Waarom de staf van Oranje met tegenzin naar Trump’s WK reist

Er heerst onrust binnen de staf van het Nederlands elftal over het programma van het WK 2026 in de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Niet vanwege de sportieve klus op het veld — de wedstrijden tegen Japan, Zweden en Tunesië staan gepland — maar vanwege wat er buiten de lijnen van voetbal met het toernooi gepaard gaat.

(tekst gaat verder onder afbeelding) 

De staf van Koeman zou ontevreden zijn over de fotomomenten met publieke leiders
De staf van Koeman zou ontevreden zijn over de fotomomenten met publieke leiders

Volgens journalist Edwin Schoon heeft een deel van de staf met tegenzin gereageerd op onderdelen van het evenement die door de FIFA zijn opgenomen in het officiële schema. Het gaat niet alleen om standaard trainingsdagen of rustmomenten, maar om ceremoniële en visuele verplichtingen waarin ook politici een rol spelen — waaronder fotomomenten met de Amerikaanse president Donald Trump.

Onvrede over fotomomenten en zichtbaarheid

Het is niet de sport zelf die weerstand oproept, maar de context daaromheen. In het schema dat FIFA naar de deelnemende teams stuurde, zijn tijdens de zogenaamde “vrije dagen” ook officiële fotomomenten ingelast. Daarbij worden spelers en staf uitgenodigd op foto’s met publieke figuren; bewust of onbewust worden zulke beelden onderdeel van de representatie van het toernooi.

Volgens Schoon veroorzaakt dat ongemak bij de staf: het zijn voetbalmensen die zeggen dat ze de krant lezen, een mening vormen over wat er in de wereld gebeurt en niet graag worden geassocieerd met politieke symboliek. Het idee om op de foto te gaan met Trump voelen zij eerder als onderdeel van een propagandaproductie dan als een neutrale sportactiviteit.

Dat betekent niet dat de staf openlijk protesteert — er is geen publieke verklaring of pamflet — maar de onvrede zou wel degelijk bestaan, en vooral binnen Zeist en de begeleidende groep leven. Het gaat om trainers, fysio’s, chefs en andere begeleiders die niet direct op het veld staan, maar er wel mee verbonden zijn.

Waarom dit onderwerp nu speelt

Het WK van 2026 is historisch gezien de eerste editie met 48 landen en wordt voor een groot deel in de Verenigde Staten gespeeld — een land dat politiek sterk verbonden is aan de persoon van Donald Trump, de voormalige president en belangrijke publieke figuur. Trump kreeg onder meer internationale kritiek terwijl hij de Amerikaanse voetbalhosting promootte.

Dat maakt de situatie gevoelig: een evenement dat bedoeld is om landen en sport te verbinden, bevat nu ook momenten die expliciet publieke politieke figuren verbinden aan de sport. Voor veel stafleden voelt dat minder als voetbal en meer als een publieke rol waarin zij niet graag figureren.

Geen publiciteit, wel interne spanning

Belangrijk daarbij is dat deze onvrede zich vooral binnen de muren van de staf afspeelt. Het is geen officieel standpunt van de KNVB of het elftal; er zijn geen uitgesproken protesten of statements richting de media. Het is vooral iets wat leeft op de achtergrond, op basis van gesprekken en indrukken van betrokkenen.

Toch is het relevant: een WK is niet alleen wedstrijddagen, trainingsschema’s en tactiek. Het is ook publieke zichtbaarheid, media‑momenten en een culturele context waarin nationale teams deelnemen. De onrust binnen de staf onderstreept dat daar verschillende opvattingen over kunnen bestaan — zelfs binnen hetzelfde team.

Kortom: het ongemak van de staf rond deze onderdelen laat zien dat de manier waarop een toernooi wordt georganiseerd, niet alleen sportieve, maar ook sociale en politieke vragen oproept — vragen die niet altijd openbaar worden uitgesproken, maar wel spelen in de voorbereiding van het Nederlands elftal.

Van Götze tot Sterling: statementtransfers in Nederland
Hoe Ajax via Rayane Bounida toch waarde creëert
Grootste cultheleden in de geschiedenis van Feyenoord
Huiberts’ erfenis in cijfers bij AZ: 18 toptransfers