Vink haalt uit naar erehaag: ‘Dit slaat nergens op’
Inhoudsopgave
De keuze van Ajax om een erehaag te vormen voor PSV voorafgaand aan de onderlinge wedstrijd heeft geleid tot duidelijke verdeeldheid onder analisten. Waar de één het ziet als een logisch gebaar richting de kampioen, plaatst de ander vraagtekens bij nut en timing.
Marciano Vink sprak zich daar bij ESPN uitgesproken over uit. “Ik vind het echt helemaal nergens op slaan dat Ajax nu een erehaag gaat vormen voor PSV. Als je één wedstrijd na het behalen van het kampioenschap een erehaag doet, vind ik het prima. Daarna moet je weer overgaan tot de orde van de dag.”
(tekst gaat verder onder afbeelding)

Timing van de erehaag bij Ajax–PSV
De kern van de kritiek van Vink ligt bij het moment waarop Ajax het gebaar maakt. PSV is al eerder kampioen geworden, waardoor de directe aanleiding volgens hem ontbreekt.
Hij licht dat verder toe: “Ik vind het echt helemaal nergens op slaan. Andersom had ik het ook irritant gevonden, hoor. Als de aanvoerder van Ajax nu een bosje bloemen geeft en zegt: gefeliciteerd, dan is dat top. Maar een erehaag… kom op, man.”
Daarmee maakt Vink onderscheid tussen een persoonlijk gebaar en een collectief ritueel. In zijn ogen past het eerste beter binnen de Nederlandse voetbalcultuur.
Verschil van inzicht: respect of overbodig ritueel
Aan tafel bij ESPN klinkt ook een ander geluid. Hugo Borst ziet de erehaag juist als een vorm van erkenning voor de prestaties van PSV dit seizoen.
Volgens hem hoort dat bij sport: het erkennen van een kampioen, ook als dat een directe concurrent is. Die interpretatie botst niet direct met die van Vink, maar legt wel een verschil in benadering bloot.
Waar Borst het gebaar ziet als iets dat bij de sport hoort, kijkt Vink vooral naar de praktische en culturele context waarin het plaatsvindt.
Erehaag in Nederland geen vast gebruik
De discussie wordt mede gevoed door het feit dat de erehaag in Nederland geen vast onderdeel is van de competitie. In sommige seizoenen gebeurt het wel, in andere niet. Er is geen duidelijke afspraak over wanneer het ‘hoort’.
Vink verwijst daarbij naar het buitenland om zijn punt te maken: “Het is iets uit Spanje, volgens mij. Als Barcelona acht wedstrijden voor het einde kampioen wordt, denk ik niet dat iedereen acht wedstrijden lang een erehaag gaat vormen.”
Die opmerking onderstreept dat zelfs in competities waar het gebruik vaker voorkomt, er grenzen zijn aan de toepassing ervan.
Geen eenduidige betekenis
Door het ontbreken van vaste richtlijnen blijft de interpretatie van de erehaag afhankelijk van persoonlijke opvattingen. Voor de ene speler, trainer of analist is het een teken van respect, voor de ander een overbodig ritueel.
In het geval van Ajax en PSV zorgt dat voor een situatie waarin hetzelfde moment twee totaal verschillende reacties oproept. Dat maakt de discussie minder zwart-wit, maar ook minder duidelijk.
Het gebaar zelf verandert niet, de betekenis wel.
Discussie blijft terugkeren
Zolang er geen vaste lijn is over het gebruik van de erehaag, ligt het voor de hand dat de discussie blijft terugkomen. Zeker bij wedstrijden tussen topclubs, waar sportieve belangen en onderlinge rivaliteit een grotere rol spelen.
De woorden van Vink maken duidelijk dat die discussie niet alleen gaat over respect, maar ook over context en gevoel. En juist daar zit de ruimte voor verschil van mening.



