De kracht van NEC richting Ajax-uit uitgelegd
Inhoudsopgave
NEC heeft iets irritants gekregen voor tegenstanders: je kunt ze best een uur lang temmen, maar zelden écht uitschakelen. Zelfs als het spel stroef is, zelfs als een paar basisspelers nauwelijks in beeld komen, blijft er een gevoel hangen dat het nog gaat kantelen. Dat is geen magie en ook geen “geluk dat steeds terugkomt”. Het is een combinatie van selectie, fitheid, coaching en een bank die zich gedraagt alsof het basisspelers zijn.

Sparta–NEC als miniatuur van een groter patroon
De 1-1 dinsdagavond op Het Kasteel voelde als zo’n klassieke NEC-avond. Sparta had het lang goed voor elkaar, zeker in de eerste helft: weinig ruimte tussen de linies, weinig echte dreiging. NEC oogde tam, creativiteit ontbrak, en zonder een bepalende speler (zoals met het uitvallen van Chery) wordt dat nog zichtbaarder. Toch kantelde het beeld naarmate de wedstrijd vorderde.
Dat kwam niet alleen omdat Sparta vermoeider werd. Het kwam vooral omdat NEC een knop heeft die andere ploegen minder makkelijk vinden: drie, vier verse krachten erin gooien en niet slechter worden. Sterker nog, vaak wordt het beter. En je zag meteen wat dat doet met een wedstrijd: het tempo omhoog, de duels scherper, de druk meer naar voren. Sparta kreeg minder tijd om op adem te komen. NEC rook het.
De bank als wapen, niet als pleister
Veel clubs hebben wissels; weinig clubs hebben wissels die structureel een wedstrijd veranderen. Het verschil zit in de rolverdeling. Bij NEC lijkt het alsof de bank geen “reserve” is, maar een tweede blok dat exact weet wat er gevraagd wordt. Dat is deels kwaliteit, deels acceptatie.
Dat laatste is belangrijker dan vaak wordt gedacht. In een selectie met te veel ego’s krijg je gemopper als iemand op de bank zit. Dan valt iemand in met half energie, omdat hij zichzelf eigenlijk al te groot vindt voor zijn rol. Bij NEC zie je het omgekeerde: invallers ruiken kans. Dick Schreuder wisselt ook echt door, gunt rust, draait met spelers. Dat maakt de boodschap heel simpel: wie vandaag invalt en het verschil maakt, kan volgende week starten. Dus die bank is scherp, hongerig en betrokken.
En dat is precies waarom NEC in de slotfase zo vaak “over” tegenstanders heen komt. Niet omdat ze beter zijn in minuut 10, maar omdat ze in minuut 80 nog een versnelling hebben die niet uit vermoeidheid komt, maar uit verse benen met kwaliteit.
Fitheid is niet alleen rennen, het is durven blijven spelen
Er wordt snel gezegd: “NEC is fit.” Klopt. Alleen fitheid is in voetbal niet alleen dat je nog kunt sprinten. Fitheid is ook dat je nog durft te voetballen als je lichaam zegt dat het veilig is om in te zakken. NEC blijft juist energie steken in vooruit verdedigen, in drukmomenten, in het blijven aanspelen van middenvelders die onder druk staan.
Dat vraagt vertrouwen. Als je conditioneel in orde bent, durf je risico te nemen, omdat je weet dat je de volgende actie ook nog haalt. Dat zie je bij NEC terug in hoe ze blijven opschuiven en hoe ze aanvallen opnieuw starten. De intensiteit zakt niet automatisch weg zodra het plan A niet lukt. Plan B is: nog een beetje meer.
Schreuder en het gevoel van controle
Schreuder krijgt in dit verhaal vaak het label “coach die durft te wisselen”. Maar het gaat breder dan dat. NEC speelt met een soort basislogica die je in meerdere wedstrijden terugziet: ze willen je in de tweede helft laten twijfelen. Niet per se door in de eerste helft al te overdonderen, maar door je steeds opnieuw een probleem te geven.
Dat kan een andere speler zijn die ineens duels wint. Een andere looplijn. Een ander type bal in de diepte. Soms is het subtiel: een half stapje hoger druk zetten, een middenvelder die net iets agressiever doorschuift. Voor de tegenstander voelt het alsof het speelveld kleiner wordt. En als je dan ook nog moet reageren op die bank, gaat het in je hoofd sneller dan je benen.
De echte winst voor NEC zit in dat gevoel van controle: ze lijken niet in paniek te raken van een slechte fase. Dat is dodelijk in wedstrijden die kantelen op momentum.
Richting Ajax: de test is psychologisch
De komende wedstrijd tegen Ajax is interessant omdat het niet alleen een tactisch duel wordt, maar een wedstrijd van geduld en verleiding. Ajax zal een keuze moeten maken: ga je hoog druk zetten en het risico nemen dat NEC onder je druk uit voetbalt, of ga je compacter staan en loeren op die momenten dat NEC wat ruimte weggeeft?
Wat NEC inmiddels bewezen heeft: ze zijn niet bang voor die schaakpartij. Sterker nog, ze leven ervan. En ze hebben een voordeel dat veel subtopclubs niet hebben: ze kunnen 70 minuten “net niet” spelen en toch in de wedstrijd blijven, omdat ze weten wat er nog komt.
De vraag voor Ajax is dus niet alleen: hoe stop je NEC? De vraag is: hoe voorkom je dat je in minuut 75 ineens voelt dat je tegen twee elftallen speelt? Want dat gevoel – dat je nét één stap te laat bent – is precies waar NEC wedstrijden mee openbreekt.
Dit is het verschil tussen leuk seizoen en structurele stap
Als NEC dit volhoudt, gaat het verhaal ook veranderen. Dan is het niet meer “sympathieke subtop met een goede fase”, maar een club die structureel slim bouwt: selectie die klopt, bank die meedoet, spel dat in fases werkt. Dat maakt ze lastig in de Eredivisie, maar vooral gevaarlijk in wedstrijden waar details tellen.
Je hoeft niet elke week groots te spelen om punten te pakken. Je hoeft alleen te zorgen dat je in de laatste twintig minuten meer opties hebt dan de ander. NEC heeft die opties. En dat is waarom het zo vaak terugkomt.



