Het idee spreekt tot de verbeelding: PSV dat al begin april kampioen wordt, weken voordat de competitie haar natuurlijke einde nadert. Records hebben nu eenmaal een magische aantrekkingskracht. Ze suggereren dominantie, superioriteit, een seizoen dat uit de pas loopt met wat normaal is. Maar juist bij een mogelijk ‘vroegste kampioenschap ooit’ loont het om even stil te staan. Niet om de prestatie kleiner te maken, maar om haar beter te begrijpen.
PSV staat straatlengtes voor op Feyenoord en Ajax. Dat is een feit. Na dertien opeenvolgende zeges volgde weliswaar puntenverlies tegen NAC Breda, maar aan het grotere beeld veranderde dat niets. De voorsprong is zó groot dat het kampioenschap nauwelijks nog een vraag lijkt, alleen het moment waarop. En precies dát moment bepaalt of er straks over een record wordt gesproken.
Het referentiepunt van 1978
Het vroegst gevierde kampioenschap in de Eredivisie staat al op naam van PSV. In het seizoen 1977/1978 was de ploeg van Kees Rijvers op 8 april al niet meer te achterhalen. Dat gegeven wordt deze weken vaak aangehaald, maar zelden volledig uitgelegd. Want dat vroege kampioenschap had ook te maken met omstandigheden buiten het veld.
Video: Het succes van 1978 verklaard
De Eredivisie werd dat seizoen vroeg beëindigd vanwege het WK in Argentinië. Minder speelrondes, een andere kalender, een ander ritme. PSV was onmiskenbaar de beste ploeg van Nederland, maar het record kreeg mede vorm door de planning van de competitie. Het is een belangrijk detail, omdat het laat zien hoe relatief het begrip ‘vroeg’ eigenlijk is.
Timing is geen toeval
Ook dit seizoen is timing geen neutraal gegeven. De Eredivisie telt 34 speelrondes, kent weinig serieuze titelconcurrentie en laat een topclub die vroeg in vorm is nauwelijks ruimte om punten te morsen. PSV profiteert daar optimaal van. Niet door geluk, maar door stabiliteit. Tegelijkertijd wordt het gat vergroot door het gebrek aan consistentie bij Feyenoord en Ajax.
Dat maakt een mogelijk recordkampioenschap tot een samenspel van factoren. PSV wint bijna alles, ja. Maar de concurrentie laat ook structureel steken vallen. In Europees verband, in onderlinge duels, en juist in wedstrijden waarin een titeluitdager normaal gesproken weinig laat liggen. Dat beeld kleurt de betekenis van een vroege beslissing.
Is eerder ook beter?
De reflex is vaak om een vroeg kampioenschap gelijk te stellen aan uitzonderlijke kracht. Soms klopt dat. Het Ajax van 2019 bijvoorbeeld, dat in alles een gevoel van overmacht uitstraalde. Maar er zijn ook seizoenen waarin de kampioen vroeg duidelijk is, zonder dat er sprake is van historische grootsheid.
Bij PSV dit jaar lopen die lijnen door elkaar. De ploeg van PSV-trainer Peter Bosz speelt bij vlagen dominant, met hoge intensiteit en aanvallende durf. Tegelijk zijn er wedstrijden waarin het minder oogt dan de cijfers doen vermoeden. Dat maakt het oordeel minder eenduidig. Het is mogelijk om extreem vroeg kampioen te worden zonder elke week te imponeren.
De waarde zit niet in de kalender
Oud-spelers als Huub Stevens en Adrie van Kraaij raken in hun opmerkingen in De Telegraaf aan de kern. Zij spreken niet alleen over PSV, maar ook over de staat van de competitie. Over tegenstanders die het laten afweten. Over het risico van verslapping. En over het verschil tussen winnen en overtuigen.
Dat perspectief is belangrijk. Want uiteindelijk wordt de waarde van een kampioenschap niet bepaald door de datum waarop het wordt veiliggesteld, maar door het verhaal dat eraan blijft kleven. Hoe werd er gespeeld? Hoe groot was de weerstand? En wat bleef er hangen in het collectieve geheugen?
Wat blijft er over?
Als PSV straks begin april kampioen is, zal dat terecht gevierd worden. Records horen bij sport en mogen benoemd worden. Maar het echte oordeel volgt later. Over jaren, wanneer dit seizoen wordt teruggehaald in gesprekken, lijstjes en vergelijkingen. Dan zal blijken of deze titel voelt als een logisch eindpunt van een uitzonderlijk elftal, of vooral als een gevolg van een seizoen waarin de verhoudingen vroeg scheef liepen.
Misschien is dat wel de meest eerlijke conclusie: een vroeg kampioenschap is indrukwekkend, maar nooit op zichzelf staand. Het zegt iets over PSV. En minstens zoveel over alles eromheen.



