Top 10 WK-kanshebbers: van outsider tot topfavoriet
Inhoudsopgave
De WK-loting is bekend, de koorts begint. Sommige landen hebben een route die aanvoelt als een cadeautje, anderen krijgen meteen messenwerk. Dit zijn de tien grootste kanshebbers voor het eindtoernooi in 2026: van outsider tot topfavoriet.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

10.België – genoeg kwaliteit, te weinig zekerheid
België heeft nog steeds een kern die week in, week uit op het hoogste Europese niveau speelt. Alleen voelt het elftal al langer als een verzameling talent, niet als een ploeg. In een WK-groep met Egypte, Iran en Nieuw-Zeeland zou doorgaan logisch zijn, maar in de knock-outfase wordt het al snel een test op volwassenheid en automatismen.
9. Noorwegen – gevaarlijk, maar afhankelijk van timing
Noorwegen komt met momentum. In de kwalificatie was het tempo hoog en de overtuiging zichtbaar, geholpen door een spits die in Engeland elk jaar de lat verlegt en een creatieve aanvoerder die vaak het ritme bepaalt. In een zware WK-groep met Frankrijk en Senegal is één slechte avond meteen duur. Tegelijk: niemand zit graag bij ze.
8. Brazilië – nieuwe staf, oud probleem: samenhang
Brazilië blijft Brazilië: talent genoeg, flair genoeg, status genoeg. Alleen is het al een tijd zoeken naar een team dat elkaar blind vindt. Met een nieuwe coach en een paar maanden om te bouwen, kan het alsnog klikken. De route kan pittig worden als er vroeg een topland wacht. Het voelt als “hoog plafond, lage bodem”.
7. Nederland – donkere paarden die je liever niet treft
Oranje kan op papier bijna alles: verdedigen met lange benen, middenveld dat duels én balbezit aankan, en voorin genoeg dreiging om wedstrijden te kantelen. De kwalificatiecijfers ogen vaak sterk, maar de echte vraag is: hoe stabiel is het als de tegenstander je uitdaagt in de details? In een groep met Japan en Tunesië is er weinig ruimte voor slordigheid en eerdere toernooien met de huidige bondscoach boden weinig houvast voor een winst tegen de grote namen.
6. Duitsland – weer op koers, maar nog niet af
Duitsland kan een toernooi spelen alsof het een clubseizoen is: strak, intens, doordacht. Als de creatieve spelmakers fit zijn, wordt het elftal meteen een stuk scherper tussen de linies. Het blijft wel een ploeg die soms over zichzelf struikelt als het tempo omhoog moet in de grote wedstrijden. En daar gaat het WK uiteindelijk over.
5. Portugal – sterren genoeg, keuze blijft het verhaal
Portugal heeft een selectie die je bijna in twee topteams kunt knippen. De spanning zit vooral in de vraag hoe de bondscoach zijn aanval inricht, zeker met een iconische aanvoerder die nog altijd het middelpunt kan worden. In kwalificatie werkt dat vaak. Op een WK, tegen landen die je dwingen tot keuzes, kan het ook gaan wringen.
4. Engeland – sterke route, maar het toernooi moet gaan “leven”
Engeland heeft breedte, fysieke power en een trainer die duidelijker durft te kiezen. In een groep met Kroatië, Ghana en Panama ligt de sleutel in controle: geen chaos, geen lange fases zonder kansen. De ploeg oogt gebouwd voor een stabiele run. Alleen: de echte prijs win je pas als je ook één of twee nachten overleeft waarin niets vanzelf gaat.
3. Frankrijk – alles aanwezig, maar de eerste weken worden meteen serieus
Frankrijk heeft misschien wel de meest complete mix van topsnelheid, power en ervaring. In een zware WK-groep (met Senegal en Noorwegen) krijg je vroeg serieuze weerstand, wat ook een voordeel kan zijn: meteen scherp, meteen in het toernooiritme. Als het klopt, kan Frankrijk iedereen verslaan. Als het hapert, wordt het onrustig. Dat is Frankrijk ook.
2. Argentinië – de machine draait, ook als het iconische gezicht er niet is
Argentinië voelt als een elftal dat weet hoe je een WK wint: compact, slim in tempo, en dodelijk zodra de tegenstander één stap te laat is. De ploeg is minder afhankelijk geworden van het wereldicoon dat de vorige titel kleur gaf. Dat helpt. In een groep met Algerije en Oostenrijk is het vooral een kwestie van professioneel blijven.
1. Spanje – de standaard in balcontrole én toernooivoetbal
Spanje heeft het beste wapen op een WK: controle. Niet alleen balbezit om het bezit, maar balbezit waarmee je tegenstanders moe maakt en zelf steeds in dezelfde patronen blijft komen. Er zijn vragen (bijvoorbeeld over de echte afmaker), maar Spanje scoort ook zonder klassieke spits. Met Uruguay in de groep krijg je een goede graadmeter. Alles wijst richting: favoriet, tot iemand het tegendeel bewijst.



