Feyenoord mist het harde lijf van het Slot-tijdperk

Bij Feyenoord voelt een nieuwe blessure inmiddels zelden nog als een los incident. Leo Sauer viel deze week bij de nationale ploeg opnieuw uit en sloot zich aan bij een toch al volle ziekenboeg. Daarmee kwam er weer een naam bij op een lijst die al veel te lang meesleurt. Het opvallende is dat dit verhaal niet meer alleen gaat over pech of een drukke kalender. Het roept ook de vraag op of Feyenoord onderweg iets heeft verloren wat in het tijdperk van Arne Slot veel vanzelfsprekender leek.

(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Feyenoord mist het harde lijf van het Slot-tijdperk

RTV Rijnmond legde die link scherp in een analyse over de situatie in De Kuip. Daarin werd teruggegrepen op spelers als Guus Til, Fredrik Aursnes, Marcus Pedersen en Alireza Jahanbakhsh: niet allemaal even bepalend in kwaliteit, wel spelers die bekendstonden om hun belastbaarheid. Dat detail is belangrijk. Want het zegt iets over het soort ploeg dat Feyenoord toen had, en over het type lichaam dat bij die speelwijze hoorde.

Onder Slot werd veel gevraagd. Hoog tempo, veel herhaling, veel arbeid zonder bal. Dat was zichtbaar in wedstrijden, maar het zat ook in de selectieopbouw. Feyenoord had spelers die intensiteit konden dragen. Misschien niet eindeloos, maar wel vaker, langer en met minder schade tussendoor dan nu het geval lijkt.

Het tijdperk-Arne Slot bij Feyenoord draaide ook om belastbaarheid

Als mensen terugdenken aan de beste fase onder Slot, gaat het meestal over spel. Over druk zetten, opbouwen, dominantie, automatismen. Terecht ook. Alleen is dat nooit het hele verhaal geweest. Achter dat voetbal zat ook een fysieke ondergrens. Je kon dat spel alleen volhouden met spelers die week na week beschikbaar waren, of op zijn minst dicht bij beschikbaarheid bleven.

Dat maakt de verwijzing naar Til, Aursnes, Pedersen en Jahanbakhsh zo interessant. Het zijn verschillende types, verschillende kwaliteiten, maar ze deelden wel iets. Ze waren vaak inzetbaar. Ze konden volumes draaien. Ze pasten, om het maar simpel te zeggen, bij de motor van dat Feyenoord.

Een ploeg hoeft niet uit elf ijzervreters te bestaan. Zo werkt het niet. Maar een selectie krijgt wel een bepaald profiel als een flink deel van de kern fysiek betrouwbaar is. Trainers kunnen dan doorbouwen, ritme vasthouden en spelers geleidelijk belasten. Daar begint vaak het verschil tussen een elftal dat vorm opbouwt en een elftal dat voortdurend aan noodreparaties doet.

Dat laatste beeld hangt nu veel meer boven Feyenoord.

De huidige blessuregolf laat een ander Feyenoord-profiel zien

Want de lijst is lang: 

  • Malcolm Jeng
  • Bart Nieuwkoop
  • Givairo Read
  • Gijs Smal
  • Jermiah St. Juste
  • Thomas Beelen
  • Gernot Trauner
  • In-Beom Hwang
  • Sem Steijn
  • Leo Sauer
  • Shaqueel van Persie

Dat zijn niet alleen veel namen, het zijn ook namen uit verschillende linies. Daardoor raakt het probleem alles tegelijk: rotatie, vastigheid, trainingsbelasting en de ruimte om iemand rustig terug te brengen.

En juist daar begint de vergelijking met het Slot-tijdperk te wringen. Feyenoord lijkt de laatste tijd minder spelers te hebben die dat zware ritme echt kunnen absorberen zonder dat er ergens snel een grens opduikt. Dat hoeft niet per se te betekenen dat de huidige selectie minder goed is samengesteld in algemene zin. Maar het wijst er wel op dat het fysieke profiel anders is geworden.

Dat is geen detail voor de achtergrond. Het werkt direct door in wat een trainer kan vragen. Een speelwijze is uiteindelijk nooit los verkrijgbaar van de lichamen die haar moeten dragen.

Een losse observatie: een selectie kan op papier diep ogen, maar als dezelfde spelers telkens weer terugvallen, voelt die breedte opeens een stuk smaller.

Robin van Persie en Feyenoord betalen de prijs van fysieke onzekerheid

Robin van Persie noemde volgens RTV Rijnmond zelf al een domino-effect. Dat is een treffende omschrijving. Als één of twee spelers uitvallen, schuiven anderen door, worden minuten anders verdeeld en stijgt de belasting bij de groep die wél beschikbaar is. Dan ontstaat een klimaat waarin terugkerende spelers soms sneller nodig zijn dan ideaal is.

