De opbouw van Tomiyasu roept bij Ajax lastige vragen op
Inhoudsopgave
Takehiro Tomiyasu was tegen Sparta Rotterdam een van de opvallendste namen op het veld, juist omdat hij in één avond iets zichtbaar maakte wat al weken onder de oppervlakte lag. Niet alleen zijn niveau viel op, maar vooral de route ernaartoe. Een speler die maandenlang mondjesmaat werd gebracht, stond ineens in de basis en hield het 69 minuten vol. Dan gaat het gesprek vanzelf verder dan alleen zijn optreden.
(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Dat gesprek gaat nu over regie. Over wie binnen Ajax eigenlijk bepaalde wanneer Tomiyasu klaar was voor meer. Over de vraag of zijn belastingsopbouw vooral medisch werd gestuurd, of dat trainers daar toch meer invloed op hadden dan naar buiten werd gesuggereerd. En ook over iets anders: hoe geloofwaardig het vorige beleid nog oogt nu hij ineens wél een serieuze belasting aankon.
Tomiyasu zelf hield het na afloop netjes en klein. Hij zei tegen het Algemeen Dagblad dat hij nog veel beter kan en dat hij er na ruim een uur “helemaal doorheen” zat. Dat is op zichzelf geen gekke boodschap. Een speler die sinds mei 2024 niet meer in de basis had gestaan in een officiële wedstrijd, hoeft niet direct negentig minuten topfit te zijn. Alleen wringt het daar ook niet. Het wringt in het contrast.
Ajax zag bij Sparta ineens een andere Tomiyasu
Wie de minuten van Tomiyasu in de weken ervoor erbij pakt, ziet geen vloeiende lijn die vanzelf uitkomt bij een basisplaats tegen Sparta. Tien minuten hier, nul daar, dan weer een korte invalbeurt, dan helemaal niets. Intussen werd Owen Wijndal gebruikt, vaak ook in wedstrijden waarin Ajax zichtbaar controle of defensieve zekerheid miste. Daardoor voelt deze stap niet als een logische volgende halte, maar als een abrupte bocht.
Dat beeld leeft ook buiten de club. In de reacties onder het interview ging het nauwelijks alleen over zijn optreden. Veel meer ging het over de fase daarvoor. Waarom kon hij nu ineens bijna zeventig minuten spelen? Waarom werd hij eerder soms maar twee, tien of vijftien minuten gebruikt? En als hij fysiek inderdaad pas nu op dit punt was, waarom oogde de communicatie daarover dan zo onhelder?
Daar zit de gevoeligheid. Niet omdat iedere opbouw in rechte lijnen moet verlopen, want zo werkt topsport zelden. Spelers herstellen in schokken. Een lichaam reageert de ene week anders dan de andere. Oefenduels en trainingsbelasting wegen mee. Dat is allemaal waar. Alleen: juist daarom is transparantie belangrijk. Als het proces grillig is, moet de uitleg scherp zijn. Die scherpte ontbrak.
De rol van Fred Grim blijft boven Ajax hangen
Bij dit soort dossiers komt al snel de neiging op om één schuldige aan te wijzen. Dat is meestal te simpel. Toch valt niet te ontkennen dat de naam van Fred Grim in deze discussie blijft terugkomen. Niet alleen omdat supporters hem verantwoordelijk houden voor het feit dat Wijndal lang de voorkeur kreeg, maar ook omdat zijn keuzes achteraf moeilijker uit te leggen zijn geworden.
Dat betekent niet automatisch dat Grim roekeloos of onkundig handelde. Bij een speler met de blessuregeschiedenis van Tomiyasu is voorzichtigheid logisch. Misschien zelfs noodzakelijk. Het zou vreemd zijn als de medische staf daarin geen grote stem had gehad. Binnen profclubs worden dit soort beslissingen zelden door één trainer alleen genomen. Daar zitten artsen, fysio’s en performance-specialisten tussen.
Maar precies daar begint de twijfel. Als die opbouw inderdaad zo zorgvuldig en gezamenlijk was, waarom oogt de sprong van korte invalbeurten naar een basisplaats dan zo groot? En als het vooral een medische kwestie was, waarom bleef uitgerekend na de trainerswissel het beeld hangen dat Tomiyasu ineens sneller door de deur liep?
Dat hoeft geen bewijs te zijn van een fout. Wel van een slecht uitgelegd proces. En in een seizoen als dit, waarin bij Ajax op meerdere plekken aan keuzes is getwijfeld, wordt ook een medisch verhaal al snel een bestuurlijk verhaal.
