Wat FIFA nu wil veranderen na het incident rond Vinícius Junior
Inhoudsopgave
De rel rond Vinícius Júnior in het Champions League treffen tussen Benfica en Real Madrid heeft FIFA-voorzitter Gianni Infantino naar de spelregelmakers geduwd: wie zijn mond bedekt en iets zegt dat een “racistische consequentie” heeft, moet volgens hem van het veld. VoetbalFlitsen legt het initiatief van het bondshoofd uitgebreid uit.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Benfica–Real Madrid als aanjager
Het begon halverwege februari in de Champions League, toen Benfica-speler Gianluca Prestianni werd beschuldigd van racistische opmerkingen richting Vinícius. Op beelden was te zien dat Prestianni zijn mond met zijn shirt afschermde, waarna Vinícius de scheidsrechter aansprak en UEFA’s anti-racismeprotocol werd geactiveerd. Prestianni ontkent dat hij iets racistisch heeft gezegd; Benfica spreekt van een lastercampagne. UEFA startte een onderzoek en Prestianni liep al tegen een voorlopige schorsing aan.
Dat ene detail, die hand voor de mond of het shirt omhoog, is precies wat het nu tot een groter verhaal maakt. Want wie moet bewijzen wat er is gezegd, als je het bewust onleesbaar maakt?
Wat Infantino precies voorstelt
Infantino legt het in gesprekken met Sky News opvallend hard neer: als een speler zijn mond bedekt en het gesprek blijkt racistische gevolgen te hebben, dan “moet hij van het veld worden gestuurd”. In dezelfde lijn: er moet een “vermoeden” zijn dat iemand iets zegt dat niet kan, anders hoef je je mond niet te verstoppen.
Hij erkent tegelijk het probleem dat elke tuchtzaak heeft: je hebt bewijs nodig. Maar, zegt hij, “we kunnen ons daar niet bij neerleggen” als voetbal wil uitstralen dat het serieus is in de strijd tegen racisme.
Waarom dit juridisch en praktisch zo lastig is
Hier wringt het meteen. Een rode kaart is geen tuchtrecht, maar een beslissing in real time. Scheidsrechters moeten nu al beoordelen of iets “onnodig hard” is, of een handspel “natuurlijk” is, of een tackle “gevaarlijk” is. Een uitspraak beoordelen, zonder audio, met een speler die zijn mond afschermt, is van een ander kaliber.
Daarom klinkt het voorstel nu ook als een principe dat eerst moet worden omgezet in een werkbare route: wanneer start je zo’n “vermoeden”? Op klacht van de tegenstander? Op aanwijzing van een assistent? Op VAR-beeld? En wat als het gesprek niet racistisch is, maar wél iets dat het spel beïnvloedt, zoals intimidatie of schelden? Het risico is duidelijk: je wilt racisme sneller en harder aanpakken, maar je wil ook niet dat een wedstrijd beslist wordt op een gok die later niet hard te maken is.
Wat IFAB nu al wél concreet op tafel heeft
Het is belangrijk om te scheiden wat Infantino wil en wat IFAB daadwerkelijk al heeft vastgelegd. IFAB heeft aangekondigd dat er een consultatieproces komt om maatregelen te ontwikkelen rond spelers die hun mond bedekken bij confrontaties op het veld. Dat staat dus nog in de fase van uitwerken, toetsen, overleggen.
Tegelijk gebruikt IFAB hetzelfde moment om het grotere thema “tempo and speed of play” door te drukken: countdowns bij spelhervattingen (zoals ingooien en doeltrappen) en harder optreden tegen tijdrekken. Dat zijn voorbeelden van regels die wél meteen meetbaar zijn, met een visuele aftelklok.
Kan dit echt al voor het WK?
Infantino hint op snelheid: hij wil dat het spel “serieus” wordt vóór het WK in Noord-Amerika. Sky News meldt zelfs dat het plan is om wetten te versterken “by April”, zodat ze in juni al toegepast kunnen worden.
Maar zelfs als IFAB een regelwijziging goedkeurt, blijft de vraag hoe je hem handhaafbaar maakt zonder willekeur. Het meest realistische scenario lijkt daarom een tussenstap: een protocol dat sneller ingrijpen mogelijk maakt (bijvoorbeeld via VAR-review of extra rapportage), voordat je naar een automatische “mond bedekt = vermoeden” rode kaart gaat.
Tussen microfoon en macht: wanneer de FIFA bepaalt wie spreekt



