Bij Ueda werd weer zichtbaar hoe rekbaar rood kan zijn

Soms zit de grootste onrust van een wedstrijd niet eens in de uitslag, maar in een paar seconden waarin iedereen hetzelfde ziet en toch iets anders denkt. Dat gold bij NEC - Feyenoord voor het moment waarop Ayase Ueda op weg leek naar het doel en werd neergehaald door Gonzalo Crettaz. Robin van Persie ontplofte langs de lijn, wilde rood zien en kreeg dat niet. Daarna begon de bekende discussie. Niet alleen over de overtreding zelf, maar vooral over de regel erachter.

(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Bij Ueda werd weer zichtbaar hoe rekbaar rood kan zijn

Want daar wringt het vaak. De meeste mensen zien: aanvaller door, keeper te laat, overtreding. Klaar. Alleen werkt het in de arbitrage net anders. Voor rood bij het neerhalen van een doorgebroken speler telt meer mee dan alleen het gevoel van het moment. Er wordt gekeken naar controle over de bal, richting van de actie, afstand tot het doel, aanwezigheid van andere verdedigers. En juist in die ruimte tussen gevoel en interpretatie ontstaat telkens gedoe.

Dat was nu niet anders.

Het moment met Ueda in NEC - Feyenoord riep direct alles op

Van Persie was op de beelden van ESPN zichtbaar furieus. Dat is op zichzelf al veelzeggend, want trainers voelen meestal meteen wat voor soort kans hun ploeg is kwijtgeraakt. Ueda ging richting doel, Feyenoord rook een beslissend moment en ineens lag het spel stil. Geel, geen rood. Dan krijg je automatisch frustratie, zeker in een wedstrijd waarin de marges toch al klein waren.

(Tekst gaat verder na video)

Marciano Vink legde na afloop bij ESPN uit waar volgens hem de kern zat. In de spelregels is controle over de bal een belangrijk onderdeel bij het beoordelen van een doorgebroken speler. Volgens hem had Ueda die controle op dat moment niet. Dat maakte de situatie in zijn ogen anders dan ze in eerste instantie voelde.

Dat is precies waarom zulke momenten zo lang blijven hangen. Niet omdat iedereen blind is voor de regels, maar omdat het verschil tussen “dit móét rood zijn” en “hier valt wat voor te zeggen” in de praktijk heel klein oogt. Op televisie al helemaal.

De regel rond rood voelt in het voetbal vaak ruimer dan hij is

In de beleving van supporters en spelers bestaat er nog altijd een vrij simpele versie van deze regel: wie alleen op de keeper afgaat en wordt gestopt, trekt rood. Dat is de voetballogica van het plein en ergens ook die van het stadion. Alleen heeft de officiële beoordeling veel meer haakjes.

Heeft de aanvaller de bal echt onder controle? Ging hij recht op doel af? Was er nog een verdediger in de buurt die had kunnen ingrijpen? Hoe zwaar was het contact? En wat was precies het moment van ingrijpen? Het zijn allemaal vragen die binnen een paar seconden door scheidsrechter en VAR moeten worden gewogen.

Daar zit meteen het probleem. Niet eens per se in de regel zelf, maar in de elasticiteit ervan. Want hoe meer onderdelen je moet wegen, hoe groter de ruimte voor interpretatie wordt. En hoe groter die ruimte, hoe vaker twee mensen naar exact hetzelfde beeld kijken en toch bij een andere conclusie uitkomen.

Dat zagen we bij Ueda eigenlijk weer in volle glorie.

Waarom Feyenoord zich benadeeld voelde na het duel met Crettaz

Voor Feyenoord voelde dit moment groot, misschien groter dan alleen die ene beslissing. Dat had ook met de wedstrijd te maken. De ploeg had eerder al laten zien goed voorbereid te zijn op NEC, stond lang aardig en wist dat één extra moment richting 0-2 de wedstrijd waarschijnlijk open kon breken. In zo’n context krijgt een overtreding op Ueda vanzelf meer gewicht.

