De WK-droom van Mokio (17) en de realiteit bij Ajax
Inhoudsopgave
Jorthy Mokio is 17. Hij wordt binnenkort 18, al viert hij zijn verjaardag op 28 februari omdat hij op 29 februari is geboren. “Je mag me wel speciaal noemen,” zegt hij met een glimlach. Het klinkt luchtig. Maar wie beter luistert, hoort een jongen die sneller volwassen moet worden dan zijn leeftijd doet vermoeden.
Want Mokio stond al tussen Kevin De Bruyne en Romelu Lukaku in de kleedkamer van België. En daarna meldde hij zich weer bij de jeugd.

Tussen De Bruyne en Lukaku bij België
“Het was zeker bijzonder,” zegt Mokio over zijn debuut bij het A-elftal van België. “Die momenten krijg je niet altijd en ik ben wel dankbaar dat ik die stap heb kunnen zetten.”
Op de vraag wie er voor hem bovenuit stak, hoeft hij niet lang na te denken: “Kevin De Bruyne en Romelu Lukaku.” Dat zijn geen namen uit een jeugdtoernooi. Dat is de absolute top van het internationale voetbal.
Voor een jongen die bij Ajax nog geen vaste basisspeler is, is dat contrast groot. Hij weet dat zelf ook. Na die ervaring moest hij weer aansluiten bij de onder 21 – en zelfs onder 17. “Je probeert gewoon je best te doen bij elke categorie. Ook al kom je bij de onder 21, probeer je zo goed mogelijk te presteren en je 100% te geven.”
Dat klinkt professioneel. Maar het verschil in beleving is onvermijdelijk.
Binnen jeugdteams wordt dan naar je gekeken. De A-international. De jongen die al tussen wereldsterren stond. Mokio ontkent niet dat het anders voelt. “Het is zeker een ander gevoel. Maar de spelers rondom mij zijn er ook. Ze verdienen het.”
Er zit geen bravoure in zijn antwoorden. Eerder voorzichtigheid.
De WK-droom leeft – maar hoe dichtbij is die?
Dan komt de vraag die boven zijn interlandverhaal hangt: het WK.
Heeft hij stiekem hoop? “Jawel, ik heb zeker hoop op het WK. Dus ja, we gaan het zien.” Even later: “Dat is zeker een droom.”
Meer zegt hij niet. Geen grote uitspraken. Geen deadlines.
En dat is interessant. Want de Belgische concurrentie is moordend. België zit in een overgangsfase, maar de druk op jonge spelers is er niet minder om. Een paar goede maanden kunnen je omhoog duwen. Een mindere periode zet je weer terug.
Mokio weet hoe snel het kan gaan.
De realiteit bij Ajax: vertrouwen als sleutel
Bij Ajax is hij nog zoekende naar stabiliteit. Zijn debuut ligt anderhalf jaar achter hem. Sindsdien waren er pieken en dalen.
“Het is wel eerst een down geweest,” geeft hij eerlijk toe. “Ik denk gewoon 100% elke dag op de training 100% zijn. En wil jij gewoon de vraag stellen of je het elke dag wel 100% hebt gegeven.”
Hij spreekt in korte zinnen.
Wat hem het meest bezighoudt? Vertrouwen. “Ik denk dat vertrouwen wel het grootste deel is die ik moet hebben.”
Hij noemt zichzelf een “gevoelsjongen”. Als het goed zit, voelt hij dat meteen. “Als je op het veld staat dan voel je wel van: oh ik zit er lekker in of ik zit er niet lekker in.” Maar andersom geldt dat ook.
Na een wedstrijd tegen Excelsior, waarin Ajax een voorsprong weggaf, werd hij genoemd bij een tegendoelpunt. Even niet opletten. Hoe vaak gebeurt dat? “Misschien twee, drie keer ofzo. Maar dat is alleen maar als ik echt op ben.”
Dat soort momenten maken het verschil tussen talent en vaste waarde. Zeker op zijn positie, waar balverlies direct gevaar betekent. “Als ik zoiets wil doen en dan leid ik balverlies, kan het misschien gelijk prijs zijn. Dus zo veel mogelijk makkelijk spelen.”
Het is de taal van een speler die weet dat risico’s anders worden beoordeeld als je 17 bent.
De dunne lijn tussen hype en houvast
In België werd hij na zijn interlanddebuut breed uitgemeten. In Amsterdam leeft hij in een ploeg waar hij soms start, vaak invalt. “Als ik moet invallen, probeer ik de tweede helft energie te brengen en het team te helpen.”
Sommige spelers geven aan dat ze niet goed kunnen invallen. Hij niet. “Het is gewoon die klik omzetten en kijken wat voor wedstrijd het is.”
Toch blijft het zoeken naar continuïteit. Hij zegt het zelf eigenlijk het duidelijkst: “Soms gaat het wel mijn kant op, soms niet. Dan laat ik wel een hoofdje hangen, maar dan ga ik wel verder.”
Dat is geen volmaakte mentaliteit. Het is een ontwikkeling.
En misschien zit daar de echte vraag richting het WK. Niet of hij talent heeft. Dat staat vast. Niet of hij al heeft geproefd aan het hoogste niveau. Dat deed hij.
De vraag is of hij bij Ajax weken achter elkaar kan laten zien dat hij 90 minuten lang scherp is. Of hij die momenten van concentratieverlies kan beperken. Of hij het vertrouwen kan vasthouden als het even tegenzit.
Hij wordt binnenkort 18. Volwassen, officieel.
Maar zijn carrière zit nog in een fase waarin alles beweegt. België kijkt mee. Ajax ook. Het WK is een droom. De basis ligt in Amsterdam.
Of zoals hij zelf zegt: “Expect the expected. We gaan het zien.”
Leestip: De transfer die NEC veranderde: achter de schermen rond Kodai Sano




