Waar ligt de grens bij politieoptreden rond voetbal?
Inhoudsopgave
De beelden die na afloop van de wedstrijd tussen FC Utrecht en Feyenoord opdoken, riepen vrijwel direct verontwaardiging op. Op sociale media en in tv-fragmenten is te zien hoe Feyenoord-supporters bij de bussen worden geconfronteerd met hard optreden van de Mobiele Eenheid, waaronder het gebruik van wapenstokken en pepperspray. De vraag die sindsdien boven de discussie hangt, is niet alleen wat er precies is gebeurd, maar vooral waar de grens ligt tussen handhaving en buitensporig geweld.

In de voetbaltalkshow FC Rijnmond spraken presentator Dennis Kranenburg en commentator Koert Westerman hun schrik uit over de beelden. Volgens Kranenburg tonen de filmpjes situaties waarin mensen van dichtbij met pepperspray in het gezicht worden gespoten, ook op momenten dat zij al bezig zijn met instappen. Westerman erkende daarbij dat ME’ers in chaotische situaties snel moeten handelen, maar stelde tegelijkertijd dat het gebruik van pepperspray niet genormaliseerd mag worden, zeker niet in een stad waar het politieoptreden al langer onder een vergrootglas ligt.
Beelden versus verklaringen
De discussie werd verder aangewakkerd door uiteenlopende verklaringen over wat zich precies heeft afgespeeld. De politie liet aan RTV Utrecht weten dat er hard is ingegrepen omdat Feyenoord-supporters zouden hebben geprobeerd ‘uit te breken’ vanaf hun parkeerplaats en de confrontatie zochten. Volgens de politie voelde de ME zich daardoor genoodzaakt op te treden, wat resulteerde in twee aanhoudingen. Eén persoon wordt verdacht van opruiing, een ander bleek een stadionverbod te hebben.
Tegelijkertijd schetsen de circulerende beelden en ooggetuigenverslagen een ander beeld. In de podcast Kick-off van De Telegraaf noemde journalist Valentijn Driessen het optreden “gênant” en sprak hij van situaties waarin supporters die stonden te wachten bij de bussen werden geslagen en bespoten. Volgens Driessen laten de beelden weinig ruimte voor nuance, juist omdat de confrontaties plaatsvinden op momenten waarop supporters niet zichtbaar agressief zijn.
Ook Feyenoord zelf reageerde op de gebeurtenissen. In een officieel statement liet de club weten verontrust te zijn over de verhalen en beelden die de club hebben bereikt. Feyenoord benadrukte geen voorbarige conclusies te willen trekken, maar stelde wel dat uit meerdere ooggetuigenverslagen het beeld naar voren komt dat er door een deel van de politie onnodig hardhandig is opgetreden voor en vooral na afloop van de wedstrijd.
Een terugkerende discussie
Wat deze situatie gevoelig maakt, is dat het debat breder is dan één wedstrijd of één stad. Het raakt aan een terugkerende spanning rond risicowedstrijden, waarbij supporters, clubs en autoriteiten elkaar steeds minder vertrouwen lijken te geven. Voor de politie staat veiligheid voorop, vaak onder grote druk en in onoverzichtelijke situaties. Voor supporters voelt het optreden regelmatig collectief en intimiderend, zeker wanneer zij het idee hebben niets verkeerd te doen.
Of het optreden in Utrecht proportioneel was, wordt nu onderzocht door de politie zelf. De uitkomst daarvan zal bepalend zijn voor hoe dit incident wordt beoordeeld. Los daarvan blijft de kernvraag staan. Hoe ver mag handhaving gaan voordat zij haar legitimiteit verliest? Zolang die vraag telkens opnieuw moet worden gesteld na voetbalwedstrijden, is het debat nog lang niet beslecht.
Stadionverboden zijn een belangrijk middel om voetbalveiligheid te waarborgen en wangedrag rond wedstrijden terug te dringen. Hoewel zowel Nederland als Engeland stevige maatregelen kennen, verschilt de manier waarop beide landen stadionverboden uitvoeren aanzienlijk. Vooral Engeland staat bekend als hét voorbeeld van harde en consequente handhaving. Maar wat maakt het Engelse systeem dan zo anders?



