De Coen Dillen Index-vloek: waarom Ueda ineens niet meer scoort
Inhoudsopgave
Je ziet het elk seizoen weer gebeuren: ergens in de winter pakt iemand de Coen Dillen Index erbij, er wordt hardop gerekend aan een record, en ineens wordt scoren een stuk lastiger. Bij Feyenoord hangt dat gevoel de laatste weken rond Ayase Ueda. Niet omdat hij helemaal verdwenen is, maar juist omdat hij er wél is, speelt, werkt, meebeweegt… en toch nul op het rekest krijgt.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Die “vloek” is natuurlijk geen echte vloek. Maar het patroon dat supporters herkennen, is er wel eentje om even uit te tekenen. Ueda’s piek kwam vroeg in de winter, met die krankzinnige wedstrijd waarin alles raak viel. Sindsdien loopt de teller vooral in minuten, niet in goals. Dat is het soort stilte dat je pas hoort als je er op let.
Feyenoord na Ajax-uit: de marge werd kleiner
Het helpt niet dat Feyenoord in deze fase van het seizoen weinig ruimte heeft voor een spits in de luwte. Na Ajax-uit (2-0) en de uitglijder bij Twente (2-0) werd de marge kleiner en wordt elk gemist moment zwaarder. Feyenoord wint nog steeds vaak, maar het voelt minder als “we komen er wel” en meer als “het moet nu”.
Ueda zat de afgelopen weken steeds in het verhaal, maar niet op de manier die je van een spits verwacht. Tegen Go Ahead Eagles (1-0) stond hij lang op het veld en was hij nuttig in het drukzetten. Tegen Telstar (2-1) opnieuw minuten, maar geen afronding. En tegen FC Twente, in een wedstrijd waarin Feyenoord nauwelijks aan echte kansen toe kwam, eindigde zijn avond na iets meer dan een uur met een beoordeling die vooral zegt: weinig invloed.
Ueda’s reeks in één oogopslag: van uitbarsting naar stilte
De cijfers uit zijn recente wedstrijden vertellen geen verhaal van totale vormcrisis, maar wel van afnemende ‘spitsmomenten’. Ueda’s beste dagen in dit blok zitten rond PEC Zwolle-thuis (waar Feyenoord er zes maakte) en die eerdere goals tegen Heracles en FC Utrecht. Daar zat ritme in: veel acties, veel doelpunten, veel “nu gaat het lopen”.
Kijk je naar de laatste weken, dan zie je iets anders. Minder schoten, minder beslissende momenten, vaker wissels rond het uur. Dat kan fysiek zijn, dat kan tactisch zijn, dat kan ook simpelweg toeval zijn in een reeks wedstrijden waarin Feyenoord meer moest duwen dan domineren. Het punt is: Ueda lijkt op dit moment vaker onderdeel van het spel vóór de zestien dan ín de zestien. En een spits die zijn goals uit het strafschopgebied haalt, gaat daar altijd last van krijgen.
Wat verandert er in het aanvalsspel van Feyenoord?
Er zijn grofweg drie verklaringen die logisch klinken, zonder dat je hoeft te doen alsof je in Ueda’s hoofd kijkt.
Eén: Feyenoord creëert in sommige duels minder “makkelijke” kansen. Niet minder balbezit, wel minder momenten waarop een spits één keer hoeft te raken. Tegen ploegen die diep staan, wordt het sneller een wedstrijd van tweede ballen en voorzetten die nét achter de looplijn vallen.
Twee: Ueda’s rol is zwaarder geworden. In wedstrijden waarin Feyenoord niet direct op voorsprong komt, moet de spits meer meters maken: druk zetten, kaatsen, ruimte trekken. Dat ziet er nuttig uit, maar het kost ook scherpte bij het ene moment dat telt.
Drie: de focus op de Index werkt als vergrootglas. Als je het elke week over een record hebt, ga je elke misser anders bekijken. De eerste misser is “pech”, de vierde misser is “het zit erin”. Dat is het mechanisme.
De “Index-vloek” is vooral een mediaverschijnsel
De Coen Dillen Index is een leuke meetlat, maar ook een valkuil. Het maakt van een proces (scoren over 34 wedstrijden) een aftelklok. En een aftelklok is slecht gezelschap voor een spits.
Want het verschil tussen een spits die “droog staat” en een spits die “op springen staat”, is soms één bal die binnenkant paal valt in plaats van buitenkant. Als dat gebeurt, kantelt het verhaal. Dan wordt dezelfde wedstrijd ineens “hij stond weer op de juiste plek”.
Daarom schuurt het ook. Het is aantrekkelijk om te zeggen dat Ueda niet scoort omdat de Index wordt genoemd. Het klinkt lekker. Het is deelbaar. Maar het echte verhaal zit waarschijnlijk in het spelbeeld: hoeveel echte kansen krijgt Feyenoord nog voor zijn spits, en hoeveel van Ueda’s energie gaat naar werk dat niet in een samenvatting komt?
Wat zegt het over Feyenoord richting de slotmaanden?
Feyenoord kan zich niet permitteren dat het doelpunten alleen uit penalty’s of toevallige scrimmages komen. Dat is een harde zin, maar wel eentje die elke topclub in maart kent. Zeker als de belasting van het seizoen omhoog gaat. De logische hoop voor Feyenoord is dat Ueda’s stilte niet eindigt met paniek, maar met één normale goal. Een rebound. Een intikker. Een bal die per ongeluk goed valt. Dan is het verhaal meteen anders. Dan kan iedereen weer lachen om die Index. Tot de volgende keer dat iemand hem erbij pakt in De Kuip.



