Ron Jans ziet Utrecht groeien, maar waarschuwt
Inhoudsopgave
Twee overwinningen op rij doen iets met een ploeg. Dat merkt Ron Jans ook als hij ’s ochtends wakker wordt. “Dat voelt wel veel beter, moet ik zeggen hoor. Als je dan wakker wordt is het niet van: hoe draaien we het nou weer om?” Het is een kleine zin, bijna terloops uitgesproken in het Topsportcentrum in Overvecht. Maar hij zegt veel over waar FC Utrecht vandaan komt.

Na zeges op NEC en FC Groningen staat Utrecht tiende in de Eredivisie. Niet slecht, niet bijzonder. Wel op zes punten van plek vijf. De ruimte naar boven is er ineens weer. Alleen wil Jans daar nog niet te lang naar kijken.
“Nou, ik kijk gewoon naar deze wedstrijd, naar de kwaliteiten van PEC, naar onze kwaliteiten, hoe we ze het beste kunnen bespelen en dat je die gaat winnen.” Hij herhaalt het nog eens, bijna als mantra: “Wij moeten gewoon zorgen dat wij op basis van elke wedstrijd weer wat meer naar boven kunnen kijken.”
De ranglijst in de Eredivisie als stille graadmeter
In de stand staat FC Utrecht op dertig punten uit 23 wedstrijden. Sparta, de nummer vijf, heeft er 37. Het gat is overbrugbaar, zeker met een serie. Maar de afgelopen maanden hebben geleerd hoe dun de lijn is tussen ambitie en teleurstelling in de Galgenwaard.
Utrecht hield in geen van de laatste vijf competitieduels de nul. Tegen Feyenoord en Sparta ging het mis, tegen Heerenveen bleef het bij een gelijkspel. De overwinning in Groningen (1-2) voelde als opluchting. Niet alleen vanwege de punten, ook vanwege de manier waarop.
Dat verklaart de toon van Jans. Optimistisch, maar beheerst. Alsof hij weet hoe snel het weer kan kantelen.
Nieuwe impulsen: Jesper Karlsson en Ángel Alarcón
Een deel van het nieuwe vertrouwen komt van de winteraanwinsten. Jans bracht ze snel, mede door het drukke programma met Europees voetbal eerder dit seizoen. “Je kon meteen zien vanaf dag één dat het gewoon goede spelers zijn,” zegt hij over Jesper Karlsson, Ángel Alarcón en Artem Stepanov.
Toch viel niet alles direct op zijn plek. “In de samenwerking met andere spelers en de manier van druk zetten, in de manier van verdedigen, vielen niet zomaar in één keer alle puzzelstukjes op de juiste plek.”
Dat beeld past bij een ploeg in ontwikkeling. Karlsson scoorde inmiddels twee keer. Alarcón en Stepanov leverden ook hun bijdrage in goals en assists. Het zijn geen cijfers die het seizoen al hebben veranderd, maar ze geven richting.
En misschien nog belangrijker: ze lijken zich thuis te voelen. Jans glimlacht als hij over ze praat. “Het zijn echt leuke jongens die meteen al goed liggen in de groep. Ángel vindt het ook wel mooi om geintjes uit te halen. Jesper Karlsson heeft dat ook wel.”
Over Stepanov is hij iets persoonlijker. De jonge Oekraïner was een half jaar verhuurd aan 1. FC Nürnberg. “Volgens mij was hij daar iets minder gelukkig. Hier voelt hij zich geweldig thuis. Hij speelt natuurlijk ook.”
Dat laatste zegt genoeg.
Concurrentie en terugkerende namen
In de selectie van Jans groeit de concurrentie. David Min viel in tegen FC Groningen en wordt volgens zijn trainer “elke week wat sterker”. Sébastien Haller zit weer bij de wedstrijdselectie, voorlopig voor een korte invalbeurt.
Stepanov nadert de negentig minuten, al is hij daar nog niet. “Dat komt nu wel steeds dichterbij,” aldus Jans.
Tegelijk is er ook tegenslag. Siebe Horemans haalde PEC Zwolle nog niet. “Zijn kuit spartelt toch tegen,” zegt Jans nuchter. De hoop is dat hij tegen AZ weer aansluit.
Het zijn details, maar in een seizoen waarin Utrecht zelden volledig stabiel oogt, wegen ze mee.
PEC Zwolle als serieuze test
Wie naar de ranglijst kijkt, ziet PEC Zwolle op plek dertien. Wie naar de cijfers kijkt, ziet een ploeg die 33 keer scoorde in 23 duels. Dat is nauwelijks minder dan Utrecht.
Jans heeft hun uitwedstrijd bij NEC gezien, die met 2-1 verloren ging. “Die wedstrijd waren ze voetballend hartstikke goed en hadden ze gewoon verdiend om te winnen. Dus we zijn wel gewaarschuwd.”
Dat is geen standaardzin voor de bühne. PEC scoort in fases makkelijk, vooral vroeg in wedstrijden. Utrecht krijgt juist vaak doelpunten tegen. Het duel in de Galgenwaard wordt daarmee meer dan een logische thuisoverwinning op papier.
En dan is er nog het publiek. “Het zou zo mooi zijn dat we ons thuispubliek weer eens een mooie overwinning konden voorspiegelen,” zegt Jans. In dat woord – voorspiegelen – klinkt bijna iets van belofte door.
Kantelpunt of tussenfase?
De vraag boven dit duel hangt, wordt niet uitgesproken maar is voelbaar: is dit het moment waarop FC Utrecht zich definitief richting het linkerrijtje beweegt?
De ingrediënten zijn er. Nieuwe energie in de selectie, een keeper als Vasilis Barkas die doorgaans stabiliteit brengt, routiniers als Nick Viergever en Mike van der Hoorn achterin, creativiteit via Victor Jensen en Gjivai Zechiël op het middenveld.
Maar stabiliteit laat zich niet afdwingen. Twee zeges vormen nog geen trend. Dat weet Jans als geen ander.
Misschien is dat zijn grootste kracht op dit moment. Niet meegaan in euforie, maar blijven kijken naar wat er nodig is in de volgende wedstrijd. Tegen PEC Zwolle. Zondag, 14.30 uur.
Daar begint het weer opnieuw.



