Niet iedere wereldkampioen draait om doelpunten van de spits
Inhoudsopgave
Donyell Malen kan nog niet overtuigen in de spitsenpositie van Oranje. Een gebrek aan afgeronde kansen lijkt een terugkerend thema. Toch zegt dat niet alles over het mogelijke succes van het Nederlands elftal op het aankomende WK.
(Tekst gaat verder na de afbeelding)

De discussie die telkens terugkomt
Richting een groot toernooi wordt er vaak naar dezelfde statistieken gekeken. Hoeveel kansen creëert een ploeg? Hoeveel doelpunten maakt de spits? En misschien nog belangrijker: hoeveel kansen blijven onbenut? Ook rond Oranje klinkt die discussie momenteel nadrukkelijk. Het Nederlands elftal krijgt kritiek op het rendement voor het doel en spelers als Donyell Malen worden regelmatig genoemd wanneer het gaat over gemiste kansen.
Dat is begrijpelijk. Doelpunten beslissen wedstrijden. Toch leert de geschiedenis van grote toernooien dat de relatie tussen scorende aanvallers en eindsucces minder rechtlijnig is dan vaak wordt gedacht. Soms bewijst een wereldkampioen juist het tegenovergestelde.
Het opmerkelijke WK van Giroud
Een van de opvallendste voorbeelden kwam van Frankrijk tijdens het WK van 2018. Olivier Giroud begon zeven wedstrijden in de basis en speelde een belangrijke rol in de route naar de wereldtitel. Op papier lijkt dat een klassiek succesverhaal van een spits in een kampioensploeg.
Maar er zat een opvallend detail achter. Giroud noteerde tijdens het hele toernooi geen enkel schot op doel. Niet in de groepsfase, niet in de knock-outfase en ook niet in de finale. Voor een spits van een wereldkampioen klinkt dat bijna onmogelijk. Toch werd Frankrijk wereldkampioen.
Hoe kan een spits zonder schoten belangrijk zijn?
Dat lijkt tegenstrijdig, maar zegt vooral iets over hoe moderne toernooiploegen functioneren. Een aanvaller wordt vaak beoordeeld op doelpunten en assists. Coaches kijken echter naar een breder plaatje. Hoeveel ruimte creëert een speler? Hoe helpt hij bij het drukzetten? Welke verdedigers trekt hij uit positie? En hoe ondersteunt hij de spelers om zich heen?
Juist daarin lag de waarde van Giroud. Hij fungeerde als aanspeelpunt, hield verdedigers bezig en creëerde ruimte voor spelers als Kylian Mbappé en Antoine Griezmann, die uiteindelijk veel van de aanvallende productie voor hun rekening namen. Zijn bijdrage was zichtbaar in het functioneren van het team, ook al kwam die nauwelijks terug in de statistieken.
De les voor Oranje
Dat betekent niet dat Oranje zich geen zorgen hoeft te maken over het rendement voor het doel. Doelpunten blijven de belangrijkste valuta van het voetbal. Een ploeg die structureel kansen mist, loopt risico zodra de weerstand sterker wordt. Maar het betekent wel dat individuele cijfers soms een onvolledig beeld geven van de waarde van een aanvaller.
Een speler kan kansen missen en toch belangrijk zijn voor de manier waarop een elftal speelt. Hij kan verdedigers bezighouden, ruimtes openen of het tempo van aanvallen bepalen. Dat soort bijdragen zijn moeilijker meetbaar, maar verdwijnen niet omdat ze niet op het scoreformulier staan.
Toernooivoetbal beloont vaak andere kwaliteiten
Op een WK veranderen wedstrijden vaak van karakter. Waar in competitievoetbal ruimte ontstaat door het grote aantal wedstrijden, worden duels op eindtoernooien vaak gesloten en tactisch. Teams nemen minder risico's en momenten worden belangrijker.
Daardoor verschuift ook de rol van aanvallers. Niet iedere spits hoeft voortdurend te scoren. Soms is zijn belangrijkste taak om anderen in stelling te brengen. Soms draait het om balvastheid, loopacties of het ontregelen van een defensie. Frankrijk liet in 2018 zien dat zo'n benadering succesvol kan zijn.
Kritiek hoort erbij, maar vertelt niet het hele verhaal
De discussie rond Oranje zal voorlopig niet verdwijnen. Zeker niet wanneer kansen onbenut blijven en de doelpuntenproductie achterblijft bij de verwachtingen. Dat hoort bij een nationale ploeg die met ambities naar een WK gaat.
Toch is het goed om daarbij een bredere context te houden. Niet iedere aanvaller hoeft een topschutter te zijn om van waarde te zijn. En niet iedere wereldkampioen wordt gedragen door een spits die het scorebord vult. Het voorbeeld van Giroud laat dat misschien wel beter zien dan welk statistisch model dan ook.
Frankrijk won het WK met een spits die geen enkel schot op doel noteerde. Dat maakt gemiste kansen niet irrelevant. Maar het herinnert er wel aan dat toernooivoetbal soms anders werkt dan de logica van de wekelijkse competitie. En juist daarom zijn conclusies vlak voor een WK vaak minder definitief dan ze lijken.



