Van der Vaart langs de lijn bij Jong Ajax
Inhoudsopgave
WK-finales, EK’s, Champions League-avonden in Hamburg en Madrid. Rafael van der Vaart maakte het allemaal mee. Toch zegt hij dat hij het moeilijker vindt om naar zijn zoon te kijken bij Jong Ajax dan om zelf in een vol stadion te spelen. Het klinkt bijna ongeloofwaardig. Tot hij uitlegt waarom.

In een gesprek bij VP’s Willem & Wessel is hij opvallend open over die andere rol in zijn leven. Niet die van analist, niet die van oud-international, maar die van vader langs de lijn bij De Toekomst.
De Toekomst als zenuwslopende plek
De zoon van Rafael van der Vaart speelt bij Jong Ajax, samen met de zoon van Zlatan Ibrahimovic overigens. Dat betekent wedstrijden in de Keuken Kampioen Divisie, trainingsdagen op het complex waar Van der Vaart zelf ooit rondliep als talent. Alleen is zijn positie totaal anders.
“Vreselijk,” zegt hij over het kijken naar wedstrijden. Hij probeert het luchtig te brengen, maar daaronder zit iets anders. Zenuwen. Onrust. Controleverlies.
Hij herkent het van vroeger. Zijn vader liep tijdens EK’s en WK’s rondjes om het stadion. Kon het niet aanzien. Dat beeld blijft hangen. De oud-middenvelder die zelf het spel dicteerde, staat nu aan de zijlijn zonder invloed.
Jong Ajax en het loslaten
Bij Jong Ajax draait het om ontwikkeling. Fouten maken mag, sterker nog: het hoort erbij. Voor een vader is dat ingewikkeld. Zeker als je zelf jarenlang op het hoogste niveau hebt gespeeld.
Van der Vaart geeft toe dat hij het soms lastig vindt als een trainer iets doet waarvan hij denkt: waarom zo? Waarom nu? Maar hij probeert zich in te houden. Zijn zoon moet naar zichzelf kijken, zegt hij. Niet naar wat zijn vader ervan vindt.
Dat is makkelijker gezegd dan gedaan.
Op De Toekomst lopen genoeg ouders rond. De meesten anoniem. Van der Vaart niet. Zijn aanwezigheid valt op. Dat maakt het anders. Elke reactie kan worden geïnterpreteerd. Elke blik gevangen.
Misschien verklaart dat ook waarom hij afstand bewaart.
Geen rol bij Ajax, juist daarom
Opvallend is dat Van der Vaart voorlopig geen functie ambieert bij Ajax. Niet alleen omdat hij zegt dat hij een “heerlijk leven” heeft, met padel en het gezinsleven in Spanje. Ook omdat zijn zoon er speelt.
Hij vindt het niet prettig om in een officiële rol rond te lopen terwijl zijn kind onderdeel is van de opleiding. Dat zou de dynamiek veranderen. Richting trainers. Richting andere ouders. Richting zijn zoon.
Het zegt iets over hoe hij die rol nu ziet: puur als vader.
Geen adviseur. Geen schaduwtrainer. Geen oud-ster die even uitlegt hoe het moet. Rafael van der Vaart stopt als analist van Ajax zodra zijn zoon in het eerste zijn debuut heeft gemaakt, zei de Oranje-international al eerder.
Gewoon langs de lijn. Met spanning in zijn buik.
De generatie van 2010 wordt ouder
Er zit nog een laag onder dit verhaal. De generatie-Sneijder, Robben, Van Persie en Van der Vaart schuift langzaam door naar de volgende fase. Sommigen worden trainer. Anderen analist. Weer anderen kiezen bewust voor afstand.
Van der Vaart lijkt in die laatste categorie te vallen. Hij probeerde het trainersvak in Denemarken, merkte hoe intens het moderne voetbal is geworden – trainingen terugkijken, vroeg op de club, uren analyseren – en besloot dat het niet bij hem past.
Misschien past de rol van vader hem beter. Al kost die ook energie.
Want waar hij als speler controle had over zijn eigen prestaties, is hij nu afhankelijk van de ontwikkeling van een ander. Zijn zoon moet het zelf doen. In een omgeving waar verwachtingen altijd meespelen, zeker bij Ajax.
En misschien is dat het spannendste van alles.
Ajax, familie en afstand
Ajax is voor Van der Vaart geen willekeurige club. Het is zijn opleiding, zijn doorbraak, zijn naam. Dat zijn zoon nu via Jong Ajax probeert door te groeien, maakt het cirkeltje bijna rond.
Bijna.
Want een doorbraak is geen vanzelfsprekendheid. Jong Ajax is geen garantie voor het eerste elftal. De concurrentie is groot.
Dat weet hij als geen ander.
Misschien kijkt hij daarom zo gespannen. Omdat hij het spel door en door kent. Omdat hij weet hoe snel het kan gaan. Omdat hij weet wat er op het spel staat.
Op De Toekomst staat geen oud-international. Daar staat een vader. Met samengeknepen handen in zijn jaszakken. Hopend dat het goed gaat.
Meer kan hij niet doen.