Óscar García veranderde meteen ook de beeldvorming
De komst van Óscar García heeft daarbij een merkwaardig effect gehad. Niet alleen op het veld, waar Ajax tegen Sparta energieker en feller oogde, maar ook in hoe eerdere keuzes worden beoordeeld. Een nieuwe trainer die een speler direct opstelt, verandert automatisch het oordeel over de trainer daarvoor. Zeker als die speler vervolgens goed speelt.
Tomiyasu was tegen Sparta niet foutloos. In de openingsfase oogde hij nog wat onwennig, wat logisch is na zo’n lange aanloop. Daarna zag je wel waarom Ajax hem gehaald heeft. Rust aan de bal. Kracht in duels. Timing in het doordekken. Een speler die om hem heen iets ordent. Dat is lastig te meten in losse stats, maar goed zichtbaar als je naar de lijn achter hem kijkt.
Zo’n optreden maakt het oude verhaal kwetsbaar. Want hoe beter Tomiyasu oogde, hoe sneller de vraag terugkomt waarom hij niet eerder een grotere rol kreeg. Dat is misschien niet helemaal eerlijk richting de vorige staf, maar wel begrijpelijk. Voetbalpubliek redeneert vaak vanuit wat het net heeft gezien. En wat het nu zag, was een back die Ajax zichtbaar meer gaf dan zijn voorganger.
Richting Feyenoord wordt Tomiyasu ineens meer dan een linksback
Daardoor schuift de discussie ook al door naar volgende week, naar De Kuip. Daar wordt Tomiyasu niet alleen een naam op het wedstrijdformulier, maar ook een testgeval. Kan hij opnieuw starten? Kan hij langer spelen? Blijft Ajax hem op deze manier gebruiken? En misschien nog interessanter: durft de club nu echt op hem te bouwen, of was Sparta een tussenstap in een voorzichtig plan dat nog steeds wordt bewaakt?
Dat zijn geen kleine vragen, omdat Ajax in deze fase elk houvast nodig heeft. Tomiyasu brengt ervaring, rust en een soort volwassenheid die in deze selectie niet overal vanzelfsprekend is. Juist daarom is zijn inzetbaarheid meer dan een detail. Het raakt de sportieve keuzes voor de laatste fase van het seizoen én de bredere beoordeling van hoe Ajax intern werkt.
Er zit nog een laag onder. Tomiyasu heeft na dit seizoen weer een transfervrije status en wilde daar nu niet op vooruitlopen. Begrijpelijk. Maar ook dat maakt de timing gevoelig. Als Ajax in hem een speler ziet die de ploeg meteen beter maakt, dan moet het ook weten of het hem fysiek echt kan vertrouwen. Dat onderzoek gebeurt deels op het veld, in echte wedstrijden, onder echte druk. Misschien is dat nu pas begonnen.
Ajax moet in deze kwestie vooral duidelijker worden
Het meest opvallende aan de Tomiyasu-kwestie is misschien wel dat er meerdere verklaringen tegelijk plausibel zijn. Het kan best zo zijn dat zijn belastingsopbouw medisch gezien precies volgens plan verliep. Het kan ook dat de vorige staf te voorzichtig was. En het is zelfs mogelijk dat García simpelweg eerder bereid was om die volgende stap te zetten zodra het nét kon.
We weten het niet precies. Dat is het punt.
En zolang Ajax daar geen helder verhaal bij heeft, blijven de vermoedens het gesprek overnemen. Dan ontstaat al snel het idee dat er eerder te behoudend is gehandeld, dat spelers niet optimaal zijn gebruikt, of dat intern verschillende lijnen door elkaar liepen. Misschien is dat niet volledig terecht. Maar een club krijgt zelden alleen last van fouten; ook onduidelijkheid kost vertrouwen.
Tomiyasu heeft Ajax tegen Sparta geholpen op het veld. Intussen heeft zijn basisplaats de club ook een ongemakkelijke spiegel voorgehouden. Niet omdat zijn optreden bewees dat alles daarvoor verkeerd was, maar omdat het liet zien hoe dun de scheidslijn soms is tussen zorgvuldig opbouwen en verwarrend sturen.
Volgende week in De Kuip wordt weer gekeken naar zijn passes, zijn duels en zijn fitheid. Terecht ook. Toch blijft er nog iets anders meekijken. De vraag wie bij Ajax eigenlijk de regie had over deze route. En of die regie onderweg misschien minder strak was dan een topclub zou willen.



