Van Aké tot Memphis: waarom de Eredivisie blijft dromen van grote Oranje-terugkeren

Peter Bosz zei bij Rondo eigenlijk gewoon wat iedere trainer in Nederland zou zeggen als de naam Nathan Aké valt. Natuurlijk zou hij zo’n speler toejuichen. Een 58-voudig international, linksbenig, ervaren, comfortabel aan de bal, inzetbaar in het centrum én als back. Daar hoef je geen scout voor te zijn.

Maar Aké is niet alleen een goede speler voor PSV op papier. Hij is ook de nieuwste naam in een hardnekkige Eredivisie-fantasie: die van de grote Oranje-international die terugkeert naar Nederland, terwijl bijna alles in zijn loopbaan nog in een andere richting wijst. Dat patroon zie je al jaren. Zodra een ervaren Nederlander bij een buitenlandse topclub minder speelt, richting een contractjaar schuift of in de media als “mogelijk beschikbaar” opduikt, begint in Nederland het rekenen. PSV, Ajax of Feyenoord worden erbij gezet. Soms ook AZ of een oude liefde. Het klinkt vaak logisch. Juist daarom is het zelden echt.

(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Nathan Ake speelde namens Oranje recentelijk in het Philips Stadion
Nathan Ake speelde namens Oranje recentelijk in het Philips Stadion

Nathan Aké klinkt voor PSV perfect, en juist daar begint het te wringen

Aké is daarvan een mooie casus. Hij is 31, heeft nog altijd marktwaarde, staat nog onder contract bij Manchester City en wordt niet alleen in Eindhoven genoemd, maar ook in Italië. Dan zie je meteen hoe dun de lijn is tussen interessant en haalbaar. Sportief is het verhaal simpel. Aké zou PSV meteen beter maken. Bosz kent zijn profiel, weet wat hij met verdedigers aan de bal wil en ziet in hem vanzelfsprekend een speler die zijn ploeg sterker maakt. Alleen zegt dat nog niets over de echte transferrealiteit. Een speler van Aké’s statuur maakt zijn carrièrekeuze niet alleen op basis van speelminuten of sentiment. Dan gaat het ook over salaris, status, familie, buitenlandse alternatieven en de vraag of de Eredivisie op dit moment voelt als een stap vooruit, zijwaarts of omlaag.

Memphis Depay laat zien dat naam en haalbaarheid zelden samenvallen

Neem Memphis Depay. Ook rond hem duikt de Eredivisie telkens weer op zodra zijn situatie in het buitenland schuurt. Grote naam, Oranje-verleden, herkenbaar gezicht, dus Nederland gaat automatisch denken: kan zo iemand nog een keer terug?

Alleen is de logica voor de speler zelf vaak heel anders. René van der Gijp zei het hard, maar niet onlogisch: als je Manchester United, Barcelona, Atlético Madrid en Brazilië achter je naam hebt, waarom zou je dan terugkeren om weer elke week tegen NEC of Volendam te spelen? Dat klinkt misschien wat plat, maar het raakt wel de kern. Voor veel van dit soort spelers is een terugkeer naar Nederland niet alleen een sportieve keuze, maar ook een mentale. Je zet niet zomaar een streep door een carrière op het hoogste buitenlandse niveau om weer in een competitie te stappen waar alles kleiner voelt: stadions, salarissen, aandacht, ritme.

Bij Memphis komt daar nog bij dat zijn route eerder richting een laatste buitenlandse uitdaging wijst dan naar een terugkeer als hoofdrolspeler in de Eredivisie.

Bij Kenny Tete zie je dat zelfs een ‘haalbare’ naam vaak niet echt loskomt

Kenny Tete is een goed voorbeeld van een speler bij wie het op het eerste gezicht realistischer lijkt. Geen onaantastbare superster, wel een ervaren back, nog altijd een bekende naam in Nederland, en Ajax informeerde ook daadwerkelijk. Toch kwam het nooit echt van de grond.

