Bosz past PSV achterin per tegenstander aan: werkt dat ook in de beker?

PSV speelt dinsdagavond (3 maart) de halve finale van de KNVB-Beker tegen NEC. Op papier is het “gewoon” een bekerwedstrijd, in de praktijk is het een controlepunt voor iets dat Bosz dit seizoen bijna elke week opnieuw aanraakt: het centrum achterin. 

(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Peter Bosz stond langs de zijlijn tegen Heracles Almelo
Peter Bosz stond langs de zijlijn tegen Heracles Almelo

De namen wisselen, de reden is zelden simpel. PSV kan het zich in de Eredivisie vaak veroorloven om een paar minuten te wiebelen. In de beker niet. Daar is één slechte inschatting al genoeg om je seizoen in een andere kleur te zetten.

De Eredivisie zegt: PSV is niet lek, maar ook niet hermetisch

Wie alleen naar het aantal tegengoals in de landelijke competitie kijkt, ziet geen ramp. PSV staat op 30 tegentreffers in 25 duels, grofweg 1,2 per wedstrijd. Dat is niet de beste defensie van de competitie (Twente zit lager), maar ook niet het profiel van een ploeg die elke week omvalt.

Het tweede lijstje is interessanter: PSV heeft zes clean sheets. Dat is middenmoot voor een topclub. Sparta zit op negen, Feyenoord op acht. Dat zegt iets kleins maar vervelends: PSV kan domineren, PSV kan winnen, PSV kan zelfs wedstrijden “uitspelen”, maar houdt het doel niet automatisch dicht.

Dan komt de nuance waar Bosz altijd op wijst: niet elke tegengoal komt uit een grote kans. PSV’s xG tegen staat rond de 28,8. Dat is relatief laag. Met andere woorden: PSV geeft in de Eredivisie niet gek veel weg, maar incasseert net iets te vaak tóch. Dat kan pech zijn, dat kan kwaliteit van de tegenstander zijn, dat kan ook iets anders zijn: onrustmomenten in de laatste lijn. Precies daar past het geschuif.

Champions League: daar wordt je verdediging echt gemeten

In Europa is PSV harder geraakt. In de Champions League kwam PSV uit op 2,0 tegengoals per wedstrijd en een xG tegen die fors hoger ligt dan de echte controle-ploegen. Dat betekent niet automatisch dat PSV “slecht verdedigt”. Het betekent wel dat het plan niet altijd standhoudt als tegenstanders sneller spelen, slimmer druk zetten en je fouten direct afstraffen. Het wringt dus: in de Eredivisie is de basis goed genoeg om met variaties te leven. Europees bleek hoe duur variaties soms zijn.

De vier centrumverdedigers, vertaald naar wat ze leveren

Bosz schuift niet omdat hij het leuk vindt. Hij schuift omdat elk profiel iets anders oplost.

Jerdy Schouten is PSV’s stille correctie. Zijn onderscheppingen liggen hoog, en dat is precies wat je krijgt als iemand goed leest én op tijd uitstapt. Hij is ook de speler die Bosz inzet als PSV te veel “open” wordt: dan gaat het niet over extra tackles, maar over het voorkomen van situaties. Schouten voorkomt chaos door de chaos niet te laten ontstaan.

Ryan Flamingo is de opruimer met cijfers. Hij staat bovenaan bij PSV in uitverdedigen per 90 en ook in geblokte schoten. Dat zijn statistieken die je niet krijgt als je alleen maar mooi wil opbouwen; dat zijn statistieken van iemand die veel moet oplossen. Flamingo is nuttig als het duel rommelig wordt, als de bal vaker in je zestien komt dan je wil, als je een avond krijgt die naar “beker” ruikt.

Armando Obispo zit er net onder, maar blijft dicht in de buurt: ook hoog in uitverdedigen, met minder blocks. Dat past bij zijn rol: minder “brandjes blussen”, meer duels winnen en de eerste pass verzorgd houden. Obispo is vaak de keuze als Bosz stabiliteit wil zonder het voetbal kwijt te raken.

Yarek Gasiorowski staat in dit rijtje niet bovenaan op de harde opruimcijfers, maar wel hoog op onderscheppingen. Dat is typisch: mobiel, agressief in het lezen van passes, gebouwd voor een hoge lijn. Alleen: dat profiel heeft één zwakte die je niet in een tabel ziet. Als je één keer verkeerd instapt, ligt het open. In Europa werd dat uitvergroot tegen Newcastle.

Bosz’ probleem is dus geen gebrek aan opties. Bosz’ probleem is dat iedere optie een andere prijs heeft.

NEC als test: dit is geen ‘controlewedstrijd’

NEC is de tegenstander die je dwingt om volwassen te zijn. Niet alleen omdat ze elke aanval een kans creëren, maar omdat ze je uit je comfort trekken. Ze maken het vies als het moet. Ze zetten druk op je timing. Ze spelen op tweede ballen. En één keer een vrije trap of corner verkeerd verdedigen, en het publiek doet de rest. Dan kijk je automatisch naar de keuzes in het centrum:

  • Krijg je daar de rust van Schouten?

  • Krijg je de opruimdrift van Flamingo?

  • Krijg je de balans van Obispo?

  • Of kies je voor de hoge lijn en atletiek van Gasiorowski?

De echte vraag is niet wie speelt, maar wat Bosz durft te beschermen

In de Eredivisie kan PSV een goal incasseren en alsnog winnen. In de Champions League bleek dat PSV soms een goal incasseert en dan nog een, omdat de wedstrijd openbreekt. In de beker is één goal soms al de grens. Daarom is NEC–PSV meer dan een halve finale. Het is ook een test voor Bosz’ overtuiging: blijft hij schuiven op basis van de tegenstander, of kiest hij één duo dat hij de stress laat dragen? De keuze is aan de oefenmeester uit Apeldoorn. 

Van Götze tot Sterling: statementtransfers in Nederland
Hoe Ajax via Rayane Bounida toch waarde creëert
Grootste cultheleden in de geschiedenis van Feyenoord
Huiberts’ erfenis in cijfers bij AZ: 18 toptransfers