Het Koeman-karakter: waarom Oranje op een toernooi liever voorspelbaarheid dan frictie meeneemt

Ronald Koeman gebruikte bij de bekendmaking van zijn WK-selectie geen revolutionaire taal. Hij sprak niet over lef, verrassing of vernieuwingsdrang. Het woord dat het meest bleef hangen, was veel eenvoudiger: karakter. Of, in zijn eigen formuleringen, woorden die daar vlak naast liggen. Betrouwbaarheid. Rolacceptatie. Energie geven aan de rest. Geen gedoe. Geen ruis.

Koeman kiest niet alleen spelers die goed genoeg zijn, maar spelers van wie hij denkt te weten wat hij op een toernooi aan ze heeft. Niet alleen in minuten op het veld, maar ook in weken eromheen. Dat zegt veel over hoe deze bondscoach naar een eindtoernooi kijkt.

(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Joey Veerman, Teun Koopmeiners en Marten de Roon
Joey Veerman, Teun Koopmeiners en Marten de Roon

Karakter is bij Koeman geen bijzaak

Dat begon al bij zijn uitleg over Mats Wieffer en Marten de Roon. Twee middenvelders van origine die door veel mensen niet als de meest voor de hand liggende namen werden gezien, maar die door Koeman nadrukkelijk werden geprezen om hun houding. Ze accepteren hun rol, zei hij. Ze blijven energie geven aan de rest. Ze zijn betrouwbaar in hun doen en laten.

Dat klinkt op het eerste gezicht als iets algemeens, bijna als standaardtaal uit een persconferentie. Alleen is het dat niet. Niet als een bondscoach het meerdere keren benoemt. Dan wordt het een selectiecriterium. Koeman zei feitelijk: ik neem niet alleen de speler mee, ik neem ook het gedrag mee. De voorspelbaarheid. De rust. De manier waarop iemand zich voegt in een groep waarin niet iedereen kan spelen.

Een toernooi is voor Koeman ook een groepsproject

Daar zit de kern van het Koeman-karakter. Voor hem bestaat een toernooiselectie niet alleen uit de beste elf of de beste 26 voetballers. Het is ook een sociaal systeem dat drie, vier weken overeind moet blijven onder druk. Dat betekent dat een bondscoach niet alleen denkt in posities, maar ook in reacties. Wie moppert? Wie accepteert? Wie blijft scherp zonder perspectief op een basisplaats? Wie blijft bruikbaar als hij alleen in de 83ste minuut nodig is?

In dat licht worden sommige keuzes ineens logischer. Marten de Roon is dan niet alleen de controlerende middenvelder die als ‘slot op de deur’ kan fungeren na het wegvallen van Jerdy Schouten. Hij is ook de ervaren speler van wie Koeman klaarblijkelijk zeker weet dat hij geen onrust veroorzaakt als hij een reservestatus moet omarmen. Bij Wieffer geldt iets vergelijkbaars: een bruikbare speler, maar ook een veilige speler in de groep. Dat is misschien minder sexy dan vorm of potentie, maar het is wel een herkenbaar bondscoachmechanisme.

En dus vallen anderen niet alleen om voetbalredenen af

Juist daarom schuurt de middenvelderskwestie zo. Kees Smit en Luciano Valente had Koeman “het liefst meegenomen”, zei hij. Maar het ging om type middenvelder. Om frisheid. Om balans in de groep. Om wat hij na het wegvallen van Schouten nodig vond. Dat is een verdedigbare redenering. Alleen zegt ze ook iets anders: talent of verbeelding wint niet vanzelf van betrouwbaarheid en rolvastheid.

Bij Joey Veerman werd dat nog gevoeliger. Koeman wilde op de persconferentie niet expliciet zeggen dat het over diens karakter ging, maar alles rond die kwestie wees wel in die richting. Veerman voelde zich recentelijk publiekelijk geraakt door de manier waarop over hem werd gesproken. Koeman zei later dat het misschien iets beter had gekund. Tegelijk bleef de boodschap overeind: hij zoekt spelers op wie hij kan rekenen, ook in gedrag en houding.

