Bas van Noortwijk over Feyenoord: kampioen, crisis en confrontaties
Inhoudsopgave
In een nieuwe aflevering van de Sportnieuws.nl-podcast De Maaskantine ontvangt Robert Maaskant een bijzondere gast uit de voetballerij: Bas van Noortwijk. De oud-keeper speelde onder meer bij Willem II, SVV, Sparta en FC Utrecht, maar werd vooral een bekend gezicht als teammanager van Feyenoord. In de podcast kijkt hij terug op zijn spelersjaren, zijn route richting De Kuip en alles wat hij in Rotterdam meemaakte: van kampioenskoorts tot nachten waarin het voetbal ineens heel klein voelt.

Maaskant introduceert hem met een knipoog: “Jij bent ook één van de weinige teammanagers die al die trainers weggekregen heeft.” Van Noortwijk reageert droog: “Dat klopt. Een giga aantal trainers.”
Willem II, SVV en de ruzie met de vader van Maaskant
Het gesprek start bij het begin. Van Noortwijk komt uit Schiedam en werd in Schiedam geboren, waardoor de verwachting was dat hij bij SVV zou belanden. Zeker omdat de vader van Maaskant daar trainer was. Maar Van Noortwijk koos anders.
“Hij was meer boos op mij eigenlijk. Ik koos voor Willem II en hij wilde mij bij SVV hebben,” zegt Van Noortwijk. “Eigenwijs dat ik ben, daar ben ik nog steeds trouwens, koos ik voor Willem II.”
Maaskant kan het niet laten: “Doe vooral de groeten.” Van Noortwijk: “Ga ik zeker doen.”
Van zaakwaarnemer naar teammanager bij Feyenoord
Van Noortwijk legt uit hoe hij na zijn keeperscarrière in een andere rol in het voetbal terechtkwam. Eerst als zaakwaarnemer, maar die wereld beviel hem niet.
“Die wereld beviel me eigenlijk niet. Wel het omgaan met de spelers, maar niet wat er allemaal omheen zat,” vertelt hij.
Via Chris Woerts kwam hij bij Feyenoord in beeld. “Chris zei: ‘Hans Hagelstein, de toenmalige teammanager, die stopt ermee. Is dat wel wat voor jou?’ Zo is het gekomen.”
Teammanager bij Feyenoord: “Het meeste wat mensen zien, is dat formuliertje”
Maaskant wil weten hoe groot die functie inmiddels is geworden. Van Noortwijk schetst het verschil in aantallen stafleden door de jaren heen.
“Toen ik begon was het 2007… en wat de staf was, en wat de staf was toen ik wegging… dat is echt ongelooflijk,” zegt hij.
En hij benadrukt dat de buitenkant maar een klein deel laat zien. “Het meeste wat mensen zien is natuurlijk dat je op de bank zit en een formuliertje invult. Maar dat is het minst interessant.”
Maaskant herkent het gedoe rond wissels meteen. Van Noortwijk ook: “Die trainers gaan dan altijd overleggen van wie eruit moet en wie erin gaat. Alleen vertellen ze dat niet tegen jou en dan roepen ze: ‘Wisselen.’ Ja, wie?”
Alles regelen rondom het voetbal: bus, ovens en details waar niemand aan denkt
Van Noortwijk vertelt dat je als teammanager aan alles denkt wat het voetbal moet ondersteunen. Zelfs de spelersbus.
“De bus waar ze nu in rijden, die heb ik uitgezocht met de busonderneming,” zegt hij. “Dat zijn investeringen van een tonnetje of vijf.”
Hij noemt details die voor de buitenwereld onzichtbaar zijn: “Zo comfortabel mogelijk naar wedstrijden: veel beenruimte, achterover liggen, tafeltjes.” En dan die ene klassieker: “Geen tafel meer achter in de bus, want dat zit ongemakkelijk. Kaarten doen ze toch nooit.”
Maar in de praktijk ging het anders. “Bus wordt geleverd. Waar is de tafel voor kaarten? ‘Zeggen jullie kaarten nooit?’ ‘Ja, maar nu wel.’”
Ook het eten na wedstrijden komt langs. “Er zaten zelfs twee ovens in,” vertelt hij. “De chauffeur zet de ovens aan en op het moment dat ze de bus ingaan, krijgen ze die bekende maaltijd om die koolhydraten weer aan te vullen.”
