Zo komen Eredivisie-clubs in Engeland uit voor 'goedkope ervaring'

Justin Bijlow heeft Feyenoord ingeruild voor Genoa CFC en dus wordt er hard gezocht naar een tweede keeper naast Timon Wellenreuther. Het nieuws rond Feyenoord en Seny Dieng voelt als typisch winterwerk: een keeper die weinig speelt, een club die snel wil schakelen, en ergens in Engeland een contract dat nét niet mee wil. Volgens berichtgeving naderen de clubs elkaar, maar zit er nog ruis op de lijn over geld en afspraken.

(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Seny Dieng in actie
Seny Dieng in actie

En dat is precies waarom Nederlandse clubs zo vaak in die Engelse markt uitkomen. Niet omdat het simpel is, maar omdat het soms de enige plek is waar “direct inzetbare ervaring” te vinden is voor een bedrag dat nog enigszins te doen is.

Feyenoord, Middlesbrough en het misverstand van “goedkoop”

De deal wordt door verschillende bronnen omschreven als een mogelijke lage transfersom, met zelfs het idee dat een vertrek zonder transfersom bespreekbaar is.
Maar het woord “goedkoop” is hier verraderlijk. Bij Middlesbrough FC draait het, volgens het lokale The72, om een klassieke patstelling: de club wil meewerken, maar niet de resterende contractwaarde uitkeren. Dat laatste zit niet lekker bij de desbetreffende speler.

Dat is ook precies de reden waarom zulke transfers vaak pas laat vallen. Niet door scouting, niet door twijfel over kwaliteit, maar omdat iemand ergens moet toegeven: club betaalt mee, speler levert iets in, of de kopende club compenseert via salaris/tekenbonus.

Waarom de Championship-route aantrekkelijk blijft

De EFL Championship is financieel een aparte wereld. Lonen liggen er vaak hoog, en clubs kunnen (zeker rond promotiedruk) een payroll hebben die voor veel Eredivisie-clubs lastig te evenaren is. Capology zet voor 2025/26 de payrolls per Championship-club uiteen, met uitschieters die in Europa stevig meewegen.
Daar komt bij: in Engeland is het “middelgrote geld” breder verdeeld, mede door de algemene rijkdom van het ecosysteem rond de Premier League. UEFA-rapportages en analyses laten al jaren zien hoe groot het verschil in inkomsten tussen competities kan zijn.

Voor Nederlandse clubs werkt dat in twee richtingen:

  • Plus: er lopen spelers rond met veel wedstrijden, veel druk, en een professioneel ritme.

  • Min: ze hebben ook contracten die bij dat systeem passen. En daar wringt het bij ‘koopjes’.

Contractfrictie is geen detail, het ís het spel

Bij Dieng komt het verhaal extra scherp naar voren, omdat hij al langer uit de hoofdmoot lijkt te zijn verdwenen. The72 schrijft dat geïnteresseerden worden afgeschrikt door zijn looneisen, terwijl Middlesbrough niet de rest van zijn contract wil ophoesten. Het lijkt er dus op dat de club van de doelman af wil. 
Dat maakt de “Championship-route” vaak een onderhandeling in drie lagen: transfersom, salaris, en de vraag wie de schade van het oude contract draagt.

Juridisch is het ook logisch dat clubs niet zomaar een contract kunnen “wegstrepen”. In de basis eindigt een spelerscontract bij afloop, of via mutual agreement—waarbij geld bijna altijd de sleutel is.

Er is nog een laag: timing. Als een speler weinig speelt, daalt zijn markt. Maar zijn contract niet. Dus moet er creatief worden gerekend.

Waarom dit soort deals juist in de winter opduiken

Voor Feyenoord is de keeperssituatie door het vertrek van Justin Bijlow een praktische puzzel: je wilt zekerheid rondom je eerste/tweede doelamn, zonder dat je meteen een duur project koopt.
En als je dan in Engeland een keeper kunt krijgen die wíl spelen, en bij zijn club op een zijspoor zit, krijg je precies dit type dossier: “laag bedrag, veel gedoe."

Overigens zegt dit óók iets over je hiërarchie. Feyenoord heeft Timon Wellenreuther langer vastgelegd tot 2027. Dan zoek je er bij keepers meestal geen concurrent bij die meteen de boel op scherp zet, maar iemand die de rol accepteert en het niveau bewaakt. Dat is de theorie. In de praktijk kan één mindere maand alles weer veranderen.

Zo werd er bij Feyenoord regelmatig geswtitcht tussen Wellenreuther en Bijlow. Die laatstgenoemde lag er vaak uit vanwege blessures, maar toen de keeper weer terugkwam, leek hij zijn plek kwijt. 

De Hull-case en waarom “bijna rond” vaak niet telt

Het verhaal wordt herkenbaar als je leest dat een overstap van Dieng naar Hull City AFC eerder afketste. Zulke mislukte deals hebben bijna altijd dezelfde oorzaak: de rekensom klopt nét niet voor één partij. Soms omdat de kopende club niet wil doorbetalen, soms omdat de verkopende club geen afkoopsom wil slikken, soms omdat de speler op zijn rechten blijft staan.

En dan krijg je het rare beeld: een speler die “weg mag”, maar toch blijft. Niet omdat hij ineens nodig is, maar omdat het alternatief financieel minder logisch voelt.

Wat Feyenoord hieraan heeft, als het wél lukt

Als Feyenoord dit rond krijgt, koop je vooral risicobeperking. Geen garantie op topprestaties, wel een keeper met ervaring die (als het klopt) genoegen neemt met een andere rol. Dat is het soort transfer dat je in mei pas echt kunt beoordelen: heeft het rust gegeven, of vooral een nieuwe discussie geopend?

En voor de bredere trend geldt: de Championship-route blijft aantrekkelijk zolang Nederlandse clubs relatief strak moeten begroten én tegelijk Europees willen presteren. Het is een markt waar je soms waarde vindt, maar bijna nooit zonder frictie.

Lees hier alles over Feyenoord.

Salarissen scheidsrechters
Duurste Nederlandse voetballers