Brazilië of Marokko? Dit is tactisch de beste tegenstander voor Oranje
Inhoudsopgave
Nederland heeft door de overtuigende zege op Zweden een grote stap richting de knock-outfase van het WK gezet. Daardoor kan de blik voorzichtig naar Groep C, waar Brazilië en Marokko nadrukkelijk in beeld zijn als mogelijke tegenstander. Op papier lijkt de vraag simpel: liever Marokko dan Brazilië. Maar tactisch ligt dat een stuk ingewikkelder.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Brazilië is de grotere naam, met Vinícius Júnior en Raphinha als wereldsterren en Carlo Ancelotti op de bank. Marokko heeft minder glamour, maar oogt als collectief misschien wel stabieler. De ploeg van Mohamed Ouahbi verdedigt compact, schuift in balbezit slim door en heeft met Achraf Hakimi en Ismael Saibari twee spelers die Oranje precies pijn kunnen doen op plekken waar Nederland kwetsbaar kan zijn.
Ronald Koeman wilde zelf geen voorkeur uitspreken. Volgens de bondscoach zijn Brazilië en Marokko allebei sterke ploegen. Dat klinkt voorzichtig, maar is ook logisch. Want voor Oranje gaat het niet alleen om de naam van de tegenstander. Het gaat vooral om het soort wedstrijd dat Nederland krijgt. Daarin verschillen Brazilië en Marokko enorm.
Brazilië geeft Oranje waarschijnlijk meer ruimte
Brazilië klinkt van origine als de nachtmerrie, maar kan voor Oranje ook een logischere wedstrijd opleveren. De ploeg van Ancelotti heeft veel individuele kwaliteit, maar is dit WK nog niet altijd even vloeiend. Tegen Marokko had Brazilië moeite met de organisatie en intensiteit van de tegenstander. Tegen Haïti werd wel gewonnen, maar zonder dat de Seleção al als een machine oogde.
Het Braziliaanse gevaar begint vooral bij Vinícius Júnior. In balbezit zoekt hij vanaf links de een-tegen-een, met een opstomende back in zijn rug. Als hij ruimte krijgt, kan hij een wedstrijd in één actie openbreken. Dat maakt Brazilië levensgevaarlijk, zeker tegen een ploeg die hoog staat of in de omschakeling verkeerd staat.
Maar daar zit ook een mogelijke opening voor Oranje. Brazilië leunt zwaar op momenten van individuele klasse. De balans achter die aanvallende spelers is niet altijd ideaal. Vinícius verdedigt niet vanzelfsprekend mee, Matheus Cunha moet veel corrigerend werk doen en Casemiro is nog altijd sterk in het duel, maar kwetsbaarder wanneer hij grotere ruimtes moet verdedigen.
Dat zijn precies de zones waar Nederland iets kan vinden. Oranje is niet altijd geweldig tegen compacte blokken, maar heeft wel snelheid, loopvermogen en diepte. Tegen Brazilië kan er meer ruimte ontstaan achter de backs, naast Casemiro of in de omschakeling na balverlies van de Braziliaanse aanvallers.
Met spelers als Cody Gakpo, Crysencio Summerville, Donyell Malen en eventueel Micky van de Ven heeft Nederland profielen die kunnen profiteren van een wedstrijd die openbreekt. Tegen Brazilië zal Oranje moeten lijden, maar het krijgt waarschijnlijk ook momenten om zelf pijn te doen, zoals in eerdere ontmoetingen voorkwam.
De zwakte van Brazilië zit niet in kwaliteit, maar in evenwicht
Niemand hoeft Brazilië zwak te noemen. Dat zou onzin zijn. Met Alisson, Marquinhos, Gabriel Magalhães, Bruno Guimarães, Raphinha, Vinícius en Matheus Cunha staat er nog altijd enorm veel kwaliteit op het veld. Alleen voelt dit Brazilië minder vanzelfsprekend dominant dan sommige oude Seleção-ploegen.
Het elftal moet veel compenseren. Ancelotti wil Vinícius zo hoog mogelijk houden, maar dat betekent dat de rest van het elftal moet schuiven. De backs zijn niet de absolute topcategorie. Casemiro is ervaren, maar moet beschermd worden. En als Raphinha niet fit is of ontbreekt, verliest Brazilië aan dreiging en balans vanaf rechts.
Voor Oranje ligt daar een duidelijk plan. Laat Brazilië niet in de pure renwedstrijd komen waarin Vinícius op snelheid kan vertrekken, maar dwing het tot langere aanvallen. Laat de Braziliaanse backs keuzes maken. Zoek na balwinst snel de ruimte achter de eerste druk. En probeer Casemiro in grote ruimtes te krijgen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Eén verkeerde pass kan tegen Brazilië meteen dodelijk zijn. Maar tactisch is het wel een wedstrijd waarin Oranje aanknopingspunten heeft.
Marokko kan Oranje uit het ritme halen
Marokko is misschien de minder angstaanjagende naam, maar juist de vervelendere tegenstander. De Atlasleeuwen hebben zich ontwikkeld van een stugge toernooiploeg tot een team dat compact kan verdedigen én beter kan voetballen dan vier jaar geleden.
