Het loon van Sano ondermijnt NEC’s vraagprijs
Inhoudsopgave
NEC en Ajax praten officieel over een transfersom, maar onder de oppervlakte gaat het gesprek over iets anders. Over verhoudingen. Over wat een speler waard mag zijn, en wanneer een club die waarde nog kan verdedigen. In de situatie rond Kodai Sano wringt vooral één detail: zijn salaris.

De Japanner verdient in Nijmegen naar verluidt rond de drie ton netto per jaar. Dat is keurig voor NEC-begrippen, maar het schuurt met een vraagprijs van twintig miljoen euro. Zeker nu Ajax zich meldt met een concreet bod en Sano zelf duidelijk heeft gemaakt dat hij die stap wil zetten.
De spanning tussen loon en marktwaarde
In het Nederlandse transferlandschap bestaat geen vaste formule die salaris en transfersom aan elkaar koppelt. Toch spelen die twee in de praktijk altijd samen. Een club die twintig miljoen vraagt voor een speler, positioneert hem impliciet als een sleutelspeler van hoog niveau. Daarbij hoort normaal gesproken ook een salaris dat die status weerspiegelt.
Bij Sano lijkt die balans zoek. Zijn contract bij NEC is niet ingericht op een speler die tot de duurste verkopen in de clubgeschiedenis van NEC zou moeten behoren. Dat maakt de vraagprijs verdedigbaar vanuit sportief perspectief, maar kwetsbaar zodra er juridisch naar wordt gekeken.
Zeker wanneer een speler kan aantonen dat zijn marktwaarde structureel hoger ligt dan zijn contractvoorwaarden laten zien.
Waarom arbitrage ineens op tafel ligt
De Telegraaf noemt een arbitragezaak een reële mogelijkheid als NEC vasthoudt aan twintig miljoen euro. In Nederland hebben spelers eerder met succes betoogd dat een transfersom niet proportioneel is in verhouding tot hun salaris, hun rol binnen de selectie en hun sportieve perspectief.
In zulke procedures spelen twee argumenten vaak een hoofdrol: financiële verbetering en sportieve positieverbetering. In beide gevallen lijkt Sano een sterke positie te hebben. Ajax biedt hem niet alleen een fors hoger salaris, maar ook een plek op een hoger podium, met Europees voetbal en een duidelijke rol als controlerende middenvelder.
Dat NEC hem nu als onmisbaar beschouwt, is sportief logisch, maar werkt juridisch niet automatisch in het voordeel van de club.
NEC wil vasthouden, maar voelt de druk
Voor NEC staat er meer op het spel dan alleen deze transfer. Toegeven aan Ajax betekent erkennen dat een speler met een relatief bescheiden contract alsnog voor minder dan de gewenste topprijs mag vertrekken. Dat signaal werkt door, richting andere spelers en toekomstige onderhandelingen.
Daarom is het begrijpelijk dat NEC hoog inzet. De club wil laten zien dat het zijn beste spelers niet zomaar laat gaan. Tegelijkertijd verschuift de discussie langzaam van sportieve waarde naar contractuele realiteit.
Het bod van Ajax — tien miljoen euro plus de transferrechten van Ahmetcan Kaplan, samen goed voor ongeveer vijftien miljoen — maakt dat verschil tastbaar. Het gaat niet meer om een theoretische vraagprijs, maar om een concreet gat dat moet worden verdedigd.
Ajax gebruikt tijd en verhoudingen
Bij Ajax is deze aanpak geen toeval. De club weet dat een arbitrageprocedure zelden wenselijk is, maar gebruikt de mogelijkheid wel als onderhandelingsdruk. Niet door publiekelijk te dreigen, maar door een serieus bod neer te leggen en tegelijk te wijzen op de proportionaliteit van de vraagprijs. Dat Kaplan als ruilmiddel wordt ingezet, past in dat beeld.
Een breder probleem in de Nederlandse markt
De situatie rond Sano legt iets bloot wat vaker terugkomt in Nederland. Clubs willen hun beste spelers verkopen tegen internationale prijzen, maar betalen vaak geen internationale salarissen. Zolang dat verschil beperkt blijft, levert dat weinig spanning op. Zodra een topclub aanklopt en een speler wil meewerken, wordt het een kwetsbaar punt.
Niet elke zaak eindigt bij de arbitragecommissie. Vaak is de dreiging alleen al voldoende om beweging te krijgen. Clubs weten dat ze daar niet altijd als winnaar uitkomen, zeker niet wanneer loon, status en ambitie uit elkaar zijn gegroeid.
Een uitkomst die nog openligt
Of Sano daadwerkelijk de stap naar arbitrage zet, is nog maar de vraag. Dat blijft doorgaans een laatste middel.



