Forbs en Ajax-probleem: talent kopen is één, laten groeien iets anders

Forbs maakte gisteravond tegen Atletico Madrid wederom indruk in de Champions League. Daarmee komt de vraag terug: waarom lukte het bij Ajax niet, en wat zegt dat over ontwikkeling en gebruik?

(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Forbs en Ajax-probleem: talent kopen is een, laten groeien iets anders
Carlos Forbs speelde goed tegen Atletico Madrid.

Forbs werd in Nederland een etiket. “Ajax-flop.” Twee woorden, klaar. Tot zo’n Champions League-avond weer gebeurt: Club Brugge speelt met lef tegen de Madrilenen, Forbs is brutaal aan de bal en de commentator ziet hem zijn tegenstander meerdere keren pijn doen. Opeens verschuift het gesprek. Niet omdat één wedstrijd alles bewijst, maar omdat het genoeg is om het simpele oordeel weer open te breken.

Het is ook typisch hoe dat gaat. In Amsterdam telden zijn minuten, zijn acties, zijn rendement. Bij Brugge zie je een speler die wél durft te blijven gaan. Die een back opzoekt. Die het duel niet schuwt. En dan komt automatisch die irritante vraag terug: lag het nou aan Forbs, of aan Ajax?

Een 'flop' is vaak een contextverhaal

Dat woord flop suggereert dat iemand niet goed genoeg is. Alsof het alleen over kwaliteit gaat. Maar voetbal werkt zelden zo één-dimensionaal. Zeker bij jonge buitenspelers is context bijna alles: waar sta je op de ranglijst, hoeveel geduld is er, wat is je rol zonder bal, hoeveel vrijheid krijg je om risico te nemen?

Bij Ajax is de marge klein. Dat klinkt gek bij een topclub, maar het is juist daar dat de druk het meest voelbaar is. Elke misstap wordt groter, elke verkeerde keuze wordt uitvergroot. Een buitenspeler die drie keer een actie mislukt, voelt meteen het stadion kantelen. Dan ga je nadenken, en zodra je gaat nadenken, ben je minder jezelf.

Bij Club Brugge zie je vaak het omgekeerde: een ploeg die Europese avonden benadert met een soort georganiseerde branie. Daar is een dribbel geen zonde, maar een wapen. Dat lijkt een detail, maar het maakt uit.

Ajax koopt vaak het juiste type en toch wringt het

Ajax’ aankoopbeleid is de laatste jaren een terugkerend gespreksonderwerp. Niet alleen vanwege bedragen, maar vooral vanwege profielen. Er wordt vaak talent gehaald dat past bij Ajax-voetbal: technisch, snel, aanvallend, comfortabel aan de bal. Forbs past in dat plaatje. Je koopt hem niet omdat hij veilig is, maar omdat hij iets kan wat anderen niet kunnen: iemand in een één-tegen-één voorbij.

Alleen: het moment dat zo’n speler binnenkomt, is zelden een leeg vel papier. Ajax is geen opleidingselftal meer, maar een club die elk seizoen móét presteren én verkopen. Dat maakt de omgeving onrustiger. Trainers wisselen. Spelsystemen schuiven. De verwachtingen veranderen per maand.

Dan krijg je situaties waarin talent er wel is, maar de bedding ontbreekt. En dan wordt een aankoop achteraf 'mislukt', terwijl het eigenlijk een mis-match was tussen speler, rol en timing. Een losse observatie: als een buitenspeler alleen nog veilig mag spelen, haal je hem zijn beste wapen af.

Wat Forbs bij Brugge wél krijgt

Je hoeft geen tactisch congres te houden om het verschil te voelen. Brugge gebruikt Forbs in momenten. Wanneer er ruimte ligt. Wanneer een back één-op-één komt te staan. Wanneer hij gewoon mag gaan. Dat klinkt eenvoudig, maar het is precies wat hem gevaarlijk maakt.

