Kompany haalt Ku Klux Klan-gezangen aan na rel rond Vinicius
Inhoudsopgave
Vincent Kompany had zijn persconferentie bij Bayern München bijna volledig in het Duits afgewerkt, tot de vraag kwam over Real Madrid – Benfica. Toen schakelde hij over naar het Engels. “Zodat ik me correct kan uitdrukken.” Wat volgde, was geen standaardantwoord. Het werd een betoog van twaalf minuten. En vooral: een blik terug in de tijd.

De aanleiding was bekend. Tijdens de Champions League-wedstrijd tussen Real Madrid en Benfica zou Gianluca Prestianni het woord ‘mono’ hebben gebruikt richting Vinicius Junior. Aap betekent dat. De Braziliaan reageerde zichtbaar geëmotioneerd, weigerde even verder te spelen en moest worden gekalmeerd. José Mourinho verdedigde na afloop zijn speler en plaatste vraagtekens bij de viering van Vinicius.
Kompany keek verder dan dat moment alleen.
Real Madrid – Benfica als spiegel
“Er zijn een paar componenten aan dit verhaal: wat er gebeurt op het veld, wat er gebeurt met de fans én wat er na de wedstrijd gebeurt. Die moet je van mekaar scheiden.”
Dat onderscheid maakte hij bewust. Volgens Kompany ging het niet alleen over wat er mogelijk werd gezegd, maar ook over de reactie erna. “De reactie van Vini kan je niet faken. Dat zie je. Het is een emotionele reactie. Hij haalt er geen voordeel uit om naar de scheidsrechter te gaan en al die miserie op zijn schouders te nemen.”
Hij wees ook naar Kylian Mbappé, die zich na de match uitliet over wat hij had gehoord en gezien. Tegelijk ontkende de Benfica-speler. “Je hebt een speler die klaagt en een speler die ontkent. Tenzij die laatste toegeeft, is het een lastig geval.”
Op de tribunes, zo stelde Kompany, waren apengebaren zichtbaar. “Je ziet het gewoon.” Het incident stond dus niet op zichzelf. Het paste in een bredere context.
Daar begon zijn historische lijn.
Betis Sevilla 2005: “Zongen liedjes van de Ku Klux Klan”
Kompany haalde een wedstrijd uit 2005 aan, toen hij met Anderlecht op bezoek ging bij Real Betis. Hij was achttien of negentien. Samen met Cheick Tioté kreeg hij apengeluiden en racistische gezangen te horen.
“De fans van Betis stonden op de banken en zongen liedjes van de Ku Klux Klan, en deden apengeluiden na. Ik scoorde die match ook. Kwam het ook door mijn viering?”
Die laatste zin bleef even hangen.
Hij vertelde hoe het stadion toen reageerde. Niet iedereen deed mee. “De rest van het stadion begon de Ultra’s van Betis uit te jouwen. Er was een onderling duel tussen de fans. De wereld is niet perfect, maar er gingen wel mensen tegenin. Dat vond ik mooi.”
Het was een van de mooiste momenten uit zijn carrière, zei hij. Juist door die reactie.
Toch is de kern van zijn verhaal elders te vinden.
Club Brugge – Anderlecht: “Bruine apen”
Kompany bleef niet hangen in 2005. Hij maakte de sprong naar recentere jaren. Als trainer van Anderlecht trok hij naar Club Brugge. Wat daar gebeurde, klonk pijnlijk herkenbaar.
“Mijn staf en ik werden ‘bruine apen’ genoemd. Na mijn klacht ontstond er een hele polemiek om het verhaal te begraven. Er kwamen geen consequenties.”
Dat zinnetje — er kwamen geen consequenties — is veelzeggend.
“Ik heb een stem. Wat dan met de mensen zonder stem? Het gaat me niet om het incident, maar om wat er nadien gebeurt.”
Daarmee plaatste hij de rel rond Vinicius in een groter kader. Niet alleen de woorden op het veld zijn doorslaggevend, maar ook hoe clubs, bonden en leiders ermee omgaan.
Eusébio en de jaren zestig
Een ander moment in zijn betoog ging over José Mourinho, die de naam van Eusébio had aangehaald. Volgens Mourinho kan Benfica geen racistische club zijn omdat Eusébio de grootste speler uit de clubgeschiedenis is.
Kompany vond dat problematisch. “Weet je wat zwarte spelers in de sixties moesten doorstaan? Was hij erbij, toen Eusébio uitduels ging spelen?”
Hij verwees naar zijn vader. “Mijn vader is een zwarte man die in die tijd zijn weg probeerde te banen. De enige optie die ze wellicht hadden, was zwijgen en erboven staan.”
Volgens Kompany zit daar een essentieel verschil met vandaag. Vinicius hééft een platform. Hij kan spreken. Hij kan weigeren verder te spelen. Dat konden velen voor hem niet.
En precies daarom moet het voetbal, in zijn ogen, anders reageren.
Twintig jaar verder, en nu?
Kompany maakte geen grootse conclusie. Hij veroordeelde Mourinho niet als mens. “Ik ken trouwens niemand die iets slechts kan zeggen over José. Hij is een goed mens. Maar hier heeft hij een fout gemaakt.”
Zijn droom? Dat er ruimte is voor excuses als er effectief iets gezegd werd. “Sorry, ik heb een fout gemaakt.” Dat zou volgens hem impact moeten hebben op een eventuele straf.
Er zat geen boosheid in zijn stem, wel vermoeidheid. “Het duurt even om naar mekaar toe te groeien, maar het tegengestelde gebeurt. Mensen worden steeds meer in een bepaalde richting geduwd.”
Twintig jaar na Betis, enkele jaren na Club Brugge, en nu opnieuw een Champions League-avond met Vinicius in de hoofdrol.
De vraag die tussen zijn zinnen bleef hangen, werd niet expliciet gesteld. Maar ze was duidelijk hoorbaar: hoeveel is er werkelijk veranderd?