Onder Ouahbi ziet Marokko er in balbezit anders uit dan op papier. Vanuit een 4-2-3-1 kan de ploeg doorschuiven naar een 3-2-4-1. Hakimi is daarin de grote tactische sleutel. Hij blijft niet netjes als klassieke rechtsback aan de lijn staan, maar komt vaak hoger en meer naar binnen. Daardoor wordt hij soms bijna een extra aanvallende middenvelder.
Dat is voor Oranje lastig. Als de linksbuiten of linkermiddenvelder Hakimi volgt, ontstaat er ruimte elders. Als niemand hem volgt, kan hij tussen de linies worden aangespeeld of in de diepte vertrekken. Juist die twijfelmomenten zijn gevaarlijk in knock-outvoetbal.
Daar komt bij dat Marokko met spelers als Ounahi, El Khannouss en Saibari genoeg techniek heeft om onder druk uit te spelen. Saibari is bovendien in vorm. Hij scoorde tegen Brazilië en was ook tegen Schotland belangrijk. Hij brengt loopvermogen, pressing en scorend vermogen tussen de linies. Dat is precies het soort speler waar Oranje niet graag achteraan loopt.
Tegen Marokko moet Oranje meer oplossen
Het grote verschil met Brazilië zit in het wedstrijdbeeld. Tegen Brazilië zal Nederland waarschijnlijk meer ruimte krijgen, maar ook meer individuele dreiging tegen zich krijgen. Tegen Marokko wordt het vermoedelijk meer zoeken, schuiven en geduld bewaren.
Marokko kan verdedigen in een compacte 5-4-1-formatie. De ploeg maakt de as klein, dwingt tegenstanders naar de buitenkant en komt er daarna met snelheid en techniek uit. Dat is lastig voor een Oranje dat tegen Japan al moeite had met intensiteit, discipline en positiewisselingen.
Als Frenkie de Jong wordt vastgezet of Oranje de bal te traag rond laat gaan, kan Nederland tegen Marokko snel voorspelbaar worden. Dan komt er veel druk te liggen op individuele acties van Gakpo, Simons of Frimpong, of op voorzetten vanaf de zijkant. Precies daar wil Marokko een tegenstander vaak hebben: wel balbezit toestaan, maar weinig echte ruimte weggeven.
Daarom kan Marokko tactisch onaangenamer zijn dan Brazilië. Niet omdat de ploeg per se betere spelers heeft, maar omdat het wedstrijdtype minder goed bij Oranje lijkt te passen. Nederland krijgt waarschijnlijk minder open ruimtes, minder omschakelmomenten en meer duels waarin de oplossing snel gevonden moet worden.
Hakimi is misschien de lastigste match-up
De meest interessante individuele vraag bij een duel met Marokko is Hakimi. De PSG-back is niet alleen een rechtsback die veel opkomt. Hij is in dit Marokkaanse elftal een tactisch wapen. Soms staat hij breed, soms in de halfspace, soms bijna naast de nummer tien. Voor Nederland wordt dan de vraag: wie pakt hem op?
Laat je een linksbuiten met hem meelopen, dan trek je die speler ver terug en verlies je dreiging in de omschakeling. Laat je een middenvelder uitstappen, dan kan er ruimte ontstaan achter hem. Laat je de linksback doordekken, dan ligt de ruimte achter de verdediging open. Dat maakt Marokko ingewikkeld. Niet alleen omdat Hakimi goed is, maar omdat zijn positie keuzes afdwingt. En iedere keuze heeft een prijs.
Bij Brazilië is het gevaar duidelijker: Vinícius op links die dreigt met een individuele actie, diepte, snelheid. Extreem moeilijk te verdedigen, maar wel herkenbaar. Bij Marokko zit het gevaar meer in de structuur. Hakimi trekt iets open, Saibari duikt erin, Ounahi of El Khannouss vindt de pass, en ineens staat Oranje verkeerd. Dat soort situaties wil Koeman juist vermijden.
Wat ligt Oranje beter?
Als Oranje zelf mag kiezen, is het antwoord minder vanzelfsprekend dan de gemiddelde supporter misschien denkt. Brazilië is de grotere voetbalnaam en heeft meer spelers die uit het niets kunnen beslissen. Maar Brazilië geeft waarschijnlijk ook meer ruimtes weg en oogt in balans kwetsbaarder.
Marokko heeft minder sterrenstatus, maar is tactisch moeilijker te bespelen. De ploeg kan laag verdedigen, hoog druk zetten, Hakimi op meerdere manieren gebruiken en met Saibari tussen de linies komen. Dat maakt Marokko een tegenstander die Oranje uit zijn ritme kan halen.
Voor dit Nederland lijkt een open wedstrijd tegen Brazilië misschien beter te passen dan een gesloten schaakpartij tegen Marokko. Oranje heeft snelheid en omschakelkracht, maar niet altijd het creatieve geduld om een compact blok uit elkaar te spelen.
De conclusie is daarom opvallend: Brazilië is de gevaarlijkere tegenstander, maar Marokko kan de vervelendere zijn. Als Oranje puur naar namen kijkt, kiest het waarschijnlijk Marokko. Als Oranje naar het speelplan kijkt, is Brazilië misschien helemaal niet de slechtste optie.
Mogelijk WK-duel tegen Marokko maakt veel los: zorgen over onrust