Supporters bij de bus: “Je voelt je niet zo prettig”
Maaskant vraagt door op de realiteit bij Feyenoord: de spanning, de woede, de momenten dat het misgaat. Van Noortwijk vertelt hoe het is als supporters na een nederlaag op je staan te wachten.
“Je zit in die bus en dan word je gebeld: ‘Er staan er een paar vriendelijk op jullie te wachten’,” zegt hij. En dan volgt overleg: uitwijken of doorrijden.
Hij is eerlijk over het gevoel: “Als ze van die reukbommen onder die bus gooien, dat is leuk, maar dat komt ook naar binnen. Je voelt je niet zo prettig.”
En wat je ziet als je uitstapt, vergeet je niet. “Als je voor je kijkt, dan zie je alleen maar woede, haat. Voor mij onbegrijpelijk.”
Maaskant vraagt wie dan als eerste uitstapt. Van Noortwijk: “Je bent de contactpersoon voor de politie.” En hij noemt meteen één vaste naam: “Er was maar één hulp in mijn bus: Justin Bijlow. Justin kent al die gasten.”
Dick Advocaat en zijn gevoelige kant: “Dat wil wat zeggen”
Het gesprek schuift naar actualiteit. Advocaat stopte bij Curaçao vanwege de gezondheid van zijn dochter. Van Noortwijk reageert persoonlijk en warm.
“In de eerste instantie is het vervelend voor zijn dochter,” zegt hij. “Dat een ziekte zo ernstig is dat Dick het voetbal op moet zeggen. Dat wil wat zeggen. Dat is niet zomaar iets.”
Over Advocaat als mens zegt hij: “Dick is heel gevoelig. Zeker op dat gebied, maar eigenlijk op alle gebieden.” En tegelijk: “Op voetbalgebied is hij een bikkelhard.”
Sjaak Troost en de onrust bij Feyenoord: “Ik kan me voorstellen dat je denkt: dat had anders gemoeten”
Maaskant vraagt naar de situatie bij Feyenoord en het vertrek van Sjaak Troost uit de RvC. Van Noortwijk nuanceert en kijkt vooral naar verantwoordelijkheid.
“Ik kom prima met Sjaak door de bocht,” zegt hij. Over Troost: “Hij is verantwoordelijk voor het technische gedeelte in die RvC.”
En dan komt de kern: “Als je kijkt hoe dat na Slot gegaan is, dan denk je: daar zijn wel wat foutjes gemaakt. Of dat alleen met Sjaak te maken heeft… maar hij is verantwoordelijk voor het technische gedeelte.”
Van Noortwijk begrijpt dat zo’n rol slijt: “Als die termijn toch al afloopt… en de kritiek neemt toe… dan kan ik me voorstellen dat je zegt: ik stop ermee.”
De botsing met Gertjan Verbeek: “Als je denkt dat je hier wat te vertellen hebt, heb je het mis”
Bij het onderwerp trainers verandert de toon. Maaskant begint ermee: Verbeek kwam met evaluatieformulieren. Van Noortwijk zegt meteen: “Ik ga over Gertjan beginnen. Hoe lang hebben we nog? Een uur of vier?”
Hij noemt een concreet voorbeeld waarin communicatie misging. “Na een wedstrijd zei hij dat de volgende dag geen training was. Alleen hij zei dat tussen de groep in.” Gevolg: “De ene helft hoorde het wel en de andere helft niet.”
Van Noortwijk vertelt hoe hij op maandagochtend spelers zag binnenkomen terwijl anderen en de trainer ontbraken. “Ik ben gaan informeren. Bleek dat hij ze vrijgegeven had. Alleen de ene helft wist het wel en de andere helft niet.”
Tijdens een evaluatiegesprek liep het vervolgens hoog op. “Hij zegt opeens: ‘Jij hebt commentaar op mij gehad.’” Van Noortwijk: “Vind je dat gek?”
En dan de uitspraak die voor hem alles typeert: “Hij zei: ‘Als je dat nog één keer doet, ontsla ik je.’” Van Noortwijk reageerde direct: “Dan moet je niet tegen mij gaan dreigen. Ik zei: ‘Als jij denkt dat je hier wat te vertellen hebt, heb je het goed mis, vriend.’”
