Hoe één Europees punt miljoenen kan schelen voor Nederland

Het klinkt abstract, de UEFA-coëfficiëntenlijst. Een rangschikking ergens tussen Zwitserland en Portugal, gebaseerd op resultaten die vaak op dinsdag, woensdag- en donderdagavond worden geboekt. Maar de gevolgen ervan zijn allesbehalve theoretisch. Volgens Jan de Jong, directeur van de Eredivisie CV, staat Nederland op het punt een rechtstreeks Champions League-ticket te verliezen. En dat raakt niet alleen de clubs die Europees spelen.

Jan de Jong (rechts), directeur van de Eredivisie CV, waarschuwt voor de financiële gevolgen van tegenvallende Europese resultaten voor alle Nederlandse clubs.
Jan de Jong (rechts), directeur van de Eredivisie CV, waarschuwt voor de financiële gevolgen van tegenvallende Europese resultaten voor alle Nederlandse clubs.

Het probleem zit niet in één nederlaag of één uitschakeling. Het zit in de optelsom. In punten die niet zijn gepakt, in wedstrijden waarin werd gerouleerd, in keuzes die op de korte termijn logisch leken, maar op de langere termijn duur uitpakken.

Wat één punt echt waard is

De Jong windt er geen doekjes om. Door de tegenvallende Europese resultaten loopt Nederland naar verwachting 70 tot 80 miljoen euro mis. Jaarlijks. Geld dat via de UEFA binnenkomt en sinds 2019 wordt verdeeld over alle Nederlandse profclubs.

Dat betekent dat een gemist gelijkspel in de groepsfase of een vroege uitschakeling niet alleen gevolgen heeft voor de club zelf, maar voor het hele systeem. Van de top van de Eredivisie tot diep in de Keuken Kampioen Divisie. Europa is daarmee geen individueel project meer, maar een collectief belang.

Die realiteit wordt volgens De Jong nog te vaak onderschat. Europese wedstrijden worden soms benaderd als hinderlijke onderbrekingen van de competitie, terwijl ze in financieel opzicht juist de fundering vormen onder het Nederlandse profvoetbal.

De kwetsbare positie van Nederland

Nederland bevindt zich al jaren in een smalle marge op de coëfficiëntenlijst. Te klein om structureel mee te doen met de topcompetities, te groot om zich comfortabel te voelen. Eén slecht seizoen kan het verschil maken tussen directe plaatsing voor de Champions League of een lange, onzekere voorronde.

En dat verschil is enorm. Directe plaatsing betekent gegarandeerde miljoenen. Voorrondevoetbal betekent risico, onzekerheid en in het slechtste geval helemaal geen Champions League-inkomsten. Juist voor Nederlandse clubs, die afhankelijk zijn van Europees geld, is dat een kwetsbare positie.

De Jong schetst dat beeld nadrukkelijk richting clubs. Niet om met de vinger te wijzen, maar om duidelijk te maken hoe dun het ijs is waarop Nederland zich beweegt.

Rouleren met gevolgen

De ergernis binnen het competitiebestuur richt zich vooral op de manier waarop sommige clubs Europa hebben benaderd. Niet per se omdat er afspraken zijn geschonden, maar omdat het gevoel leeft dat de verantwoordelijkheid niet altijd serieus is genomen.

Trainers kijken begrijpelijkerwijs naar de korte termijn. Naar blessures, naar competitiepunten, naar druk van supporters en directies. Maar die focus botst met het bredere belang. Een Europa League-wedstrijd tegen een directe concurrent is op papier misschien niet cruciaal voor de nationale titelstrijd, maar kan op coëfficiëntenniveau wel degelijk doorslaggevend zijn.

Juist daar zit de spanning. Europa vraagt offers in een toch al volle kalender, terwijl de beloning vaak pas later zichtbaar wordt. Of zelfs helemaal niet, voor de club die het punt daadwerkelijk pakt.

Presenteren met cijfers, niet met emoties

Om die reden gaf De Jong samen met collega’s van de Eredivisie CV een presentatie aan de directeuren van de Europees spelende clubs. De boodschap was bewust zakelijk: cijfers, scenario’s en concrete gevolgen.

“Ieder punt telt,” was de kern. Niet als slogan, maar als rekensom. Wat gebeurt er als Nederland een plek zakt? Wat betekent dat voor de begrotingen, voor solidariteitsbijdragen, voor investeringsruimte? Het zijn vragen die verder reiken dan één seizoen.

Volgens De Jong was de bijeenkomst nodig omdat de irritatie groeide. Niet alleen bij de topclubs, maar juist ook daaronder. Clubs die zelf niet Europees spelen, maar wel meevoelen aan de gevolgen van mindere prestaties.

Een systeem dat vraagt om bewustzijn

Het Nederlandse model is gebouwd op samenwerking. Europese inkomsten worden gedeeld, risico’s ook. Dat vraagt om bewustzijn bij clubs die wél op dat Europese podium staan. Waarom Feyenoord nu symbool staat voor het Europese plafond van Nederlandse clubs

Of dat besef structureel zal landen, is nog de vraag. De druk op trainers en clubs zal niet verdwijnen. De kalender wordt niet leger. Maar de cijfers liegen niet. Eén punt kan het verschil maken tussen meedoen en achterblijven.

En dat maakt Europa, hoe vermoeiend soms ook, tot iets dat Nederland zich nauwelijks kan veroorloven om half serieus te nemen.

Salarissen scheidsrechters
Duurste Nederlandse voetballers