Waarom het WK 2026 voor veel supporters buiten bereik dreigt te raken

Een wereldkampioenschap voetbal wordt vaak gezien als het meest toegankelijke grote sportevenement dat er is. Supporters uit alle hoeken van de wereld reizen af, sparen soms jaren en proberen hun land van dichtbij te volgen. Het hoort bij de magie van een WK. Maar richting het toernooi van 2026 lijkt die vanzelfsprekendheid langzaam te verschuiven.

(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Waarom het WK 2026 voor veel supporters buiten bereik dreigt te raken

Van droom naar rekensom

De berichten over mogelijke borgsommen die kunnen oplopen tot duizenden dollars voor bepaalde bezoekers voelen als een signaal. Niet per se dat het voor iedereen geldt, maar wel dat de drempel om erbij te zijn hoger wordt. En dat verandert iets in hoe supporters naar zo’n toernooi kijken. Het zou gaan om 50 verschillende landen, waarvan supporters uit die landen tot wel vijftienduizend dollar moeten neerleggen als borg voor een toeristenvisum. De Verenigde Staten wil hiermee illegale immigratie tegengaan. 

Een WK bezoeken was nooit goedkoop. Vluchten, tickets, verblijf — het liep altijd al snel op. Maar er zat een soort logica in: wie bereid was te sparen en plannen, kon er meestal komen. Dat gevoel lijkt nu minder vanzelfsprekend. Wanneer er bovenop die kosten ook nog financiële garanties of borgsommen komen kijken, wordt het voor veel supporters ingewikkelder. Niet alleen omdat het bedrag hoog is, maar ook omdat het onzekerheid toevoegt. Moet je dat geld vooraf beschikbaar hebben? Krijg je het terug? En onder welke voorwaarden? Het zijn vragen die een reis minder aantrekkelijk maken.

De rol van regelgeving

De achtergrond van zulke maatregelen ligt vaak buiten het voetbal. Visumregels, migratiebeleid, veiligheidsoverwegingen — het zijn factoren die een land als de Verenigde Staten zelf bepaalt.

Een WK wordt dan ineens niet alleen een sportevenement, maar ook een logistiek en politiek vraagstuk.

Voor supporters betekent dat dat hun toegang niet alleen afhankelijk is van een ticket, maar ook van regelgeving waar ze weinig invloed op hebben. Dat is geen nieuw fenomeen, maar het lijkt wel zichtbaarder te worden.

Wie kan er nog bij zijn?

Een van de vragen die boven dit alles hangt: voor wie is een WK eigenlijk nog bedoeld? Officieel voor iedereen. In de praktijk kan het verschil maken waar je vandaan komt, hoeveel je kunt besteden en hoe makkelijk je door procedures komt.

Supporters uit landen met strengere visumregels of lagere inkomens kunnen eerder tegen obstakels aanlopen. Dat was altijd al zo, maar de drempel lijkt hoger te worden. En daarmee verandert ook de samenstelling van het publiek.

Een veranderend toernooi

Het WK van 2026 wordt sowieso anders. Meer landen, meer wedstrijden, meerdere gastlanden. Groter, complexer. In zo’n toernooi spelen meer belangen mee dan alleen voetbal. Commerciële afspraken, veiligheidsmaatregelen, internationale verhoudingen — ze drukken allemaal hun stempel op de organisatie. Dat betekent niet automatisch dat het minder bijzonder wordt. Maar wel dat de ervaring voor supporters kan veranderen.

De afstand tussen veld en tribune

Misschien is dat wel de kern van de discussie.

Niet alleen de fysieke afstand — duizenden kilometers reizen — maar ook de figuurlijke afstand. Tussen het idee van een WK als wereldwijd volksfeest en de realiteit van regels, kosten en voorwaarden. Die afstand lijkt iets groter te worden. Of dat uiteindelijk echt zoveel invloed heeft op de sfeer en beleving van het toernooi, is nog moeilijk te zeggen. Vaak vinden supporters toch een manier. Maar het gevoel dat het allemaal minder vanzelfsprekend is dan vroeger, dat lijkt wel te groeien. En misschien begint dat besef nu al, ruim voor de eerste bal is getrapt.

Van Götze tot Sterling: statementtransfers in Nederland
Hoe Ajax via Rayane Bounida toch waarde creëert
Grootste cultheleden in de geschiedenis van Feyenoord
Huiberts’ erfenis in cijfers bij AZ: 18 toptransfers