uit Nijmegen beleefde een seizoen dat de verhoudingen in de Eredivisie op zijn kop zette. Nooit eerder eindigde NEC zo hoog op het hoogste niveau. Nooit eerder pakte de club zoveel punten in één Eredivisieseizoen. En nooit eerder stond De Goffert zo dicht bij het hoofdtoernooi van de Champions League.
Toch komt de prijs ook op een interessant moment. Want terwijl Schreuder wordt geëerd voor wat hij vorig seizoen heeft neergezet, stapelen de vragen voor het nieuwe seizoen zich razendsnel op. De hoofdrolspeler van het NEC-succes heeft zijn award binnen, maar de omstandigheden waaronder hij dat succes moet proberen te herhalen, zijn alweer compleet veranderd.
Schreuder troeft kampioen Bosz af
Dat Schreuder de Rinus Michels Award wint, zegt veel over de waardering voor zijn werk in Nijmegen. Peter Bosz had met PSV opnieuw een ijzersterk seizoen. De Eindhovenaren werden voor de derde keer op rij landskampioen en deden dat met grote overmacht. Voor Bosz had het zijn derde Rinus Michels Award op rij kunnen worden, na zijn eerdere uitverkiezingen in 2024 en 2025.
Toch bleef die hattrick uit. De trainers in het betaald voetbal kozen dit keer niet voor de kampioenenmaker, maar voor de man die met NEC boven zichzelf uitsteeg. Ook Anthony Correia, die met promovendus Telstar knap handhaving afdwong en daarmee een overstap naar FC Utrecht verdiende, moest Schreuder voor zich dulden.
Daarmee schaart Schreuder zich in een rijtje met recente winnaars als Bosz, Arne Slot en Erik ten Hag. Maar zijn prijs heeft een eigen lading. Waar PSV kampioen móést worden, hoefde NEC niet derde te worden. Waar Bosz werkte met de beste selectie van Nederland, bouwde Schreuder in Nijmegen aan een ploeg die sportief, tactisch en mentaal boven de verwachtingen uitgroeide.
Van stuntploeg naar Champions League-kandidaat
Toen Schreuder vorig jaar aan zijn avontuur in Nijmegen begon, was NEC ambitieus, maar niet vanzelfsprekend een kandidaat voor de topdrie. De club had de jaren daarvoor al stappen gezet, maar onder Schreuder kreeg die ontwikkeling een nieuwe versnelling.
Vooral het spel in De Goffert viel op. NEC speelde herkenbaar, energiek en met lef. De ploeg durfde vooruit te verdedigen, zocht voetballende oplossingen en ontwikkelde zich tot een van de meest aantrekkelijke teams van de Eredivisie. Wat begon als een frisse wind, groeide uit tot een structureel succesverhaal.
De derde plaats was uiteindelijk geen toevalstreffer, maar het resultaat van een elftal dat onder Schreuder wist wat het wilde. NEC eindigde boven clubs met grotere begrotingen, grotere stadions en grotere namen. De beloning is enorm: deelname aan de derde voorronde van de Champions League. Voor een club als NEC is dat niet alleen sportief historisch, maar ook financieel en symbolisch een reuzenstap.
De route richting het hoofdtoernooi is zwaar. NEC stroomt in de derde voorronde in en kan daarin stuiten op tegenstanders als Olympique Lyon, FK Bodø/Glimt, Olympiakos Piraeus of de winnaar van Fenerbahçe tegen Górnik Zabrze. Winst betekent een plek in de play-offs van de Champions League. Verlies levert alsnog deelname aan de competitiefase van de Europa League op. Alleen al dat gegeven laat zien hoe ver NEC is gekomen. De club is verzekerd van Europees voetbal, maar droomt inmiddels hardop van meer.
De paradox van succes
Precies daar begint de andere kant van het verhaal. Succes maakt zichtbaar, en zichtbaar worden betekent in het voetbal meestal: leeggekocht worden. NEC merkt dat deze zomer aan alles.
