Tengstedt drukt zijn stempel: zo win je minuten bij Feyenoord
Inhoudsopgave
Feyenoord speelde woensdagmiddag een oefenwedstrijd tegen Lokeren en won met 2-0, maar het opvallendste zat niet in de uitslag. Dit was zo’n duel midden in het seizoen dat vooral iets zegt over de randen van je selectie. Basisspelers bleven aan de kant, het ritme was anders dan op een competitiezondag, en toch wil je er als speler iets uithalen. Casper Tengstedt deed dat het best zichtbaar: hij scoorde en gaf een assist, en was zo bij beide doelpunten direct betrokken.
(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Tenstedt in actie.
Dat maakt het ineens geen vrijblijvende middag meer. In een seizoen waarin je speelt om prijzen en punten, zijn zulke tussendoor-wedstrijden vaak de enige plek waar de tweede lijn echt minuten krijgt. Niet om te “testen” alsof het zomer is, maar om scherp te blijven. En om de staf een reden te geven om je ook in serieuze wedstrijden eerder te vertrouwen.
Waarom Feyenoord zo’n duel überhaupt speelt
Een oefenwedstrijd midden in het seizoen heeft meestal een simpele bedoeling: wedstrijdprikkels geven aan jongens die anders te weinig spelen, terwijl je je vaste kern spaart. RTV Rijnmond was aanwezig en meldde dat meerdere basisspelers ontbraken, zoals Luciano Valente, Anel Ahmedhodzic, Ayase Ueda en Tsuyoshi Watanabe. Het duel was ook niet bedoeld om Raheem Sterling aan minuten te helpen, want hij ontbrak eveneens.
Dat is veel afwezigheid tegelijk. En het maakt meteen duidelijk waar het om draait: wie buiten de basis staat, moet fit en bruikbaar blijven. Zeker als er later in het seizoen ineens een schorsing, blessure of druk schema komt. Dan wil je niet op dat moment pas ontdekken dat iemand wedstrijdritme mist.
Lokeren maakte het stroef, Feyenoord hield geduld
Lokeren, nummer negen van het tweede niveau in België, zorgde niet voor een open huis. Feyenoord kwam volgens Rijnmond moeizaam op gang en pas in het tweede bedrijf viel het kwartje. Dat klinkt herkenbaar voor dit soort wedstrijden: veel nieuwe combinaties, andere automatismen, spelers die elkaar net een halve seconde later vinden.
Juist dan valt op wie het tempo omhoog krijgt of beslissend kan zijn zonder dat het elftal al loopt als een machine. Feyenoord had niet de luxe van vaste patronen met de gebruikelijke namen, dus moet iemand het simpel maken. Een goal en een assist zijn dan de meest harde valuta die je kunt overleggen.
Tengstedt deed precies wat je in zo’n potje moet doen
Tengstedt was bij beide goals betrokken: hij maakte er één en leverde de assist bij de treffer van Tobias van den Elshout. Voor een spits is dat de snelste manier om jezelf op de kaart te zetten, zeker als het spel niet vanzelf gaat.
Maar het gaat niet alleen om cijfers. In een midden-in-het-seizoen oefenduel kijkt een staf ook naar houding en ‘wedstrijdgedrag’. Blijf je dezelfde loopacties maken als de bal een tijdje niet komt? Kun je iets forceren? Kies je de veilige oplossing op het juiste moment, of ga je juist lopen hobbyen omdat het “toch maar een oefenwedstrijd” is?
Dat Tengstedt in een wedstrijd die traag op gang kwam toch twee keer direct aan de basis stond van een goal, zegt in elk geval dat hij betrokken was bij wat Feyenoord wél goed deed. Het is het soort bijdrage dat je later terugziet in de pikorde: niet omdat één pot alles verandert, maar omdat het een concreet argument geeft.
Minutengevecht in februari is anders dan in juli
Het verschil met een voorbereiding is groot. In de zomer zijn plekken nog open en gaat het om indrukken. Midden in het seizoen zijn rollen veel meer vastgezet. Dan gaat het niet om: “word ik basisspeler?”, maar om: “krijg ik straks wél die invalbeurt?” of “ben ik de eerste optie als iemand uitvalt?”
Voor spelers in de tweede lijn zijn dit de momenten waarop je een kleine verschuiving kunt veroorzaken. Niet met mooie verhalen, maar met het gevoel dat je direct inzetbaar bent. Als je in zo’n wedstrijd onzichtbaar bent, is dat ook een signaal: blijkbaar is de afstand tot de basis nog groot. Als je beslissend bent, wordt die afstand in elk geval kleiner.
En dat is precies waarom coaches hier waarde aan hechten, ook al zullen ze dat na afloop vaak relativeren.
Wat Feyenoord hieraan heeft richting het drukke slotstuk
Feyenoord hoeft na een 2-0 tegen Lokeren niet ineens conclusies te trekken over niveau. Daar is de tegenstand niet voor. Maar de club kan wél iets meenemen richting de komende weken: wie kan het elftal straks even dragen als je moet rouleren?
Dat is geen luxe. In de fase waarin Europa, competitie en bekertoernooien door elkaar lopen, worden punten vaak gepakt met spelers die officieel “achter de basis” zitten. Dan heb je een selectie nodig die niet alleen breed is op papier, maar ook in wedstrijdfitheid.
Tengstedt leverde woensdagmiddag een praktisch antwoord: zet mij neer en ik kan iets beslissends doen, ook als het niet lekker loopt. Voor een speler die jaagt op minuten is dat misschien het meest effectieve statement dat je kunt maken.
En de afwezigheid van grote namen maakt dit soort verhalen extra scherp
Dat er veel basisspelers ontbraken en Sterling er ook niet was legt automatisch meer gewicht op de jongens die wél spelen. Niet omdat zij ineens moeten bewijzen dat ze “beter” zijn, maar omdat ze moeten laten zien dat de club op ze kan leunen.
Het blijft een tussendoorwedstrijd, ergens tussen serieuzere afspraken in. Maar voor spelers als Tengstedt is het ook een kans die je niet vaak krijgt: negentig minuten waarin je het verhaal kunt beïnvloeden. Hij deed dat met een goal en een assist.
En nu is het aan Feyenoord om te bepalen wat zo’n signaal waard is: een mooie voetnoot, of een reden om hem sneller in te zetten als het er écht om draait.
Sterling was er niet bij. De aanvaller kreeg veel over zich heen en Grealish nam het voor hem op.



