Waarom racisme nog steeds een krantenkop is in plaats van een afgesloten hoofdstuk

Het statement van Gianni Infantino kwam snel. Naar aanleiding van het racisme-incident rond Vinícius Júnior sprak de FIFA-president opnieuw ferme woorden uit: racisme hoort niet thuis in het voetbal, daders moeten hard worden aangepakt, slachtoffers beschermd. Het klonk bekend. Misschien té bekend. Want elke keer dat dit soort incidenten plaatsvinden, volgt hetzelfde patroon. Verontwaardiging. Verklaringen. Beloften. En daarna? Dan zakt het weg. Tot het volgende moment waarop racisme opnieuw het veld op komt.

(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Vinicius Júnior
Vinicius Júnior

Woorden zijn er genoeg

Infantino’s boodschap was inhoudelijk weinig verrassend. Hij sprak zijn steun uit aan de speler, benadrukte dat racisme een plaag is die het voetbal moet uitroeien en riep bonden en clubs op tot actie. Het is een lijn die hij al jaren volgt. En toch blijft racisme terugkeren als nieuwsitem, alsof het telkens opnieuw wordt ontdekt.

Dat roept een ongemakkelijke vraag op. Niet zozeer over intenties, maar over effect. Als de hoogste bestuurder van het wereldvoetbal keer op keer hetzelfde moet zeggen, wat zegt dat dan over de impact van die woorden?

Het probleem lijkt niet een gebrek aan veroordeling. Het probleem lijkt eerder dat veroordeling zelden wordt gevolgd door iets wat structureel anders voelt.

Het gat tussen principe en praktijk

In theorie bestaan er protocollen. Wedstrijden kunnen worden stilgelegd. Stadions kunnen worden leeggespeeld. Clubs kunnen boetes krijgen. In extreme gevallen zelfs puntenaftrek. Op papier oogt het stevig.

In de praktijk is het grillig. Soms grijpt een scheidsrechter direct in, soms wordt er doorgespeeld. Soms volgt er een zware sanctie, soms blijft het bij een geldboete die in geen verhouding staat tot de omzet van een club. Dat verschil wordt door spelers haarfijn aangevoeld.

Vinícius is daarin geen uitzondering, maar wel een symbool geworden. Zijn reactie op racistische uitingen is zichtbaarder, emotioneler en daardoor ook polariserender. Dat maakt hem voor sommigen een lastig onderwerp, voor anderen juist een noodzakelijke stem. Het wijst erop dat het probleem niet alleen in het stadion zit, maar ook in hoe de voetbalwereld met die confrontatie omgaat.

(Tekst gaat verder na de video)

Waarom het steeds terugkomt

Racisme in het voetbal is zelden een los incident. Het ontstaat in een omgeving waarin gedrag consequenties mist of waarin grenzen vaag blijven. Als supporters weten dat de kans op echte gevolgen klein is, verdwijnt de rem.

Daar komt bij dat verantwoordelijkheid vaak versnipperd raakt. Is de club aansprakelijk? De bond? De lokale autoriteiten? Of de internationale organisatie? Iedereen wijst naar elkaar, terwijl spelers op het veld staan met het probleem.

Infantino’s woorden leggen die spanning bloot. Hij spreekt namens een wereldbond, maar is afhankelijk van nationale competities en lokale handhaving. Dat maakt zijn positie tegelijk machtig en beperkt. Het verklaart misschien waarom statements vaker klinken dan zichtbare veranderingen.

De rol van spelers verandert

Wat opvalt, is dat spelers steeds vaker zelf het gesprek moeten dragen. Door interviews. Door social media. Door reacties tijdens wedstrijden. Dat is geen rol die ze per se willen, maar wel een rol die hen wordt opgedrongen.

Bij Vinícius is dat duidelijk zichtbaar. Zijn gedrag wordt onder een vergrootglas gelegd, alsof zijn emotie net zo zwaar weegt als het racistische gedrag zelf. Dat voelt voor veel spelers als een omkering van verantwoordelijkheid. Alsof degene die geraakt wordt zich ook nog moet verantwoorden.

Dat schuurt. En het verklaart waarom steunbetuigingen van bestuurders soms hol overkomen, zelfs als ze oprecht bedoeld zijn.

Wanneer wordt het wél een afgesloten hoofdstuk?

De vraag is niet of Infantino gelijk heeft. Dat racisme geen plek heeft in het voetbal, daar bestaat nauwelijks discussie over. De vraag is waarom het na al die jaren nog steeds nodig is om dat te herhalen.

Misschien ligt het antwoord in consequentie. In automatische sancties, zonder ruimte voor interpretatie. In duidelijke verantwoordelijkheden. Of simpelweg in het besef dat reputatieschade soms zwaarder moet wegen dan commerciële belangen.

Zolang racisme vooral wordt bestreden met woorden, blijft het terugkeren als krantenkop. Pas wanneer het structureel pijn doet — sportief, financieel of organisatorisch — ontstaat er ruimte om het hoofdstuk echt af te sluiten.

Voorlopig lijkt dat moment nog niet bereikt. En dus klinkt het statement weer. Bekend. Begrijpelijk. Maar ook een beetje wrang.

Salarissen scheidsrechters
Duurste Nederlandse voetballers