Het vroegste kampioenschap ooit: hoe historisch is dat echt?
Inhoudsopgave
Daar komt nog iets bij: wie puur naar data kijkt, komt tot andere conclusies dan wie naar speelrondes kijkt. AZ werd in 2009 bijvoorbeeld pas op 19 april kampioen, maar al in speelronde 31. In 1981 pakte AZ zelfs de titel in speelronde 28 — een prestatie die tot op heden niet is geëvenaard. Het maakt de vergelijking minder eenduidig dan ze op het eerste gezicht lijkt.
Timing is geen toeval
Ook dit seizoen is timing geen neutraal gegeven. De Eredivisie telt 34 speelrondes, kent weinig serieuze titelconcurrentie en laat een topclub die vroeg in vorm is nauwelijks ruimte om punten te morsen. PSV profiteert daar optimaal van. Niet door geluk, maar door stabiliteit.
Opvallend is wel wie de dichtstbijzijnde achtervolger is. Niet Ajax of Feyenoord, maar NEC staat — op basis van verliespunten — het dichtst bij PSV. Als NEC de inhaalwedstrijd tegen FC Utrecht wint, bedraagt het verschil vijftien punten. Op 14 maart treffen beide ploegen elkaar in Eindhoven. Wint PSV ook dat duel, dan ligt een kampioenschap in speelronde 29 of 30 ineens concreet op tafel. In theorie kan de schaal zelfs al op 4 april, thuis tegen FC Utrecht, worden uitgereikt.
Dat scenario zegt iets over PSV, maar ook over de rest van de competitie. Ajax en Feyenoord laten structureel steken vallen, juist in wedstrijden waarin een titeluitdager normaal gesproken weinig laat liggen. Dat vergroot het gat sneller dan gebruikelijk.
Is eerder ook beter?
De reflex is vaak om een vroeg kampioenschap gelijk te stellen aan uitzonderlijke kracht. Soms klopt dat. Het Ajax van 1998 of 2019 straalde overmacht uit, los van de kalender. Maar er zijn ook seizoenen waarin de titel vroeg beslist is zonder dat er sprake is van historische grootsheid.
Bij PSV dit jaar lopen die lijnen door elkaar. De ploeg van PSV-trainer Peter Bosz speelt bij vlagen dominant, met hoge intensiteit en aanvallende durf. Tegelijk zijn er wedstrijden waarin het minder oogt dan de cijfers doen vermoeden. Het is mogelijk om extreem vroeg kampioen te worden zonder elke week te imponeren. De stand maskeert soms hoe dun de marges binnen wedstrijden zijn.
De waarde zit niet in de kalender
Oud-spelers als Huub Stevens en Adrie van Kraaij raken in hun opmerkingen aan de kern. Zij spreken niet alleen over PSV, maar ook over de staat van de competitie. Over tegenstanders die het laten afweten. Over het risico van verslapping. En over het verschil tussen winnen en overtuigen.
Dat perspectief blijft relevant, juist nu het kampioenschap zo dichtbij komt. Want hoe eerder de titel binnen is, hoe sterker de neiging wordt om het seizoen als vanzelfsprekend dominant te bestempelen. Terwijl het verhaal complexer is.
Wat blijft er over?
Als PSV straks begin april kampioen is, zal dat terecht gevierd worden. Records horen bij sport en mogen benoemd worden. Maar het echte oordeel volgt later. Over jaren, wanneer dit seizoen wordt teruggehaald in gesprekken, lijstjes en vergelijkingen.
Dan zal blijken of deze titel voelt als het logische eindpunt van een uitzonderlijk elftal — of vooral als het gevolg van een seizoen waarin de verhoudingen vroeg scheef liepen. Misschien is dat wel de meest eerlijke conclusie: een vroeg kampioenschap is indrukwekkend, maar nooit op zichzelf staand. Het zegt iets over PSV. En minstens zoveel over alles eromheen.
Lees ook: De keuze van Bosz: continuïteit in Eindhoven boven Oranje