Mario Been noemde het bij ESPN een sleutelmoment. Dat woord is niet onbelangrijk. Een sleutelmoment is meer dan een losse discutabele beslissing; het is een moment waarvan spelers, staf en publiek achteraf denken: hier had de wedstrijd kunnen kantelen. Dan is de woede van Van Persie ook makkelijker te plaatsen.

Of rood juridisch de enige juiste beslissing was, blijft daarmee nog steeds een andere vraag. Maar dat Feyenoord dit zag als een gemiste kans, ligt voor de hand. En dat gevoel verdwijnt meestal niet omdat iemand later met een regeltje komt.

Zo werkt voetbal niet.

De uitleg van scheidsrechters blijft een terugkerend probleem

Misschien was het meest interessante na afloop nog niet eens de discussie over Ueda zelf, maar wat Vink daarna zei over de behoefte aan uitleg. Hij pleitte voor een on-field announcement, waarbij de scheidsrechter via een microfoon in het stadion toelicht waarom een beslissing is genomen. Bijvoorbeeld: geen rood, omdat er volgens de arbitrage geen controle over de bal was.

Dat is eigenlijk een heel logische gedachte. Niet omdat daarmee alle discussie verdwijnt, maar omdat het gesprek dan tenminste over dezelfde uitleg gaat. Nu blijft het vaak hangen in gissen. Mensen zien de scheidsrechter naar een scherm lopen, er is kort overleg, er komt een beslissing en daarna mag iedereen zelf invullen waarom.

Dat voedt wantrouwen. Soms ook onnodig.

In een competitie waarin VAR-momenten steeds bepalender worden, lijkt die roep om meer openheid alleen maar groter te worden. Zeker bij situaties die niet zwart-wit zijn, maar afhangen van interpretatie. Dan helpt het als een stadion, een bank en een tv-kijker dezelfde onderbouwing horen, ook al zijn ze het er daarna nog steeds niet mee eens.

Het moment rond Ueda zegt iets over hoe voetbal naar regels kijkt

Wat bij dit soort fases steeds terugkomt, is dat voetbal een sport van gevoel blijft, ook als de regels tot op detail zijn uitgeschreven. Supporters reageren op dreiging, op snelheid, op de intuïtie dat een kans wordt afgepakt. Scheidsrechters moeten datzelfde moment terugbrengen tot een lijstje criteria. Dat botst geregeld. Soms hard.

Bij Ueda leek dat weer zichtbaar te worden. De eerste reactie van veel mensen zal zijn geweest dat hier een enorme kans werd afgebroken. De tweede laag kwam pas later: had hij de bal wel echt onder controle? En precies daar begint de grijze zone. Niet in het contact, want dat iedereen daar een overtreding in zag, leek vrij duidelijk. De discussie zat in wat eraan voorafging en wat er daardoor juridisch wel of niet mocht volgen.

Dat maakt de regel niet onzinnig. Maar wel rekbaar in de ogen van buitenstaanders. En zolang dat zo blijft, zullen trainers als Van Persie blijven ontploffen bij dit soort momenten.

Misschien hoort dat ook gewoon bij voetbal. Misschien is dat zelfs onvermijdelijk. Alleen lijkt het er inmiddels wel op dat de sport steeds meer behoefte heeft aan iets dat tussen gevoel en reglement in gaat zitten: heldere uitleg, op het moment zelf.

Bij Ueda ging het opnieuw over rood. Uiteindelijk ging het misschien nog meer over de ruimte eromheen.

De strijd om plek 2 is los!

Van Götze tot Sterling: statementtransfers in Nederland
Hoe Ajax via Rayane Bounida toch waarde creëert
Grootste cultheleden in de geschiedenis van Feyenoord
Huiberts’ erfenis in cijfers bij AZ: 18 toptransfers