Waarom niet? Omdat zulke transfers zelden alleen over geld gaan. Tete gaf zelf al aan dat er bij Ajax ook het een en ander veranderd was. Lagere salarissen, andere prioriteiten, andere keuzes in wie nog topcontracten krijgt. Dan kom je al snel op een punt waar club en speler elkaar wel aardig vinden, maar niet echt nodig hebben. Daarbij speelde voor Tete ook gewoon iets heel menselijks mee: hij zat in Londen, had zijn contractpositie, keek anders naar zekerheid en dacht aan zijn oude dag. Dat is vaak het onderbelichte deel van dit soort verhalen. Supporters zien de speler. De speler ziet zijn hele leven.

De Vrij en De Roon tonen hoe snel romantiek botst met realiteit

Bij Stefan de Vrij en Marten de Roon zie je twee andere varianten van hetzelfde probleem. De Vrij klinkt voor Feyenoord, PSV of zelfs Ajax meteen aantrekkelijk. Ervaring, coaching, rust aan de bal, uitstraling. Alleen is transfervrij nog altijd iets anders dan goedkoop. Zodra je inzoomt op salaris, tekengeld, buitenlandse interesse en privésituatie, schuift Nederland alweer snel naar de achtergrond.

De Roon is nog duidelijker. Die heeft zelf al laten weten niet terug te willen. Dan houdt het snel op. Alleen verdwijnt het verlangen bij Nederlandse clubs en media dan nog steeds niet meteen. Omdat de naam blijft trekken. Omdat de gedachte aan een ervaren Oranje-man in de Eredivisie altijd iets prettigs heeft, maar een mooi verhaal is nog geen transferplan.

De Eredivisie droomt vaak van thuiskomen, terwijl spelers vooral door willen

Misschien is dat wel de echte kern van alles. In Nederland kijken we bij dit soort spelers graag vanuit de club. Zou het niet geweldig zijn? Zou hij niet perfect passen? Zou dit niet een statement zijn? Alleen de speler zelf denkt meestal andersom. Niet vanuit romantiek, maar vanuit timing.

Voor een Aké, Memphis, De Vrij of De Roon is de vraag zelden: bij welke Nederlandse club pas ik? De vraag is eerder: wat wil ik nog uit mijn carrière halen, en waar gebeurt dat het best? Soms is dat een topcompetitie. Soms een rijk buitenlands contract. Soms rust in het buitenland. Soms gewoon helemaal niet terug.

Dat betekent niet dat zulke deals nooit kunnen. Alleen dat ze meestal pas kans krijgen als er op meerdere fronten tegelijk iets verschuift: salaris zakt, buitenlandse interesse valt tegen, familie wil terug, de speler zoekt een andere rol, en een Nederlandse club heeft precies op dat moment plek én geld. Dat is veel om tegelijk goed te laten vallen.

Daarom blijft Aké voorlopig vooral een mooie gedachte

En zo kom je weer bij Nathan Aké uit. Natuurlijk zou Bosz hem toejuichen. Natuurlijk past hij sportief prachtig bij PSV. Maar precies daar schuilt het risico van dit soort verhalen: dat de voetbalinhoud zo logisch voelt, dat iedereen vergeet hoe complex de rest is.

Aké is dus niet alleen een transfergerucht. Hij is ook de nieuwste test van een oude Nederlandse reflex. De Eredivisie blijft dromen van grote Oranje-terugkeren, omdat die dromen bijna altijd lekker klinken. Alleen eindigen ze vaak op dezelfde plek. In bewondering, in belangstelling, in een telefoontje misschien. En daarna weer in de constatering dat de speler in kwestie toch vooral nog onderdeel is van een andere voetbalwereld.

Oranje oefent in stilte tegen WK-debutant Oezbekistan in New York

Van Götze tot Sterling: statementtransfers in Nederland
Hoe Ajax via Rayane Bounida toch waarde creëert
Grootste cultheleden in de geschiedenis van Feyenoord
Huiberts’ erfenis in cijfers bij AZ: 18 toptransfers