Gaaei over plek op Ajax-muur: “Dat is surrealistisch”
Inhoudsopgave
Honderd wedstrijden in Ajax 1. Voor Anton Gaaei klinkt het nog steeds een beetje onwerkelijk. “Het is echt bijzonder. Toen ik hier kwam, was dat niet het eerste waar ik aan dacht. Dat het nu realiteit is, is heel groot. Ik ben trots.”

Een plek tussen Deense Ajacieden als Eriksen en Schöne
Met zijn honderdste officiële duel sluit Anton Gaaei zich aan bij een rij Deense spelers die eerder hun stempel drukten op Ajax. “Veel van mijn Deense landgenoten: Kasper (Dolberg, red.) natuurlijk, Christian Eriksen, Lasse Schöne, Viktor Fischer, Frank Arnesen, Søren Lerby, Jesper Olsen… grote namen.”
Hij somt ze op en glimlacht even. “Het is een beetje surrealistisch, maar het is nu wel de realiteit.”
De muur in de Johan Cruijff ArenA waar spelers met zulke mijlpalen worden vereeuwigd, maakt dat tastbaar. “Het is gek om op die muur te staan. Het is een eer en ik ben trots.”
Het besef van 100 duels bij Ajax komt later
Opvallend is dat hij denkt aan later. Aan het moment waarop hij terugkijkt. “Als ik hier over een paar jaar op terugkijk, dan denk ik dat ik pas echt ga beseffen hoe groot het is. Nu is het misschien nog niet helemaal duidelijk hoe groot deze prestatie is. Maar honderd wedstrijden voor Ajax spelen is natuurlijk iets bijzonders.”
Honderd wedstrijden bij Ajax betekenen dat je fases hebt overleefd. Wedstrijden waarin het minder ging. Periodes waarin er discussie was. Zeker voor een back bij Ajax, waar aanvallende bijdrage bijna vanzelfsprekend wordt verwacht.
Dat hij die grens nu aantikt, zegt iets over vertrouwen. Van trainers. Van ploeggenoten. En uiteindelijk ook van hemzelf.
Feyenoord-thuis in de Johan Cruijff ArenA
Als hij terugdenkt aan zijn mooiste momenten, komt Feyenoord-thuis meteen naar voren. “Dat was een speciale dag. Mijn familie was in het stadion. En het gevoel om Feyenoord in de laatste minuten te verslaan is natuurlijk bijzonder.”
Hij ziet het moment nog voor zich. “Ik speelde een één-twee met Wout, denk ik. Daarna nam ik een aanname en zag ik dat de ruimte openlag om de voorzet te geven. Het was een goede voorzet, maar ik had ook de loopactie van Brian nodig. Het stadion werd gek.”
Video: De assist van Anton Gaaei, de goal van Kenneth Taylor
Die lage voorzet groeide uit tot zijn handelsmerk. “Die lage cross is wel een handelsmerk, ja. Als ik de bal krijg, denk ik aanvallend. Ik probeer de voorzet te geven of zelf te schieten, ook al zijn de hoeken soms lastig.”
Het typeert zijn spel bij Ajax. Naar voren denken. Niet twijfelen.
Blijven gaan, ook na een mislukte voorzet
In datzelfde duel kreeg hij eerst een mindere voorzet. Dat moment noemt hij zelf ook. “Ik herinner me dat ik eerst een slechte voorzet gaf. Daarna kreeg ik de bal weer en dacht ik: natuurlijk moet ik het opnieuw proberen als we een goal nodig hebben. Ik geloof in mijn kwaliteiten.”
Die overtuiging komt niet uit het niets. “Ik geloof zo sterk in mijn kwaliteit dat als ik hard genoeg probeer, het uiteindelijk succesvol wordt.”
Hij vertelt hoe hij op de training bezig is met details. “In bepaalde oefeningen focus ik veel op hoe ik de bal raak en waar ik hem moet raken. En je hebt natuurlijk ook een goede loopactie nodig. Dat trainen we steeds opnieuw.”
Het is een simpele gedachte. Proberen. Herhalen. Nog een keer proberen.
Trots, maar zonder borstklopperij
Aan het einde van het gesprek krijgt hij de vraag hoe trots hij op zichzelf is. Hij kijkt even weg, denkt na. “Ik ben trots. Ik praat niet graag zo positief over mezelf, maar ik ben trots.”
Daar blijft het bij.
Honderd wedstrijden voor Ajax zijn voor sommigen een getal. Voor Gaaei voelt het als een moment dat later misschien zwaarder weegt dan nu. Alsof hij weet dat het bijzonder is, maar nog niet precies hoe bijzonder.
Misschien komt dat besef pas als hij ooit terugkijkt.
Interview, video: Anton Gaaei over zijn 100 wedstrijden in Ajax 1



