Waar staat deze Oranje-generatie als je haar vergelijkt met eerdere WK-ploegen?

Is de huidige selectie van Oranje beter dan die van 2010 of 2014? Dat zijn vergelijkingen die snel gemaakt worden richting een nieuw eindtoernooi. Het is lastig om die vraag simpelweg te beantwoorden. Voetbalflitsen voorziet je van de nodige context. 

(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Waar staat deze Oranje-generatie als je haar vergelijkt met eerdere WK-ploegen?

Een vergelijking die voor elk toernooi terugkomt

Zodra een WK dichterbij komt, ontstaat vrijwel automatisch dezelfde discussie. Hoe goed is deze Oranje-generatie eigenlijk? En belangrijker: hoe verhoudt ze zich tot de ploegen die Nederland eerder naar halve finales, finales of memorabele toernooien brachten?

De recente uitspraken van Ronald de Boer passen in dat gesprek. Zijn vertrouwen in Oranje is groot, al plaatst hij tegelijkertijd kanttekeningen bij de aanvalslinie. Daarmee raakt hij aan een vraag die breder leeft: beschikt Nederland momenteel over een selectie die kan worden vergeleken met de sterkste lichtingen uit het verleden? Een definitief antwoord bestaat niet. Wel zijn er enkele interessante verschillen zichtbaar.

Minder sterren, meer balans

Veel historische Oranje-generaties werden gekenmerkt door uitgesproken wereldsterren. De ploeg van 1988 beschikte over namen als Marco van Basten, Ruud Gullit en Frank Rijkaard. De selectie van 1998 kende spelers als Dennis Bergkamp, Edgar Davids en Patrick Kluivert.

Ook het WK van 2010 werd gedragen door voetballers die al jarenlang op het hoogste niveau actief waren. Bij het huidige Oranje ligt dat anders. De selectie bevat veel kwaliteit en internationale ervaring, maar kent minder spelers die wereldwijd tot de absolute top van hun positie worden gerekend. Daar staat tegenover dat de ploeg op veel posities relatief goed bezet is. Het verschil tussen de sterkste en zwakste schakels lijkt kleiner dan bij sommige eerdere generaties. Dat maakt deze selectie misschien minder spectaculair op papier, maar mogelijk wel stabieler.

Verdedigend sterker dan aanvallend

Een opvallend verschil met eerdere Oranje-teams zit in de verdeling van kwaliteit over het veld. Historisch werden Nederlandse elftallen vaak geassocieerd met creatieve aanvallers en doelpuntenmakers. De discussie ging dan vooral over wie voorin moest spelen, niet over de vraag of er voldoende scorend vermogen aanwezig was. Nu lijkt dat omgekeerd.

De defensieve basis van Oranje wordt door veel analisten gezien als een van de sterkste onderdelen van de selectie. Achterin beschikt Nederland over spelers die op hoog internationaal niveau actief zijn en gewend zijn om grote wedstrijden te spelen.

Voorin blijven er meer vragen bestaan. Niet omdat er geen talent aanwezig is, maar omdat er minder vanzelfsprekende doelpuntenmakers zijn dan bij sommige eerdere generaties. Dat is precies het punt waar De Boer op wees.

Het internationale speelveld is veranderd

Bij vergelijkingen met het verleden wordt nog iets anders vaak vergeten: de concurrentie ziet er anders uit. Het internationale topvoetbal is de afgelopen decennia verder geglobaliseerd. Meer landen beschikken over spelers op topniveau en het verschil tussen traditionele toplanden en uitdagers lijkt kleiner geworden.

Daardoor zegt een vergelijking tussen generaties niet alleen iets over Oranje zelf, maar ook over de omgeving waarin die ploegen opereren. De selectie van 1998 wordt vaak gezien als een van de sterkste uit de Nederlandse geschiedenis. Toch speelde die ploeg in een andere internationale context dan het huidige elftal. Dat maakt directe vergelijkingen lastig.

Misschien is dit juist een toernooiploeg

Interessant genoeg lijkt de huidige generatie eigenschappen te bezitten die goed kunnen passen bij eindtoernooivoetbal. Succes op een WK draait niet uitsluitend om individuele klasse. Organisatie, verdedigende stabiliteit en het vermogen om wedstrijden over de streep te trekken zijn minstens zo belangrijk.

Juist op die onderdelen oogt Oranje relatief sterk. Dat betekent niet automatisch dat Nederland tot de favorieten behoort. Wel verklaart het waarom steeds meer analisten en oud-internationals denken dat deze ploeg ver kan komen. De selectie heeft misschien minder iconische namen dan sommige voorgangers, maar beschikt wel over een structuur die op een toernooi waardevol kan blijken.

Tussen nostalgie en realiteit

Vergelijkingen met eerdere generaties worden vaak gekleurd door herinneringen. De ploegen van 1988, 1998 en 2010 leven voort dankzij iconische momenten, grote spelers en diepe toernooiruns. Dat maakt het moeilijk voor een huidige selectie om die status al te krijgen voordat een bal is getrapt.

Misschien ligt daar ook de kern van het debat. De vraag is niet alleen hoe goed deze Oranje-generatie is. De vraag is vooral wat ze straks presteert. Historische waardering ontstaat meestal achteraf.

Voorlopig bevindt deze ploeg zich ergens tussen belofte en bewijs. Goed genoeg om hoge verwachtingen te rechtvaardigen, maar nog zonder het toernooiresultaat dat een generatie definitief in het rijtje van de grote Oranje-elftallen plaatst.

Van Götze tot Sterling: statementtransfers in Nederland
Hoe Ajax via Rayane Bounida toch waarde creëert
Grootste cultheleden in de geschiedenis van Feyenoord
Huiberts’ erfenis in cijfers bij AZ: 18 toptransfers