Parijs krijgt voetbalwaanzin cadeau: PSG en Bayern schrijven geschiedenis met 5-4
Inhoudsopgave
Paris Saint-Germain en Bayern München hebben dinsdagavond een halve finale gespeeld die zich direct in de geschiedenisboeken nestelt. In het Parc des Princes won PSG met 5-4, na een avond waarop het spel soms sneller ging dan de herhaling kon bijhouden.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

De Fransen nemen daarmee een minieme voorsprong mee naar München, maar het grootste nieuws zat in de cijfers: met negen goals broken PSG en Bayern het record van de meest doelpuntrijke halve finale in de Champions League. Alleen Glasgow Rangers - Eintracht Frankfurt in 1960 kwam in het hele Europa Cup I-tijdperk ooit ook aan negen treffers.
Het begon meteen met de toon van een avond die geen rem zou kennen. Bayern drukte vanaf de aftrap het gaspedaal in, alsof Vincent Kompany vanaf de tribune had besloten dat wachten in Parijs gelijk stond aan verliezen. PSG kreeg nauwelijks de tijd om adem te halen. Marquinhos pakte al vroeg geel, Pacho werkte Luis Díaz onhandig tegen de grond en na zestien minuten lag de bal op de stip. Harry Kane deed wat Harry Kane doet: even inhouden, Safonov de verkeerde hoek in sturen en Bayern op 0-1 zetten.
Dat was nog niet eens het grootste waarschuwingsschot voor PSG. Drie minuten later ontsnapte de thuisploeg aan de 0-2, toen Olise na een razendsnelle omschakeling zag hoe zijn schot via Safonov werd afgeremd en Marquinhos op de lijn moest redden. Bayern leek de bekerhouder bij de keel te hebben. PSG wankelde, Dembélé miste aan de andere kant een open kans op 1-1, en het duel leek voor even in Duitse richting te kantelen.
Maar zoals wel vaker in dit soort avonden was controle slechts tijdelijk bezit. Halverwege de eerste helft sloeg PSG terug. Désiré Doué vond Khvicha Kvaratskhelia op maat, de Georgiër sneed naar binnen langs Stanisic en schoof de bal met perfecte rust in de verre hoek: 1-1. Het stadion ontplofte, Bayern had de overmacht van de openingsfase nog in de benen, maar voelde ineens dat het ritme was gekanteld.
Vanaf dat moment werd de wedstrijd geen duel meer, maar een storm. Dembélé dook op, Doué schoot net naast, Upamecano moest ingrijpen met een tackle die iets had van noodzaak en klasse tegelijk. En in minuut 33 viel de 2-1: João Neves kopte raak uit een corner, terwijl Musiala hem uit het oog verloor. Bayern, dat de avond zo volwassen was begonnen, keek plots tegen de wedstrijd aan in plaats van erin te staan. Toch zat ook daar nog geen seconde rust in. Michael Olise, de speler die Bayern in creatieve zin vaak uit de verstikking trekt, hamerde vier minuten later de 2-2 recht door het midden binnen. Een granaatinslag, geen afwerking. Het Parc des Princes werd even stilgezet met pure schotkracht.
En toen moest de grootste chaos nog komen. In blessuretijd keek arbiter Schärer op advies van de VAR nog naar een handsbal van Alphonso Davies. De bal ging op de stip, Dembélé stapte naar voren en schoot ondanks een goede hoek van Neuer de 3-2 binnen. Vijf goals voor rust, een halve finale die al voor de pauze naar geschiedenis rook, en twee ploegen die eruitzagen alsof ze ieder verdedigend principe als tijdelijke bijzaak beschouwden. Alsof het nog niet genoeg was, begon ook de tweede helft met vuur. Kvaratskhelia zocht een penalty, kreeg die niet, Bayern bleef aanvallen, maar liep telkens in de laatste pass vast. En juist in die fase sloeg PSG dodelijk toe. Eerst werd Hakimi diep gestuurd en mocht Kvaratskhelia volledig vrij de 4-2 binnen schieten. Drie minuten later vloog Bayern opnieuw open in de omschakeling en schoot Dembélé, via de paal, de 5-2 binnen. Opeens was daar een tussenstand die voelde als een knock-out.
Alleen weigerde Bayern om om te vallen. Dat tekende deze avond misschien nog wel het meest. De Duitse ploeg had alle reden om uit elkaar te spatten, maar bleef voetballen alsof er nog iets te halen viel. Kimmich draaide een vrije trap gevaarlijk in, Upamecano toucheerde licht en bracht de stand terug naar 5-3. PSG wankelde, het stadion voelde dat de return nog niet veilig was en Luis Díaz bleef maar dreigen.
De mooiste goal van de avond kwam vervolgens misschien wel niet van een winnaar. Díaz plukte een dieptepass van Kane uit de lucht met iets dat deed denken aan Dennis Bergkamp in zijn sierlijkste dagen, zette nog een schijnbeweging in en schoof de bal daarna in de verre hoek. Aanvankelijk ging de vlag omhoog, maar de VAR hield de schoonheid in leven: 5-4. Vanaf dat moment hing niet alleen de 5-5 in de lucht, maar ook het gevoel dat deze wedstrijd zijn eigen logica allang voorbij was. Tah kopte via Hakimi nog naast, PSG kraakte onder de druk, Bayern rook bloed. Waar de Fransen een kwartier eerder nog met drie treffers verschil voorstonden, leken ze nu vooral te hopen dat het eindsignaal hen zou redden. Dat deed het, maar nauwelijks geruststellend.
Zo eindigde deze eerste halve finale met een uitslag die tegelijk alles en niets zegt. PSG won, maar niet overtuigend. Bayern verloor, maar zeker niet kansloos. Wat wel overeind blijft, is het historische gewicht van de avond. Met negen doelpunten evenaarden PSG en Bayern het Champions League-record van de meest doelpuntrijke halve finale, een lijst waarop eerder al Manchester City - Real Madrid en Inter - Barcelona stonden, en waarin ook Ajax - Bayern (5-2 in 1995) en Liverpool - Roma (5-2 in 2018) hun plek hadden. Alleen Rangers - Eintracht Frankfurt in 1960 kwam, in het bredere Europa Cup I-verhaal, ooit ook op negen uit.
Dat PSG en Bayern zich nu in dat rijtje spelen, zegt genoeg. Dit was geen gewone topwedstrijd. Dit was een halve finale die zich gedroeg als een finale van ideeën: aanval boven controle, lef boven voorzichtigheid, spektakel boven beheer. En over een week wacht dan nog München. Alsof deze waanzin nog een tweede bedrijf nodig heeft.



