Verkopen of houden: PSV’s Pepi-dilemma draait om timing en lef
Inhoudsopgave
Ricardo Pepi had een kwartier nodig om het gesprek weer te openen. Invallen tegen sc Heerenveen, even zoeken, een afgekeurd doelpunt om warm te draaien en vlak voor tijd alsnog raak. Het soort moment waar PSV hem ooit voor haalde: in de zestien, één beweging, doelpunt. Daarna ging het niet eens meer over die goal, maar over de vraag die altijd volgt als een speler weer even glanst: wat moet PSV met hem deze zomer?
(Tekst gaat verder na de afbeelding)

In de Willy & René-PSV Podcast werd het hardop gezegd. René van de Kerkhof stelde de vraag of PSV hem dan niet moet verkopen, Willy antwoordde eigenlijk al voordat de zin af was: liever houden. Tenzij er “zo’n abnormaal bedrag van rond de veertig” op tafel komt. Dat zinnetje is het hele dilemma in een notendop. Pepi is waardevol als spits, maar hij is ook waardevol als product. En die twee waardes lopen niet altijd gelijk.
Een goal bij rentree zegt niet alles, maar wel genoeg
PSV weet als geen ander hoe dun de lijn is tussen hype en werkelijkheid. Pepi is geen speler die elke week tien keer een man voorbijgaat. Zijn waarde zit in iets simpelers: zijn neus voor de goal, zijn timing, het gemak waarmee hij een halve kans tot iets concreets maakt.
Daarom telt zo’n rentree-goal extra. Niet omdat het meteen bewijst dat hij een toptransfer waard is, maar omdat het herinnert aan zijn profiel. En precies dat profiel is schaarser dan het soms lijkt. Goede spitsen zijn duur, en spitsen die in één actie kunnen beslissen al helemaal.
Toch zit er direct een rem op de euforie. Pepi was net terug van een armblessure en kende eerder al pech met een knieblessure die hem een half seizoen kostte. Je kunt hem dus ook lezen als: hij is bepalend, maar niet altijd beschikbaar. Dat maakt de afweging lastiger, niet makkelijker.
PSV’s kernvraag: wanneer is Pepi op zijn hoogste waarde?
De discussie gaat vaak alsof het een gevoel is: “houden want hij scoort” versus “verkopen want winst.” In de praktijk is het een timingvraag. PSV moet inschatten wanneer Pepi het meeste waard is sportief en financieel.
Verkoop je nu, dan verkoop je op belofte en flitsen. Clubs betalen daar graag voor, zolang ze denken dat het plafond hoog is en het risico te managen. Verkoop je later, na een seizoen waarin Pepi écht een dragende spits is, dan kan zijn prijs hoger zijn én zijn status duidelijker. Alleen: dan moet hij dat seizoen wel spelen. Fit blijven. Wedstrijden aaneenrijgen. En dat blijft, zeker bij iemand met blessurepech, een gok.
Er zit nog een tweede laag in: PSV’s eigen ambities. Als je volgend jaar weer Champions League wil spelen, of verder wil komen, dan is een spits die goals kan maken geen luxe. Dan is het je fundament. En dan voelt “even cashen” plots als jezelf verzwakken.
Het verschil tussen Fulham en “de grote ploegen”
Pepi werd deze winter nadrukkelijk in verband gebracht met Fulham. Dat is geen kleine club, maar het is wel een stap die vragen oproept. Willy van de Kerkhof zei het vrij droog: is Fulham een ploeg waar je graag naartoe wil? Daar zit een herkenbare logica achter. Voor spelers is de Premier League vaak het einddoel, maar niet elke Premier League-stap is een stap omhoog.
Pepi’s route kan ook anders zijn. Als hij bij PSV een seizoen lang laat zien dat hij in Europa én in de Eredivisie beslissend kan zijn, wordt hij automatisch interessanter voor grotere clubs dan de subtop van Engeland. Dan ga je praten over ploegen die hem niet alleen halen voor de breedte, maar voor een rol met status.
Daarom is “blijven” voor Pepi niet per se stilstaan. Het kan ook een strategische keuze zijn: eerst domineren, dan kiezen. PSV weet dat. En Pepi zelf ook, als hij eerlijk kijkt naar zijn eigen ontwikkeling.
PSV’s belang is helder: sportieve zekerheid is ook geld waard
Een club kan een speler verkopen en dat “goed beleid” noemen, maar als je daarna punten laat liggen omdat je de goals kwijt bent, betaal je alsnog. Champions League-inkomsten, prestige, aantrekkingskracht op andere spelers: dat zijn ook euro’s, alleen staan ze niet op het transferformulier.
PSV moet dus een prijs plakken op sportieve zekerheid. Hoeveel is het waard om Pepi te houden als hij je twintig goals kan geven? Hoeveel is het waard om niet opnieuw een spits te moeten vinden die meteen past? En hoeveel risico wil je dragen als je weet dat zijn lichaam al een paar keer roet in het eten gooide?
Je voelt hier ook waarom het woord “abnormaal” in die podcast viel. Bij een normaal bod kun je nog zeggen: laten we het nog een jaar aankijken. Bij een bedrag richting veertig miljoen verandert alles. Dan gaat het niet alleen om Pepi, maar om wat PSV met dat geld kan doen: meerdere posities versterken, een selectie verbreden, slimmer spreiden.
En Pepi zelf? Die heeft ook een stem
In dit soort discussies wordt vaak gedaan alsof de club alleen beslist. Maar Pepi’s wens is uiteindelijk net zo bepalend. Als hij zelf droomt van Engeland en de eerste serieuze kans komt, wordt het lastig om hem tegen te houden. Willy zei dat ook: als een speler weg wil, houd je hem niet tegen.
Alleen: spelers willen ook garanties. Minuten. Een plan. Een trainer die hen ziet. Bij PSV krijgt Pepi een omgeving waarin hij zich kan meten met topwedstrijden, zonder dat hij meteen in een ratrace belandt. Voor sommige spelers is dat aantrekkelijker dan “nu al naar Engeland”.
Dus zelfs als er interesse komt, is de uitkomst niet automatisch vertrek. Het hangt af van de club die belt, het verhaal dat ze vertellen, en of Pepi dat verhaal gelooft.
De realiteit: PSV moet kiezen zonder perfecte informatie
Het lastige aan Pepi is dat PSV eigenlijk maar één ding zeker weet: als hij fit is, kan hij goals maken. De rest blijft gokken. Hoeveel wedstrijden speelt hij volgend seizoen? Wordt hij echt eerste spits? Past het in het plan van Bosz of een eventuele volgende trainer? En wat doet de markt?
Daarom is het een dilemma dat niet in februari wordt opgelost, ook al klinkt het nu alweer in podcasts en op sociale media. PSV zal de komende maanden vooral willen zien: hoe komt Pepi door deze periode heen, hoe ziet hij eruit in trainingen, hoe reageert hij op belasting, hoe constant is hij.
En ergens is dat ook wel mooi. Een spits die na een maand blessure terugkomt en meteen scoort, dwingt je weer om serieus te kijken. Niet naar de hype, maar naar de kern: dit is iemand die verschil kan maken. De vraag is alleen of PSV dat verschil komende zomer verkoopt, of nog één seizoen vasthoudt om het zelf te voelen.



