Eredivisie blijft hangen in tijdslot zonder Europese reden
Inhoudsopgave
De Eredivisie wilde speelronde 33 later laten beginnen om de Nederlandse clubs in Europa te helpen. Dat plan was op dat moment nog uit te leggen. Clubs die Europees spelen, krijgen vaker te maken met korte rust, lastige reisschema’s en een krappe voorbereiding. Een aftrap om 16.45 uur kon daarom praktisch zijn.
(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Alleen is de reden inmiddels verdwenen.
Na de uitschakeling van AZ tegen Shakhtar Donetsk is er geen Nederlandse club meer actief op het Europese podium. Toch blijft de gezamenlijke aftrap van speelronde 33 op 16.45 uur staan. Niet om sportieve redenen, maar omdat het volgens de betrokken partijen niet meer lukt om alles terug te draaien naar 14.30 uur.
En precies daar zit de irritatie bij meerdere Eredivisie-clubs.
Speelronde 33 blijft om 16.45 uur staan
In de laatste twee speelrondes beginnen alle Eredivisie-wedstrijden traditioneel op hetzelfde moment. Dat is logisch. Het voorkomt dat clubs voordeel hebben van eerdere uitslagen en houdt de spanning in de competitie eerlijker verdeeld.
Normaal gesproken wordt er dan om 14.30 uur afgetrapt. Een herkenbaar tijdstip. Voor supporters, clubs en televisiekijkers bijna vanzelfsprekend. Dit keer is speelronde 33 echter naar 16.45 uur geschoven.
Volgens Frank van Mosselveld, algemeen directeur van FC Groningen, gebeurde dat “enkel en alleen om de Europese clubs te faciliteren”. In de podcast De Bestuurskamer legt hij uit dat de latere aftrap oorspronkelijk dus een duidelijk doel had.
Dat doel is weg. Het tijdstip niet.
Voor Van Mosselveld voelt dat onbegrijpelijk. Zeker omdat 14.30 uur volgens hem “het favoriete tijdstip van heel Nederland” is.
AZ-uitschakeling haalt Europese reden onder KNVB-besluit weg
De uitschakeling van AZ maakt de situatie ongemakkelijk. Zolang een Nederlandse club nog Europees actief was, kon de KNVB uitleggen waarom de ronde later begon. Dan stond het nationale schema deels in dienst van Europees succes.
Daar kun je over discussiëren, maar het argument is helder.
Nu ligt dat anders. Er is geen Europese wedstrijd meer om rekening mee te houden. Geen extra rust richting een halve finale, geen voorbereiding op een return, geen club die in bescherming moet worden genomen. Toch blijft de hele speelronde op het aangepaste tijdslot staan.
Dat maakt het besluit voor clubs moeilijk te verkopen. Wat eerst een sportieve keuze leek, is nu vooral een organisatorische blokkade geworden.
De Eredivisie hangt vast aan een reden die niet meer bestaat.
Politiecapaciteit in Sittard en Breda houdt Eredivisie vast
Volgens Van Mosselveld is de reden dat speelronde 33 niet meer terug kan naar 14.30 uur nu vooral praktisch. De KNVB zou vasthouden aan 16.45 uur vanwege politiecapaciteit in twee speelsteden: Sittard en Breda.
De Groningen-directeur verwoordde zijn onbegrip cynisch. Volgens hem kregen de gemeenten van Sittard en Breda het niet voor elkaar om “die zes agenten twee uur eerder te laten beginnen”. Daardoor blijft de hele Eredivisie staan op het latere tijdstip.
Dat is natuurlijk scherp aangezet. Maar het gevoel erachter is duidelijk: clubs ervaren dat een landelijke speelronde wordt bepaald door lokale planningsproblemen. Niet door sportieve logica, niet door supportersbelang, maar door een praktische blokkade die in hun ogen te klein is voor de gevolgen.
Van Mosselveld noemde het “te gek voor woorden” en zei dat clubs op deze manier worden “gegijzeld”.
Dat woord is zwaar, maar het vat de frustratie wel samen.
Clubs zien supporters opnieuw geraakt worden
NEC-directeur Wilco van Schaik keek vooral naar de impact op supporters. Volgens hem gaat er rond 16.45 uur een groep van honderdduizenden mensen op pad, terwijl zij ook gewoon om 14.30 uur voetbal hadden kunnen kijken.
Daar zit een belangrijk punt. Een latere aftrap klinkt misschien als een detail, maar voor supporters verandert er veel. Later reizen, later thuiskomen, ingewikkeldere planning met openbaar vervoer, gezinnen die moeten schuiven, uitfans die hun hele dag anders moeten indelen.
Voor één wedstrijd is dat soms nog te overzien. Voor een volledige Eredivisie-speelronde wordt het groter.
Daarom valt het tijdstip zo slecht. Zeker omdat 14.30 uur niet zomaar een willekeurig alternatief is. Het is het traditionele tijdstip waarop veel supporters de slotfase van de competitie verwachten.
Jan Willem van Dop, directeur van Go Ahead Eagles, zei het simpel: “Simpelweg half drie, hoe moeilijk is het?”
KNVB-keuze legt groter Eredivisie-probleem bloot
Deze discussie gaat uiteindelijk niet alleen over speelronde 33. Het zegt ook iets over hoe kwetsbaar de planning in het Nederlandse voetbal is. Clubs, supporters, gemeenten, politie, televisie en Europese belangen zitten allemaal aan dezelfde knoppen. Zodra één onderdeel vastloopt, beweegt de rest mee.
Dat is soms onvermijdelijk. Voetbalwedstrijden organiseren vraagt nu eenmaal meer dan een bal en een veld. Veiligheid telt. Gemeenten hebben verantwoordelijkheid. Politiecapaciteit is niet onbeperkt.
Toch schuurt het wanneer de oorspronkelijke reden voor een besluit verdwijnt, maar het besluit zelf blijft staan. Dan ontstaat het gevoel dat niemand meer echt eigenaar is van de oplossing.
De clubs kijken naar de KNVB. De KNVB moet rekening houden met gemeenten. Gemeenten wijzen op capaciteit. Supporters krijgen uiteindelijk het tijdstip voorgeschoteld.
Zo wordt een praktische keuze een politiek voetbalprobleem.
Eredivisie-slot begint met discussie over planning
De laatste speelrondes zouden vooral moeten gaan over spanning op het veld. Europese tickets, degradatiestrijd, play-offs, laatste kansen. Daar is de gezamenlijke aftrap ook voor bedoeld. Iedereen tegelijk, iedereen onder dezelfde druk.
Nu gaat het in de aanloop naar speelronde 33 vooral over de klok.
Dat voelt voor de betrokken directeuren onnodig. De Europese reden is verdwenen, het favoriete tijdstip lag klaar en toch blijft de Eredivisie hangen op 16.45 uur. Voor clubs als NEC, Go Ahead Eagles en FC Groningen is dat moeilijk te accepteren.
Of er nog iets verandert, lijkt de vraag. Van Mosselveld gaf al aan dat FC Groningen vragen zal stellen aan de KNVB. Maar de frustratie zit inmiddels dieper dan één mail of één overleg.
De Eredivisie wilde flexibel zijn voor Europa. Nu Europa weg is, blijkt terugschakelen ineens het moeilijkste deel.