Hij sluit af met wat het voor hem betekende: “Als hij blijft, dan stop ik er aan het eind van het seizoen mee.”
Anekdotes over Pellè, Karsdorp en Guidetti: Ferrari’s, flitsers en bravoure
De podcast zit vol verhalen die je normaal alleen in besloten kring hoort.
Graziano Pellè: “Je kan beter een chauffeur inhuren”
Pellè kreeg volgens Van Noortwijk stapels bekeuringen. “Hij reed over de A4 en daar hangen camera’s,” zegt hij. “Niet alleen heenweg, ook terugweg.”
Van Noortwijk probeerde het praktisch te maken: “Ik zei: je kan beter een chauffeur inhuren, want die is goedkoper dan al die bekeuringen.”
En dan die Ferrari. “Er stond een Ferrari op het plein voor het stadion.” Pellè: “‘Is van mij.’” Van Noortwijk: “Jij gaat echt niet met die Ferrari.” Hij nam de sleutel in: “Hier, die sleutel.”
Rick Karsdorp: “Niet meer doen, dan hebben we echt een probleem”
Karsdorp wilde met zijn eigen Porsche komen. Van Noortwijk zag de auto staan, maakte een foto en legde die voor. “Ik zei: wat is dat voor wagen?” Karsdorp schrok. “Niet in de maling nemen.” Van Noortwijk: “Ik kom overal achter.”
John Guidetti: “Zweden tegen Nederland”
Guidetti noemt Van Noortwijk juist als positieve energie. “Die was helemaal gek,” zegt hij. “Zweden tegen Nederland. Alles was tegen hem. Interesseerde hem geen reet. Hij bleef iedereen uitdagen.”
Zware momenten: Carlo de Leeuw en de rit met Patrick Lodewijks
Het gesprek wordt stiller als Van Noortwijk vertelt over verlies. Over Carlo de Leeuw zegt hij simpel: “Het overlijden van Carlo… dat was een vriend van me.”
En over Patrick Lodewijks beschrijft hij een dag die hij nooit vergeet: “Toen kwam het bericht binnen dat zijn vrouw is overleden door een auto-ongeluk. Toen moesten we dat gaan vertellen.”
Daarna kwam de praktische realiteit, terwijl niemand daar klaar voor is. “Die jongen kon niet naar huis rijden,” zegt hij. “Dus wie gaat hem dan naar huis rijden? Dat waren Sarida en ik.” Hij noemt het zonder opsmuk: “Dat was de lastigste autorit die ik ooit gemaakt heb.”
Kampioen met Feyenoord: Excelsior, Heracles en de Coolsingel
De mooiste herinneringen zitten voor Van Noortwijk in het kampioensjaar onder Giovanni van Bronckhorst. Hij noemt de spanning rond de laatste weken.
“De één na laatste wedstrijd tegen Excelsior… gingen we er gewoon af,” zegt hij. En daarna kwam de druk op Heracles thuis: “Een volle Kuip, totaal podium.”
Over de huldiging is hij nuchter én eerlijk over zijn rol: “Op dat bord mogen maar beperkt aantal mensen.” En wie het moest regelen? “Drie keer raden wie moest regelen wie erop mocht en wie eraf mocht.”
Maar het moment zelf blijft bijzonder. “Dat is wel iets wat spelers nooit meer vergeten,” zegt hij over de Coolsingel.
Robin van Persie als trainer van Feyenoord en Justin Bijlow richting Oranje
Maaskant legt stellingen voor. Over Robin van Persie als juiste man voor Feyenoord is Van Noortwijk duidelijk: “Eens.”
Hij ziet potentie, maar plaatst er een randvoorwaarde bij: “Ik denk dat hij het inzicht heeft om een goede coach te worden. Of hij dat al is, dat is wat anders.” En hij voegt toe: “Hij moet soms iets meer luisteren naar andere coaches en medische staf.”
Over Bijlow is hij ook uitgesproken: “Justin is een geweldige keeper.” Hij noemt concreet waarom: “Hij heerst in het zestienmetergebied. Heeft een goede trap, goede reactie.”
En dan de voorwaarde die alles bepaalt: “Hij moet wel fit zijn.”