Basar Önal is op weg naar Lille. De Franse club, die zelf ook Champions League speelt, nadert een akkoord met NEC over een transfer van de 22-jarige aanvaller. De Nijmegenaren ontvangen naar verluidt minstens tien miljoen euro. Voor Önal is het een topstap, voor NEC opnieuw een financiële klapper, maar sportief raakt de club weer een speler kwijt die vorig seizoen belangrijk was in het systeem van Schreuder.
Ook Kodai Sano houdt NEC bezig. Hoffenheim bood eerder een bedrag dat kon oplopen tot twintig miljoen euro, maar de Duitse club richt zich inmiddels ook op Nathan De Cat van Anderlecht. Daardoor staat de deal met Sano op losse schroeven. Schreuder zei daar zelf al over dat het langer lijkt te gaan duren. Als Hoffenheim daadwerkelijk voor De Cat gaat, acht hij de kans klein dat ook Sano nog wordt gehaald.
Het tekent de onrust rond de selectie. Sano bleef buiten de oefenwedstrijden, omdat er transferperikelen spelen. Önal is op weg naar Frankrijk. Sami Ouaissa staat in de belangstelling. Koki Ogawa kan na het WK zomaar een stap maken. Achterin is Ahmetcan Kaplan, vorig seizoen gehuurd van Ajax, nog altijd geen NEC-speler. Ajax wil hem verkopen, Trabzonspor heeft zich gemeld, terwijl NEC hem graag terug zou halen maar tegen de vraagprijs aanloopt.
Daar komt bij dat spelers als Virgil Misidjan, Jetro Willems, Eli Dasa, Youssef El Kachati en Kaplan al zijn vertrokken of voorlopig ontbreken. Voor een club die over enkele weken Champions League-voorrondes speelt, is dat een kwetsbare uitgangspositie.
Schreuder slaat zelf al alarm
Dat Schreuder niet alleen met prijzen bezig is, bleek na het verloren oefenduel met MSV Duisburg. De NEC-trainer gaf openlijk toe dat zijn ploeg qua speelwijze achterstand oploopt. Niet fysiek, wel tactisch. En juist dat is voor een trainer als Schreuder essentieel.
“Voor de fitheid en alles is vandaag goed geweest, maar voor de speelstijl is dat lastiger”, zei hij na afloop. Door afwezigen en verschuivingen op meerdere posities kan NEC nog niet bouwen aan de automatismen die vorig seizoen zo belangrijk waren.
Noé Lebreton moest bijvoorbeeld op links spelen, terwijl Schreuder hem liever op een andere plek ziet. Zulke noodgrepen zijn in de voorbereiding soms onvermijdelijk, maar met de derde voorronde van de Champions League en de start van de Eredivisie in aantocht is tijd het grootste probleem. NEC moet niet alleen fit worden, maar ook als ploeg opnieuw gaan kloppen.
Vooral de achterhoede baart zorgen. Schreuder was daar duidelijk over: “Dat zie je nu aan de achterhoede: dat is heel erg bepalend. Je hebt een goede bezetting nodig en daar zijn we hard voor aan het werk, maar tot dusver is het nog niet gelukt.” Dat is misschien wel de scherpste constatering van deze zomer. NEC heeft een trainer van het jaar, maar nog niet de selectie waarmee die trainer zijn ideeën volledig kan inslijpen.
NEC cashte miljoenen, maar moet nu ook durven investeren
De situatie is extra interessant omdat NEC financieel juist enorme stappen zet. De club heeft de afgelopen jaren bewezen spelers te kunnen ontwikkelen en voor grote bedragen te verkopen. Waar het uitgaande transferrecord ooit jarenlang op naam stond van Jasper Cillessen, is de lat inmiddels flink verlegd.
Robin Roefs vertrok voor 10,5 miljoen euro naar Sunderland. Kento Shiogai leverde tien miljoen op bij VfL Wolfsburg. Magnus Mattsson ging voor vijf miljoen naar FC Kopenhagen. Sontje Hansen, Calvin Verdonk, Ibrahim Cissoko en Youssef El Kachati brachten eveneens miljoenen binnen. Daar komt Önal waarschijnlijk nog bovenop, terwijl Sano zelfs richting een recordbedrag kan gaan als zijn transfer alsnog rondkomt.
