De groeiende spanning tussen Van Persie en de media

Robin van Persie koos na de wedstrijd tegen Telstar een opvallend moment om iets recht te zetten. Niet over een wissel of een gemiste kans, maar over de toon van de berichtgeving na Feyenoord – Go Ahead Eagles. De 1-0 viel pas in blessuretijd, uit een penalty. Voor veel volgers voelde het stroperig. Voor de trainer niet.

“Iedere wedstrijd heeft zijn eigen verhaal”, zei hij. Het klonk beheerst, maar er zat iets onder. Hij had de commentaren gelezen. En hij herkende zich er niet in.

Robin van Persie slaat tijdens de wedstrijd de hand voor zijn mond, zichtbaar in gedachten langs de zijlijn.
Robin van Persie slaat tijdens de wedstrijd de hand voor zijn mond, zichtbaar in gedachten langs de zijlijn.

Feyenoord – Go Ahead Eagles als breekpunt

De cijfers lagen op tafel. Tegen tien man had Feyenoord 75 procent balbezit, dertig doelpogingen en acht schoten op doel. De paal werd geraakt, de lat ook. Go Ahead Eagles kwam niet tot een schot op doel. 

Toch bleef hangen dat Feyenoord het zichzelf moeilijk maakte. Dat het pas in de slotfase besliste. Dat het spannender werd dan nodig.

Voor Van Persie wringt daar iets. In zijn analyse was het een wedstrijd waarin zijn ploeg controle had, kansen creëerde en niets weggaf. “Dan kun je niet spreken van een slechte wedstrijd. Alleen van een stukje pech”, zei hij. Het woord pech is veelzeggend. Het verschuift het perspectief van kwaliteit naar toeval.

Hier botst iets fundamenteels: wanneer is een wedstrijd overtuigend? Is dat een kwestie van scoreverloop, of van spelbeeld en statistiek?

De persconferentie na Telstar: kleine irritaties, grotere lading

De spanning zat niet alleen in dat ene statement. Tijdens dezelfde persconferentie ontstond een woordenwisseling met RTV Rijnmond-verslaggever Dennis van Eersel. De vraag was op zichzelf niet uitzonderlijk: waarom maakt Feyenoord het steeds zo spannend?

Van Persie kaatste terug. Of ze ook bij de laatste tien minuten konden beginnen, als dat de insteek was.

Het was geen uitbarsting. Meer een prik. Maar het moment bleef hangen.

Eerder, nog voor de wedstrijd, reageerde hij kortaf op ESPN-verslaggever Sinclair Bischop. Die vroeg of de basisplaats van Jordan Bos als linksbuiten te maken had met onvrede over andere opties. “Dat is altijd hoe jij dat belicht”, zei Van Persie. Hij draaide het perspectief om: kijk naar waarom iemand wél speelt, niet naar wie er níet staat.

Dat is inhoudelijk verdedigbaar. Tegelijk zegt de toon iets over hoe hij zich benaderd voelt.

Verwachtingen rond Feyenoord in De Kuip

Feyenoord is geen club waar een zakelijke 1-0 tegen tien man geruisloos wordt geaccepteerd. In De Kuip leeft het idee dat overwicht ook zichtbaar moet zijn in de marge op het scorebord. Dat is geen officiële norm, maar wel een gevoel dat rond de club hangt.

Een trainer wordt daar automatisch aan gespiegeld. Zeker iemand als Van Persie, met zijn status als clubicoon. Hij wordt niet alleen beoordeeld op punten, maar ook op uitstraling en spel.

Wanneer hij wijst op 75 procent balbezit en nul schoten tegen, spreekt daar een rationele benadering uit. Hij verdedigt het proces. De buitenwereld kijkt vaak naar het moment: de late penalty, het zuchten op de tribune, het idee dat het weer kantelde in de slotfase.

Dat verschil in focus kan zich opstapelen. Zeker als het vaker terugkomt in vragen.

Een jonge trainer in een publieke leerschool

Van Persie staat nog relatief aan het begin van zijn trainersloopbaan. Elke persconferentie is ook een oefening in framing. Wat laat je staan? Waar corrigeer je? Wanneer slik je iets in?

Hij kiest er steeds vaker voor om te reageren. Soms scherp, soms met een glimlach. 

Of dat verstandig is, zal moeten blijken. Publieke discussie hoort bij een topclub. Tegelijk kan herhaalde frictie de beeldvorming gaan kleuren. Dan gaat het niet meer over 75 procent balbezit, maar over houding.

Er zit ook iets menselijks in. Een trainer die zijn werk beoordeeld ziet worden op basis van één laat moment, terwijl hij zelf 85 minuten controle zag. 

Meer dan losse incidenten

Op zichzelf zijn het kleine voorvallen: een wedervraag hier, een opmerking daar. Maar samen vormen ze een patroon. Van Persie lijkt gevoeliger te worden voor de manier waarop zijn keuzes en wedstrijden worden ingekleurd.

Dat hoeft geen crisis te zijn. Het kan ook een fase zijn. Een jonge trainer die zijn positie zoekt tussen uitleggen en begrenzen.

De komende weken zullen uitwijzen hoe dit zich ontwikkelt. Blijft het bij speldenprikken in de perszaal? Of groeit het uit tot een terugkerend thema rond Feyenoord?

Lees ook: Hoe resultaatvoetbal Feyenoord richting Champions League duwt  

Van Götze tot Sterling: statementtransfers in Nederland
Hoe Ajax via Rayane Bounida toch waarde creëert
Grootste cultheleden in de geschiedenis van Feyenoord
Huiberts’ erfenis in cijfers bij AZ: 18 toptransfers