Slechts 17 keer in bijna 70 jaar: zo zeldzaam is de dubbel
Inhoudsopgave
Sinds de start van de Eredivisie in 1956 is de dubbel nooit vanzelfsprekend geweest. Titel en beker in één seizoen winnen klinkt logisch, maar de geschiedenis laat iets anders zien. In bijna zeventig jaar lukte het slechts 17 keer.

Juist daarom krijgt het programma van de KNVB beker deze week extra betekenis. De KNVB Beker is toe aan de kwartfinales en PSV ontvangt SC Heerenveen in het Philips Stadion. In de Eredivisie staat de ploeg van Peter Bosz straatlengtes voor op de concurrentie. De titel lijkt een kwestie van tijd. Maar de geschiedenis leert dat juist hier, in de beker, perfecte seizoenen hun scherpte verliezen.
Dominantie garandeert geen perfect seizoen
Wie de kampioenslijsten bekijkt, ziet lange periodes van overheersing. Ajax in de jaren zestig en zeventig, PSV eind jaren tachtig, Ajax opnieuw rond 2019. Maar zodra die kampioenen naast de bekerwinnaars worden gelegd, valt vooral op hoe vaak die lijnen níet samenvallen.
Een landstitel is een proces van maanden, waarin fouten kunnen worden hersteld. De beker is het tegenovergestelde. Eén avond is genoeg om alles te verliezen.
Het verklaart waarom dominante kampioensjaren vaak onvoltooid blijven. Ajax werd tussen 2011 en 2014 vier keer op rij kampioen, zonder ook maar één keer de beker te winnen. PSV pakte tussen 2005 en 2008 drie landstitels, maar strandde telkens ergens onderweg in het bekertoernooi.
Laatste dubbel van Ajax, Feyenoord en PSV
De zeldzame dubbels clusteren in specifieke periodes. Ajax kende zulke fases in de jaren zeventig, toen de club sportief en organisatorisch ver voor de rest uitliep. Later volgden opnieuw dubbels in 2018/19 en 2020/21, met een selectie die nationaal nauwelijks weerstand kende. PSV beleefde zijn meest complete seizoenen eind jaren tachtig onder Guus Hiddink, met dubbels in 1987/88 en 1988/89. Feyenoord kende zijn laatste alleswinnende seizoen al veel eerder, in 1983/84.
Buiten zulke machtsblokken verdwijnt de dubbel vrijwel automatisch uit beeld. Dat wordt zichtbaar zodra de blik iets wordt verbreed. AZ is daarvan een goed voorbeeld. De Alkmaarders werden in 1980/81 kampioen én bekerwinnaar — tot op de dag van vandaag hun enige dubbel. Daarna kwam AZ nooit meer in die buurt. Hetzelfde geldt voor FC Twente, dat in 2010 kampioen werd, maar nooit een seizoen kende waarin titel en beker samenkwamen.
Ajax pakte meeste dubbels (9), PSV volgt (6)
Ajax blijft met negen dubbels de maatstaf in Nederland, al dateert de laatste dus van 2020/21. PSV volgt met zes dubbels, waarvan de meest recente in 2004/05 werd behaald. In een seizoen waarin PSV de vroegste kampioen ooit kan worden kan deze prestatie weer eens worden herhaald.
Feyenoord staat op drie dubbels, met 1983/84 als laatste keer dat alles samen viel. Juist die lange wachttijden onderstrepen hoe uitzonderlijk zo’n seizoen is — zelfs voor clubs die structureel om prijzen spelen.
Historische lading van deze bekerweek
Als de ploeg van PSV-trainer Peter Bosz de kwartfinale overleeft, blijft de dubbel in leven. Dat alleen al is historisch relevant. De laatste PSV-dubbel ligt inmiddels meer dan twintig jaar achter ons. Sindsdien won de club titels genoeg, maar nooit alles.
Overzicht: alle Nederlandse dubbels sinds 1956/57
| Seizoen | Club |
|---|---|
| 1964/65 | Feijenoord |
| 1966/67 | Ajax |
| 1968/69 | Feijenoord |
| 1969/70 | Ajax |
| 1971/72 | Ajax |
| 1975/76 | PSV |
| 1978/79 | Ajax |
| 1980/81 | AZ ’67 |
| 1982/83 | Ajax |
| 1983/84 | Feyenoord |
| 1987/88 | PSV |
| 1988/89 | PSV |
| 1997/98 | Ajax |
| 2001/02 | Ajax |
| 2004/05 | PSV |
| 2018/19 | Ajax |
| 2020/21 | Ajax |



