Voetbalmoe in het tijdperk van eindeloze topaffiches
Inhoudsopgave
Er was een tijd dat je de Champions League-avond al op maandag voelde aankomen. Woensdag om 20.45 uur. Eén wedstrijd. Eén affiche. Je wist precies waar je was toen die bal rolde.

Nu is het dinsdag. Of woensdag. Of allebei. Soms zelfs een week later weer. En weer.
Het niveau is hoger dan ooit. De stadions zijn voller. De producties groter. Toch hoor je het steeds vaker: voetbalmoe.
City tegen Real Madrid, alweer
Manchester City tegen Real Madrid is een fantastische wedstrijd. Technisch topniveau. Trainers met ideeën. Spelers die het verschil maken.
Maar als dat affiche binnen drie jaar vier of vijf keer terugkomt, verschuift er iets. Het wordt een vaste afspraak in plaats van een zeldzame ontmoeting.
Vroeger zat er schaarste in. Een kwartfinale tussen twee grootmachten was een gebeurtenis. Je moest ernaartoe leven. Nu zit het schema vol herhalingen. Topclubs komen elkaar zo vaak tegen dat de verrassing eraf gaat.
De overdaad aan top
De nieuwe opzet, met meer wedstrijden en meer onderlinge ontmoetingen, vergroot de kans op spektakel. Dat is de gedachte.
Maar meer topwedstrijden betekent ook dat het begrip ‘topwedstrijd’ vervaagt. Als elke speelronde een kraker bevat, is geen enkele nog uniek.
Dat merk je aan hoe erover wordt gepraat. Een 3-2 tussen Europese grootmachten voelt soms als een tussenstand in een langere serie. Er is altijd nog een return. Of een volgende ronde. Of een nieuwe ontmoeting volgend seizoen.
Het event-gevoel slijt.
Wanneer het onverwachte weer prikkelt
Opvallend genoeg worden juist de onverwachte affiches weer gesprek van de dag. Bodø/Glimt tegen een Italiaanse topclub. Club Brugge dat een grootmacht laat zweten in een oud stadion.
Dat zijn de avonden waar mensen over napraten. Niet omdat het niveau hoger ligt, maar omdat het verhaal onverwacht is.
Misschien is dat wat veel kijkers missen: verrassing.
De rol van media en hype
Media dragen daar ook aan bij. Elke ontmoeting tussen twee grootmachten wordt wekenlang opgebouwd. Analyses, statistieken, herhalingen van eerdere duels.
Dat versterkt de aandacht. Maar het vergroot ook de vermoeidheid. Want je kent de beelden al. Je kent de quotes. Je kent het script bijna.
Als het duel dan niet uitzonderlijk wordt, blijft er weinig over.
De kalender als boosdoener
De Champions League staat niet op zichzelf. Nationale competities breiden uit. Bekertoernooien blijven bestaan. Internationale eindtoernooien volgen elkaar sneller op.
Voor spelers is het een fysieke belasting. Voor kijkers een mentale.
Waar vroeger een Europese avond een breuk was met de routine, is het nu onderdeel van een constante stroom. Je kunt het bijna niet meer missen, maar daardoor voelt het ook minder bijzonder.
Wat betekent dit voor de toekomst?
Het is niet zo dat de Champions League leegloopt. De kijkcijfers zijn nog altijd hoog. Stadions zitten vol.
Maar beleving verandert. De emotionele piek wordt vlakker wanneer hij te vaak wordt herhaald.
Minder magie of gewoon anders?
Het is verleidelijk om te zeggen dat “vroeger alles beter was”. Dat is te simpel. Het spel is sneller, tactisch rijker, beter voorbereid.
Alleen het gevoel is veranderd.
Bijzonder was ooit schaars.
En misschien is dat de kern van de voetbalmoeheid waar steeds meer supporters het over hebben. Niet omdat ze minder van het spel houden, maar omdat het spel hen geen pauze meer gunt.



