Vijf keer geel als keeper-aanvoerder: Feyenoord betaalt de prijs

Timon Wellenreuther mist zondagmiddag het thuisduel van Feyenoord met Go Ahead Eagles wegens te veel gele kaarten en dat voelt groter dan een schorsing. Niet omdat hij onmisbaar zou zijn zoals een spits met twintig goals, maar omdat hij iets doet wat keepers zelden doen: hij draagt de band. 

(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Timon Wellenreuther klaagt bij de scheidsrechter
Timon Wellenreuther klaagt bij de scheidsrechter

Als je als keeper aanvoerder bent, wordt elk moment dat je een grens opzoekt meteen een verhaal op zichzelf. Kenneth Perez benoemde het hardop bij ESPN: een keeper met vijf gele kaarten in februari is opvallend. Je kunt het wegzetten als temperament, maar bij Feyenoord gaat het inmiddels om een patroon dat zichtbaar wordt. Niet één keer commentaar, niet één keer tijdrekken, maar herhaling. Dat is precies wat in een topclub zwaarder gaat wegen, omdat de marge klein is en de ruis snel toeneemt.

FC Utrecht – Feyenoord als spiegelmoment voor Wellenreuther

De gele kaart tegen FC Utrecht viel volgens Robin van Persie in de categorie “onnodig”. Dat woord is belangrijk. Onnodig is niet hetzelfde als “pech” of “verkeerd moment”. Onnodig betekent: dit had je als aanvoerder moeten voelen aankomen.

Van Persie sprak er na afloop niet omheen. Hij zei dat hij zeker niet voor tijdrekken is en wees er ook op dat Wellenreuthers laatste drie gele kaarten te maken hadden met commentaar richting de scheidsrechter. Een aanvoerder heeft volgens Van Persie een streepje voor. Dat klinkt bijna ouderwets, maar in de praktijk betekent het simpelweg: jij hoort de temperatuur te bewaken, niet op te stoken.

Het is ook het punt waarop Perez’ irritatie raakt aan iets dat Feyenoord nu nodig heeft. Feyenoord zit in een fase waarin wedstrijden eerder stroef dan vanzelf gaan. Dan is rust een wapen en rust begint vaak bij de keeper: het tempo kiezen, het team neerzetten, het contact met de scheids doseren.

Keeper én aanvoerder: waarom het bij Feyenoord extra opvalt

In veel teams is de keeper een leider, maar niet de officiële aanvoerder. Dat is niet omdat keepers geen persoonlijkheid hebben, maar omdat ze letterlijk op afstand staan van het spel. Een aanvoerder moet voortdurend schakelen in kleine situaties: een moment na een duel, een ingooi, een opstootje op het middenveld. Een keeper ziet het, maar zit er niet bovenop en kan niet direct beklag doen bij de arbitrage.

Juist daarom wordt het bij Wellenreuthers rol zo zichtbaar als hij “aan” staat. Als hij zijn doel uit sprint, als hij in discussie gaat, als hij energie legt in randzaken. Het kan bevlogen ogen, maar het maakt Feyenoord ook voorspelbaar: tegenstanders weten dat ze hem kunnen prikkelen, scheidsrechters gaan hem herkennen, en het team voelt die spanning mee. Als je vijf keer geel pakt als keeper, komt er vanzelf een tweede laag bij: hoe ga je om met frustratie? Hoe neem je je elftal mee? Hoe voorkom je dat jij het middelpunt wordt?

Go Ahead Eagles en het moment voor Steven Benda

De schorsing komt op een moment dat Feyenoord geen extra gedoe kan gebruiken. Go Ahead Eagles is geen tegenstander waar je “even” doorheen rolt. Het is precies het soort wedstrijd waarin een keeper rust moet uitstralen. Het ligt in de lijn der verwachting dat Steven Benda zijn debuut maakt. Dat is meteen een test voor Feyenoord, maar ook voor Wellenreuther. Niet omdat Benda beter of slechter is, maar omdat een debuterende keeper automatisch anders coacht. Andere stem, andere timing, andere keuzes in het meevoetballen: een noodgedwongen roulatie omdat de aanvoerder te veel kaarten pakte.

En daar zit de kern. Als je aanvoerder bent, hoort je beschikbaarheid bijna een basisvoorwaarde te zijn. Zeker op de positie waar je als laatste schakel staat. Feyenoord kan best een keer rouleren, maar een schorsing voelt als zelf veroorzaakte instabiliteit.

Van Persie’s grens: discipline als onderdeel van Feyenoords herstel

Van Persie’s boodschap richting Wellenreuther is helder: je mag praten, je mag leiding geven, maar het moet functioneel blijven. Zijn kritiek ging niet over emotie op zich, maar over timing en herhaling. Dat past bij een trainer die controle wil terugbrengen in een ploeg die te vaak “in het moment” leeft.

Binnen zo’n plan is een keeper-aanvoerder bijna een ideaal profiel. Hij ziet het hele veld, kan lijnen uitzetten, kan kalmeren. Alleen dan moet hij ook de rol spelen die bij de band hoort: de scheids niet als tegenstander behandelen, geen kaarten verzamelen alsof het een middenvelder is, en vooral: het team niet laten meedrijven in zijn irritatie.

Salarissen scheidsrechters
Duurste Nederlandse voetballers