Nieuwe tijdregels kunnen al op het WK gelden: dit staat er te gebeuren

In de Eredivisie kun je het bijna uittekenen. Een ploeg staat op voorsprong, iemand pakt de bal voor een ingooi en ineens duurt een simpele handeling twintig seconden. Nog een keer. Nog een keer. De wedstrijd voelt korter dan negentig minuten, terwijl de klok gewoon doorloopt. 

Precies daar wil de internationale spelregelcommissie IFAB nu een rem op zetten. Niet met een oproep tot fatsoen, maar met seconden. Vijf voor een ingooi. Vijf voor een doeltrap. Tien voor een wissel. En omdat het een WK-jaar is, kan het ook nog eens sneller gaan dan normaal.

(Tekst gaat verder onder afbeelding)

De IFAB maakt naar verwachting korte metten met tijdrekken
De IFAB maakt naar verwachting korte metten met tijdrekken

IFAB in Wales en het WK 2026: waarom dit nu ineens urgent is

IFAB hakt jaarlijks rond deze periode knopen door. Meestal denk je dan: mooi, dat zien we wel in augustus. Alleen is 2026 geen normaal jaar. Het WK in de Verenigde Staten, Canada en Mexico komt eraan, en in toernooizomers kunnen regels al per 1 juni ingaan in plaats van 1 juli.

Dat maakt dit weekend in Wales belangrijker dan het klinkt. Besluiten die daar worden genomen, kunnen straks in één klap doorrollen naar de grootste etalage die voetbal heeft. En dus gaat het niet meer om “handig voor de competitie”, maar om: hoe ziet een WK-wedstrijd eruit als je tijdrekken écht gaat straffen?

Eredivisie en tijdrekken: het verschil tussen 70 minuten en 50 minuten

De kern van de frustratie is simpel: de ene wedstrijd heeft veel meer “echte speeltijd” dan de andere. Soms voelt het alsof een team twintig minuten minder heeft om een achterstand goed te maken, puur omdat de bal zo vaak stilstaat.

Dat gebeurt niet alleen in de slotfase, maar de slotfase is wel het meest zichtbaar. Wissels die eindeloos duren. Doeltrappen die op een wandeling lijken. Inworpen met een mini-ritueel. Het is geen mysterie waarom IFAB hier op uitkomt: het is een irritatie die overal hetzelfde klinkt, van Almelo tot Amsterdam en IFAB wil het concreet maken. Geen moreel appèl, maar een tijdklok.

Ingooien in 5 seconden: wat dit betekent voor Arsenal, Brentford en Heracles

In Engeland is de ingooi de afgelopen jaren opgewaardeerd tot een wapen. Bij clubs als Arsenal en Brentford is het soms een halve hoekschop: lange aanloop, bal drogen, iedereen positioneren, publiek opjutten. Dat levert doelpunten op, maar het vreet tijd.

Met een limiet van vijf seconden wordt die routine kleiner. Je krijgt dan minder ruimte voor theater en meer voor snelheid. Dat verandert niet alleen de tijd die je wint, maar ook het risico. Want als je sneller moet gooien, gaat de bal vaker “op goed geluk” naar voren. En dan wordt de tweede bal opeens belangrijker.

In Nederland zie je ook dat ploegen langzaam steeds meer seconden pakken bij een ingooi. Heracles staat bekend als een team dat er relatief lang over doet. Daar zit zelden magie achter. Het is meestal gewoon: tempo eruit halen.

Doeltrappen en de keepersregel: de volgende stap na die acht seconden

Dit seizoen is al gestart met een duidelijke boodschap richting keepers: bal in de handen is geen rustmoment meer. Binnen acht tellen moet hij weg, anders volgt er een corner voor de tegenstander. Niet elke scheidsrechter fluit hem even streng, maar het idee is duidelijk: de keeper is geen zandloper.

IFAB wil dat principe doortrekken naar doeltrappen. Vijf seconden klinkt streng, en de precieze start van die telling wordt nog een discussiepunt. Begint het bij het neerleggen van de bal? Bij het fluitsignaal? Bij het moment dat iedereen weer staat?

Wissels in 10 seconden: waarom blessuretijd straks anders aanvoelt

Wisselen is in het moderne voetbal te vaak een tactische pauze geworden. In de extra tijd zie je dan hetzelfde patroon: speler naar de kant, handjes, praatje, slenteren, nog een extra rondje. Iedereen snapt waarom het gebeurt.

IFAB wil daar een harde grens aan verbinden: tien seconden en klaar. En wie langer treuzelt, loopt het risico dat zijn ploeg tijdelijk met een man minder staat tot het spel weer stil ligt. Dat is een pijnprikkel waar je niet omheen kunt.

Er wordt ook gedacht aan een simpele regel die je meteen voelt: wie het veld verlaat, moet dat doen bij de dichtstbijzijnde zijlijn of achterlijn. Geen wandeling meer richting de verste hoek. Dat klinkt klein, maar het scheelt precies die minuten die je nu overal ziet verdwijnen.

Arne Slot en de ‘set-piece game’: waarom dit ook een cultuurstrijd is

In de Premier League is al vaker geklaagd dat wedstrijden te veel veranderen in een “set pieces game”. Arne Slot liet zich daar bij Liverpool al eens over uit. Dat sentiment past bij wat IFAB nu probeert: meer voetbal, minder stilstand. Alleen: stilstand is óók tactiek. Coaches hebben jarenlang geleerd hoe je een wedstrijd kunt managen met dode momenten. Als je die ruimte wegneemt, gaat het spel vanzelf meer ademen. Sneller, fysieker, chaotischer.

En dan kom je terug bij het WK 2026. Op zo’n toernooi is één moment genoeg. Eén te trage wissel. Eén te late ingooi. Eén scheidsrechter die wél streng is. Dat maakt het spannend, maar ook scherp. De komende dagen zullen vooral duidelijk maken hoe ver IFAB écht wil gaan. Het idee is helder. Nu de uitvoering nog.

Van Götze tot Sterling: statementtransfers in Nederland
Hoe Ajax via Rayane Bounida toch waarde creëert
Grootste cultheleden in de geschiedenis van Feyenoord
Huiberts’ erfenis in cijfers bij AZ: 18 toptransfers