Het betekent niet dat Ajax hem nooit vrijheid gaf. Maar het betekent wél dat de ruimte om fouten te maken daar kleiner is. En dat een speler als Forbs, die leeft op ritme en vertrouwen, daar sneller in een kramp kan schieten.

De lof van commentator Aster Nzeyimana (“Forbs maakt van Ruggeri een echte pannenkoek”) is natuurlijk ook tv-taal. Het is de overdrijving die bij livecommentaar hoort. Maar het onderliggende punt is helder: Forbs was dreigend, gretig, dominant in zijn duels. Dat beeld botst met het etiket dat in Nederland bleef hangen.

De spiegel voor Ajax: ontwikkelen is meer dan minuten geven

Als Forbs dit niveau vaker haalt, wordt het ook een spiegel voor Ajax. Niet in de zin van “Ajax heeft hem verkeerd beoordeeld", want dat is te makkelijk. Wel in de zin van: Ajax koopt talent, maar slaagt er niet altijd in om het talent zich te laten gedragen zoals het bedoeld is.

Dat heeft meerdere lagen. Een paar dingen die je vaak terugziet bij topclubs:

Een speler krijgt minuten, maar zonder duidelijke rol.
Hij speelt soms links, soms rechts, soms zelfs in een andere opdracht.
Hij wordt afgerekend op rendement, terwijl zijn spel juist vertrouwen nodig heeft.

Je hoeft daar geen schuldige voor aan te wijzen. Het is een gevolg van een club die altijd in twee werelden leeft: opleiden én direct winnen. Maar het maakt de vraag wel relevant: als Ajax vaker flops ziet elders opbloeien, wat zegt dat dan over de eigen omgeving?

Waarom het label zo lekker blijft plakken

En dan is er nog het publiek. De neiging om te lachen, om te zeggen: “Zie je wel.” Dat zit ook in de reacties waar dit nieuws op drijft. Het is veilig. Het bevestigt het oude verhaal. Het maakt voetbal overzichtelijk.

Maar spelers zijn geen lijstjes. Zeker niet op 20, 21, 22. Een jaar kan het verschil maken tussen een jongen die twijfelt en een speler die weet wie hij is. Een andere coach kan het verschil maken tussen “niet passen” en “precies dit”. Daarom is het oppassen met de triomf van één Champions League-avond. Het is óók oppassen met het afrekenen van één Ajax-periode.

Je ziet dit patroon vaker dan alleen bij Forbs. Neem Georges Mikautadze: bij Ajax werd het nooit echt een verhaal, elders ging het wél lopen en werd hij ineens weer “een speler met waarde”. En hij is niet de enige. Jong talent dat in Amsterdam geen vaste plek of ritme vindt, kan bij een club waar de rol duidelijker is en de druk anders verdeeld wordt ineens sneller renderen. Dat maakt het oordeel achteraf ook zo tricky: soms faalt niet de speler, maar het moment waarop hij binnenkomt en de ruimte die hij krijgt om fouten te maken zonder dat het meteen als bewijs voelt.

Wat nu telt: kan Forbs dit vasthouden?

De echte test komt na zo’n avond. Niet in de highlights, maar in de weken erna. Hoe reageert een speler als tegenstanders zich aanpassen? Als er minder ruimte is? Als er wél druk op zijn schouders komt omdat iedereen ineens iets van hem verwacht? Als Forbs dit doortrekt, verandert zijn verhaal. Dan wordt hij niet meer “die Ajax-flop”, maar een buitenspeler die een omweg nodig had om zijn plek te vinden. En dan verandert ook het gesprek over Ajax. Niet omdat Ajax per definitie fout zat, maar omdat de club opnieuw moet kijken naar de vraag die steeds terugkomt: we kunnen talent halen maar kunnen we het ook laten landen?

Daar zit de crux. Talent kopen is één. Talent laten groeien is een ander vak.

Van Götze tot Sterling: statementtransfers in Nederland
Hoe Ajax via Rayane Bounida toch waarde creëert
Grootste cultheleden in de geschiedenis van Feyenoord
Huiberts’ erfenis in cijfers bij AZ: 18 toptransfers