Waarom Feyenoords blessurestilte juist onrust kan maken
Inhoudsopgave
Feyenoord zegt het voortaan niet meer: geen termijn, geen diagnose, soms zelfs geen hint. De club wil geen informatie meer delen over de aard of de duur van blessures, zo werd dinsdagavond gemeld. Juist omdat Feyenoord dit midden in het seizoen doet, schuift een medische update ineens van ‘bijzaak’ naar gespreksonderwerp.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Het begint onschuldig, met twee uitvallers tegen Go Ahead Eagles. Oussama Targhalline moet er na een harde overtreding al vroeg af, Sem Steijn valt later óók uit. Feyenoord wint wel (1-0), maar de volgende dag weet niemand buiten Varkenoord: wat is het, hoe lang duurt het, en wat betekent het voor het weekend?
Feyenoord – Go Ahead (1-0): één moment, twee verhalen
Blessures hebben altijd twee levens. Het ene is het echte: scans, belastbaarheid, gevoel in een spier of enkel. Het andere is het publieke leven: beelden, geruchten, interpretaties. Als een club het tweede leven niet meer voedt met basisinformatie, gaat het zich vanzelf vullen met aannames.
Dat zie je snel. Targhalline gaat er binnen twintig minuten af. Steijn komt erin en gaat er ook weer af. In de dagen erna is de vraag niet alleen “halen ze de volgende wedstrijd?”, maar ook: “waarom horen we niets?” En precies daar ontstaat onrust. Niet omdat mensen recht hebben op medische dossiers, maar omdat voetbal nou eenmaal draait op verwachtingen. Selectie-updates zijn brandstof voor die verwachting.
Het mini-kamp in België en de timing rond Sterling
De timing maakt het extra gevoelig. Feyenoord gaat kort naar België, onder meer zodat Raheem Sterling kan meetrainen terwijl zijn werkvergunning nog niet rond is. Dat is al een onderwerp waar supporters en analisten iets van vinden: slim, creatief, of op het randje.
Als je dan óók nog zegt: “over blessures vertellen we niks meer”, voelt het voor de buitenwereld alsof Feyenoord de luiken dichtgooit op meerdere fronten. Dat hoeft niet zo te zijn — het kan puur beleid zijn — maar de optelsom werkt wel zo. En je merkt: elke stilte wordt sneller gelezen als strategie.
Waarom clubs dit doen: tegenstanders, ruis en bescherming
Er zit een logica achter. Trainers willen tegenstanders minder munitie geven. Een twijfelgeval op het middenveld kan invloed hebben op hoe FC Utrecht of Ajax zich voorbereidt. In Europa is het ook niet nieuw: veel clubs communiceren minimaal, zeker bij spierblessures, omdat “twee weken” al snel “vier” wordt en je dan weer een nieuwe discussie hebt.
Er is nóg een reden die binnen clubs vaak zwaarder weegt dan mensen denken: bescherming van de speler. Een label (“hamstring”, “enkelband”) reist snel, blijft hangen en wordt soms een stempel. Zeker bij spelers die net binnen zijn of nog hun plek zoeken, kan dat onnodig druk geven.
Transparantie als ruilmiddel: je wint informatie, je verliest regie
Het paradoxale is dat minder zeggen niet automatisch minder gesprek oplevert. Het levert vaak méér gesprek op, maar minder gestuurd. In plaats van één korte update (“Steijn mist het weekend, daarna zien we wel”) krijg je vijf varianten: een oud-blessureverhaal, een foto van krukken, een ‘bron’ op social media, en een persmoment waarin iemand de lichaamstaal van Van Persie gaat duiden.
Dat is geen ramp, maar het kost wél regie. Feyenoord kan straks volledig gelijk hebben dat het rustiger is binnen de selectie, terwijl het buiten de club juist rommeliger wordt en dat raakt ook de dagelijkse beleving van supporters. Mensen plannen uitwedstrijden, maken opstellingen in hun hoofd, beoordelen keuzes van de trainer. Als de club op dit punt dicht blijft, wordt elk basiselftal dat verschijnt een verrassing. Leuk, soms. Maar in een titelrace ook vermoeiend.
Titelrace en druk: waarom dit bij Feyenoord harder binnenkomt
Feyenoord staat tweede en heeft een kleine marge op Ajax. Dan is de vraag “wie is fit?” geen roddelrubriek, maar sportieve context. Niet omdat de tegenstander er recht op heeft, maar omdat de buitenwereld het spel wil begrijpen. Het is dus heel goed mogelijk dat Feyenoord met dit beleid rust wil creëren, maar tegelijk een nieuw soort spanning oproept: de spanning van het onbekende. En dat onbekende gaat niet weg. Het verhuist alleen: van het persbericht naar de tribune.