NEC heeft dus kapitaal gecreëerd. Maar de keerzijde is dat de club op de inkomende markt niet meer als kleine speler wordt behandeld. Clubs weten dat NEC geld heeft. Een club die in korte tijd tientallen miljoenen aan transferinkomsten ontvangt, krijgt minder snel koopjes aangeboden. Daarom staat technisch directeur Carlos Aalbers voor een cruciale zomer. NEC wil delen van de opbrengsten reserveren voor de verbouwing van het Goffertstadion, maar sportief ligt er een unieke kans. Europees voetbal is gegarandeerd, de Champions League-route ligt open en de club heeft een trainer die bewezen heeft meer uit zijn selectie te halen dan verwacht.
Dan hoort investeren erbij. Perr Schuurs, Kaj Sierhuis en Tobias Storm zijn al binnen, maar NEC heeft meer nodig om Europa-proof te worden. Een vervanger voor Kaplan, extra opties op de vleugels, mogelijk een opvolger voor Sano, een extra spits en concurrentie onder de lat na het vertrek van Jasper Cillessen: de lijst is lang.
De award als compliment én waarschuwing
De Rinus Michels Award is voor Schreuder een prachtige bekroning, maar tegelijkertijd vergroot de prijs de verwachtingen. NEC is niet langer alleen het sympathieke stuntverhaal. De club is nu een Europese deelnemer, een miljoenenclub in wording en een ploeg waar tegenstanders anders naar kijken. Dat maakt de opdracht voor Schreuder zwaarder. Vorig seizoen kon NEC verrassen. Komend seizoen moet het bevestigen. Vorig seizoen kon de ploeg groeien in de luwte. Nu speelt de club vanaf augustus al wedstrijden waarin direct miljoenen en prestige op het spel staan.
Daarbij is de timing meedogenloos. Op 20 juli volgt de loting voor de derde voorronde van de Champions League. Op 4 of 5 augustus wacht de eerste Europese wedstrijd. Een week later volgt de return. Daarna kan de play-offronde volgen, met duels op 18/19 en 25/26 augustus. Ondertussen begint ook de Eredivisie, met Telstar als vroege tegenstander. Schreuder moet dus bouwen terwijl de trein al rijdt. Dat is misschien wel de grootste test voor een trainer die net tot beste van Nederland is verkozen.
Is dit het begin van iets groots, of blijft het bij één magisch jaar?
Dat is de vraag die boven Nijmegen hangt. Was het seizoen 2025/2026 een unieke uitschieter, een perfecte samenkomst van talent, vorm en momentum? Of is het de start van een nieuwe status voor NEC?
De club heeft in elk geval de bouwstenen. Een technisch directeur die transferwaarde creëert. Een selectie met spelers die zich razendsnel ontwikkelen. Een stadion dat op termijn moet meegroeien. Een Europese campagne die geld en aantrekkingskracht oplevert. En vooral: een trainer die zijn ideeën overtuigend heeft overgebracht.
Maar juist nu wordt duidelijk hoe dun de lijn is tussen doorgroeien en terugvallen. Als Önal vertrekt, Sano alsnog gaat, Kaplan niet terugkomt en Ogawa of Ouaissa ook nog verdwijnt, moet NEC in korte tijd een halve as vernieuwen. Dat vraagt niet alleen geld, maar ook precisie. Eén verkeerde transferzomer kan het momentum vertragen.
Voor Schreuder is de Rinus Michels Award daarom meer dan een persoonlijke prijs. Het is de erkenning van een uitzonderlijk seizoen, maar ook het startschot van een veel moeilijkere fase. De trainer van het jaar heeft bewezen dat hij NEC naar historische hoogte kan brengen. Nu moet hij laten zien of hij de club daar ook kan houden. In Nijmegen mogen ze trots zijn. Schreuder heeft Bosz en Correia afgetroefd, NEC naar de Champions League-voorronde gebracht en een prijs gewonnen die de wederopstanding van de club onderstreept. Maar de voetbalwereld kijkt alweer vooruit. De award staat in de kast. De vraag ligt op tafel: kan Dick Schreuder dit kunststuk nog een keer flikken?



