Slot kopje-onder door Dembélé, Barça strandt ondanks recordavond Frenkie
Inhoudsopgave
De Champions League-avond begon met hoop op twee remontadas, maar eindigde in twee pijnlijke uitschakelingen. Liverpool ging op Anfield onderuit tegen Paris Saint-Germain, waar Ousmane Dembélé met twee treffers de hoofdrol greep. In Madrid viel Barcelona ondanks een furieuze start alsnog om tegen Atlético. Voor Frenkie de Jong werd het daardoor een recordavond zonder glans.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Op Anfield hing vanaf de eerste minuut spanning in de lucht, maar niet meteen de storm waarop Liverpool had gehoopt. PSG opende juist scherper. Khvicha Kvaratskhelia testte vroeg Giorgi Mamardashvili en Dembélé kreeg in het eerste kwartier al twee grote kansen. Liverpool ontsnapte, groeide daarna langzaam in de wedstrijd en begon via Alexander Isak, Virgil van Dijk en later Milos Kerkez echt te voelen dat er iets in zat. Alleen kwam er steeds iets tussen.
Daar kwam nog een flinke tegenvaller bij toen Hugo Ekitiké na een nare enkelblessure per brancard van het veld moest. Mohamed Salah kwam daardoor al vroeg in de ploeg, maar ook met hem kreeg Liverpool het tweeluik niet echt opengebroken. De ploeg van Arne Slot werkte hard, joeg, duwde PSG terug en kreeg na rust via Cody Gakpo, Ryan Gravenberch en Kerkez een paar gevaarlijke momenten. Alleen bleef het allemaal net niet dwingend genoeg tegen een ploeg die zelden in paniek raakt.
Dembélé breekt Anfield in tweeën
Het moment waarop het geloof uit Anfield wegliep, viel na 72 minuten. Dembélé kreeg de bal van Kvaratskhelia, draaide open aan de rand van het strafschopgebied en schoot Liverpool de afgrond in: 0-1. De stand over twee duels liep daarmee op naar 0-3, en ineens voelde de opgave van Slot niet meer zwaar maar bijna onmenselijk.
Liverpool probeerde nog terug te komen. Er kwam zelfs kortstondig hoop toen de scheidsrechter naar de stip wees na licht contact bij Alexis Mac Allister, maar de VAR haalde daar terecht een streep door. Het was zo’n avond waarop alles wat Liverpool nodig had, steeds net buiten bereik bleef.
En het werd nog harder. In de slotfase sloeg PSG opnieuw toe. Invaller Bradley Barcola trok de bal terug, Dembélé dook weer op en maakte ook de 0-2. Daarmee maakte hij niet alleen de wedstrijd af, maar ook het laatste restje spanning. Slot stond erbij, Anfield zweeg en PSG wandelde met kille vanzelfsprekendheid de halve finale in.
Barça leek het tweeluik vroeg te kantelen
In Madrid begon Barcelona juist met vuur. De 0-2 uit de heenwedstrijd moest snel uitgewist worden en de ploeg van Hansi Flick gooide er meteen alles op. Binnen vier minuten lag de 0-1 er al in. Clément Lenglet ging opzichtig in de fout, Ferran Torres zette slim door en Lamine Yamal schoof koeltjes binnen. Atlético was wakker, maar wel meteen in de problemen.
Dat werd groter toen Barça na 24 minuten ook de 0-2 maakte. Dani Olmo gaf een heerlijke pass, Ferran Torres bleef koel in een lastige hoek en in een oogwenk was de schade uit het eerste duel weggepoetst. Het Metropolitano werd stil en Barcelona voelde weer even als de ploeg die de boel kon overnemen.
Alleen is Atlético in Europa zelden lang weg. Simeone’s ploeg wacht, lijdt, zuigt en slaat toe op het moment dat de wedstrijd vuiler wordt. Dat gebeurde ook nu. Na een half uur schakelde Atlético razendsnel om en tikte Ademola Lookman uit een voorzet van Marcos Llorente de 1-2 binnen. Daarmee kantelde het momentum weer. Niet volledig, maar wel genoeg om de wedstrijd opnieuw zwaar te maken voor Barça.
Frenkie evenaart Cocu, maar de avond krijgt geen glans
Na rust bleef Barcelona zoeken. Een goal van Ferran Torres werd afgekeurd wegens buitenspel, Yamal had weer een paar absurde acties in kleine ruimtes en Atlético-doelman Juan Musso hield zijn ploeg overeind op belangrijke momenten. Aan de andere kant moest Joan García twee keer knap redden om Barça in leven te houden.
De tijd begon daarna harder te tikken dan Barcelona lief was. Robert Lewandowski en Marcus Rashford kwamen erin, later ook Frenkie de Jong. Met zijn invalbeurt speelde Frenkie zijn 292ste wedstrijd voor Barcelona, precies genoeg om Phillip Cocu te evenaren als Nederlander met de meeste officiële duels voor de club. Een mooie mijlpaal, al voelde die vooral statistisch, want sportief liep het anders.
Met nog een kleine tien minuten op de klok ging Eric García in de fout. Na VAR-ingrijpen bleef de rode kaart staan en moest Barcelona met tien man verder. Dat was het moment waarop het tweeluik definitief uit de handen van Flicks ploeg glipte. Atlético hoefde daarna alleen nog maar dicht te timmeren, al liet Alexander Sørloth nog wel een reuzenkans liggen om het helemaal af te maken. Ronald Araujo kreeg nog een megakans op de 1-3, maar kopte over. Simeone kreeg opnieuw zijn gelijk tegen Barcelona in Europa, waar zijn ploeg al jaren een veel venijniger versie van zichzelf laat zien dan in La Liga.
Twee dromen, twee harde landingen
Zo eindigde de avond in twee verschillende stadions met dezelfde conclusie. Liverpool en Barcelona mochten allebei even geloven in een ommekeer, maar ontdekten opnieuw hoe meedogenloos deze ronde van de Champions League is. The Reds werden gesloopt door de koelte van Dembélé, Blaugrana liep zich stuk op Atlético’s vermogen om wedstrijden te vervormen.
Voor de Nederlandse blik bleef een dubbel beeld over. Frenkie bereikte een fraaie Barça-mijlpaal, maar vloog eruit. Slot, Van Dijk, Frimpong, Gravenberch en Gakpo zagen hun Europese droom op Anfield in rook opgaan. Boven alles hing de naam van Dembélé. Hij brak Liverpool eerst, en begroef het daarna helemaal.