Dat is een gevaarlijk moment. Niet alleen medisch, ook voetbalinhoudelijk. Want een speler die op 85 of 90 procent zit, kan nog steeds bruikbaar lijken. Zeker in een fase waarin de nood hoog is. Alleen vergroot dat weer het risico op nieuwe klachten of op een terugslag die groter uitpakt dan wanneer je langer had gewacht.

De voorbeelden van Givairo Read en Sem Steijn, die volgens de analyse al over hun grens heen leken te zitten maar toch doorgingen, passen in precies dat patroon. Het maakt de blessuregolf minder abstract. Dan gaat het niet meer alleen over aantallen, maar over een keten van keuzes en gevolgen.

Voor Van Persie is dat bijna het slechtst denkbare decor om iets op te bouwen. Een trainer wil patronen inslijpen, automatismen laten groeien, koppels laten wennen aan elkaar. Daar heb je herhaling voor nodig. Geen perfecte omstandigheden, wel enige continuïteit. Feyenoord leeft nu veel vaker van aanpassen dan van uitbouwen.

De transferzomer van Feyenoord kan draaien om één woord: fitheid

Daarom klinkt het logisch dat fitheid en robuustheid opnieuw topcriteria moeten worden bij de samenstelling van de selectie. Dat werd in de analyse ook expliciet benoemd. Het interessante is alleen dat zo’n criterium makkelijk klinkt en lastig blijkt in de praktijk.

Want hoe meet je robuustheid precies? Op basis van gespeelde minuten? Blessurehistorie? Fysieke bouw? Competitieachtergrond? Leeftijd? Karakter? Vaak is het een mix van alles, en zelfs dan heb je geen garantie. Toch lijkt Feyenoord weinig keuze te hebben dan die kant op te denken. Niet omdat techniek en tactiek minder belangrijk zijn geworden, maar omdat beschikbaarheid een voorwaarde is geworden om de rest überhaupt tot zijn recht te laten komen.

Dat kan komende zomer best hard uitpakken. Spelers die kwalitatief iets toevoegen, maar te vaak wegvallen, komen dan automatisch in een ander licht te staan. Nieuwe aankopen zullen ook anders worden bekeken. Misschien iets minder op flair, iets meer op belastbaarheid. Iets minder op de ideale versie van een speler, iets meer op de vraag of hij er tussen augustus en mei echt staat.

Dat zou een duidelijke verschuiving zijn. En misschien ook een noodzakelijke.

Wat Feyenoord sinds Slot verloor, is meer dan alleen een paar fitte spelers

Daar zit uiteindelijk de kern. Feyenoord lijkt niet alleen een aantal fitte krachten te missen, maar een breder gevoel van fysieke betrouwbaarheid. Onder Slot hoorde dat meer bij de identiteit van het team. Je kon bijna voorspellen wie er weer zou staan, wie opnieuw zijn meters zou maken en wie de intensiteit van de speelwijze kon blijven dragen.

Nu is dat veel minder zeker. En zodra die zekerheid wegvalt, verandert ook de beleving van een seizoen. Dan gaan trainers puzzelen, spelers compenseren en supporters al sneller vrezen wat er na de volgende sprint of tackle mis kan gaan.

Dat is misschien wel de hardste conclusie van dit moment. De blessuregolf legt niet alleen zwakke plekken van nu bloot, maar ook wat Feyenoord onderweg is kwijtgeraakt uit die sterkere jaren onder Slot: een selectie waarin fysieke beschikbaarheid bijna een stil fundament was.

Of dat volledig terug te halen is, moet nog blijken. Er spelen altijd meerdere factoren mee. Medische begeleiding, trainingsopbouw, wedstrijdschema, individuele gevoeligheid, keuzes van trainers. Het is zelden één knop die verkeerd staat. Maar het grotere beeld dringt zich wel op: Feyenoord kan zich niet veroorloven om fitheid nog als bijzaak te behandelen bij het bouwen van een elftal.

Want zonder dat fundament blijft elk plan kwetsbaar. Hoe goed het op papier ook klinkt.

Feyenoord kiest duidelijker voor Dordrecht-model met talenten

Van Götze tot Sterling: statementtransfers in Nederland
Hoe Ajax via Rayane Bounida toch waarde creëert
Grootste cultheleden in de geschiedenis van Feyenoord
Huiberts’ erfenis in cijfers bij AZ: 18 toptransfers