Juist daarom is de kwestie-Veerman meer dan een losse rel. Ze raakt aan de manier waarop Koeman met spelers communiceert en hoe hij karakter als selectiecriterium inzet. Hugo Borst noemde dat in zijn column zelfs een vorm van escalatie: volgens hem laat Koeman Veerman al twee jaar bungelen met het vage verwijt dat hij ‘een ander karakter’ heeft, zonder echt uit te leggen wat daar dan concreet mee bedoeld wordt. Dat verwijt schuurt des te meer omdat Peter Bosz zijn middenvelder juist een ‘topkarakter’ en een zelfkritische speler noemt. Zo wordt Veerman niet alleen een afvaller, maar ook het duidelijkste voorbeeld van hoe Koemans voorkeur voor voorspelbaarheid en rolacceptatie in botsing kan komen met spelers die zich niet zomaar in dat frame laten vangen.

Dat maakt het conflict met Veerman meer dan een persoonlijk akkefietje. Het is eigenlijk een botsing tussen twee ideeën van topsport. Aan de ene kant de creatieve speler die vindt dat kwaliteit moet spreken. Aan de andere kant de bondscoach die vooral rust en voorspelbaarheid wil kunnen inboeken.

Derksen had dus niet helemaal ongelijk

Zelfs Johan Derksen, zelden een subtiel observator, raakte daar aan iets wezenlijks toen hij zei dat Koeman “geen enkel risico” neemt en “allemaal oude jongens” meeneemt. Dat is overdreven geformuleerd, maar in de kern zit er iets in. Koeman kiest niet blind voor leeftijd, maar wel vaak voor bekendheid. Voor types die hij al begrijpt. Voor profielen waarvan hij weet hoe ze in zijn systeem en in zijn groep bewegen.

Valentijn Driessen legde daar nog een laag overheen door op te merken dat sommige jongens “qua karakter” afvallen. Dat was minder een hard oordeel over individuele spelers dan een aanwijzing naar het grotere patroon. Koeman bouwt zichtbaar aan een selectie waarin frictie zo veel mogelijk wordt gedempt.

Dat heeft voordelen. Het maakt een groep bestuurbaar. Het kan een toernooi rustiger maken. Het verkleint de kans op onderlinge irritatie of subtiele scheefgroei tussen bank en basis. Maar het heeft ook een prijs. Je selecteert daarmee automatisch conservatiever. Minder open. Minder nieuwsgierig naar wat onverwachte energie of talent kan toevoegen.

Dit Oranje is ook een spiegel van zijn bondscoach

Misschien is dat uiteindelijk het interessantst. De selectie zegt niet alleen iets over de spelers, maar ook over Koeman zelf. Hij is geen bondscoach die verliefd wordt op chaos of experiment. Hij wil overzicht. Hij wil grip. Zelfs in zijn omgang met media klinkt dat door. Hij zei geen zin te hebben in negativiteit, omdat die afleidt. Hij erkende dat sommige dingen beter kunnen in de omgang met reserves, maar altijd vanuit de gedachte dat zo’n groep beheersbaar moet blijven.

Dat is dus het Koeman-karakter: niet per se hard, niet per se ouderwets, maar wel sterk gericht op stabiliteit. Op mensen die hun plek kennen, accepteren en niet vergroten tot iets anders. Dat verklaart waarom De Roon terug is. Waarom Wieffer erbij zit. Waarom spelers met een scherpere rand, meer publiek rumoer of een lastiger profiel het moeilijker hebben.

De vraag is alleen of het genoeg is

Want hier begint de sportieve twijfel. Op een WK is een stabiele groep goud waard, maar een stabiele groep alleen wint niets. Uiteindelijk moet er ook iemand een wedstrijd openbreken, een risico nemen, een vastgelopen plan forceren. Juist op toernooien komen ploegen vaak op momenten uit waarop niet de voorspelbaarste, maar de meest afwijkende speler het verschil maakt.

Daar zit de spanning van Koemans aanpak. Hij heeft een groep samengesteld die hij bestuurbaar vindt. Alleen wordt nu de vraag of die bestuurbaarheid later ook genoeg creativiteit, felheid en brutaliteit oplevert als Oranje een wedstrijd uit het slot moet trekken. Tot zover koos hij, waar het spannend werd, vaker voor zekerheid dan voor wrijving. Voor betrouwbaarheid boven frictie. Voor het Koeman-karakter.

Van Götze tot Sterling: statementtransfers in Nederland
Hoe Ajax via Rayane Bounida toch waarde creëert
Grootste cultheleden in de geschiedenis van Feyenoord
Huiberts’ erfenis in cijfers bij AZ: 18 toptransfers