De 1-3 nederlaag van AZ tegen NEC zaterdagavond was helder, hard en sportief verklaarbaar. NEC was feller, slimmer en effectiever. Toch bleef na afloop niet zozeer de uitslag hangen, maar één woord. “Vermoord”, zei Anco Jansen bij ESPN, doelend op de manier waarop AZ-trainer Leeroy Echteld zijn verdediger Alexandre Penetra had opgesteld. Het was een analyse die bleef schuren.

AZ–NEC als casus: een keuze die zichtbaar misging
AZ begon tegen NEC met Penetra als rechtsback, een positie die niet zijn natuurlijke plaats is. De Portugees had het zwaar tegen Basar Önal, die consequent de één-tegen-één zocht en daarin vrijwel altijd won. Het leidde tot momenten die pijnlijk oogden, met als hoogtepunt de goal waarbij Önal naar binnen sneed en Penetra letterlijk liet zitten.
Dat een trainer een speler buiten zijn vaste rol gebruikt, is op zichzelf niet ongebruikelijk. Het risico is bekend: als het werkt, oogt het als durf; als het misgaat, wordt het zichtbaar en persoonlijk. In Alkmaar ging het mis. Dat maakte de analyse begrijpelijk, maar niet automatisch probleemloos.
De uitspraak van Anco Jansen
“Hij wordt door zijn trainer vermoord.” Het was geen losse emotie, maar een weloverwogen zin in een verder inhoudelijke analyse. Jansen wees op alternatieven op de bank, op de kwetsbaarheid van Penetra als back en op de voorspelbaarheid waarmee NEC die zwakte bespeelde. Tegelijkertijd trok hij met dat ene woord de aandacht weg van het tactische verhaal.
Voetbaltaal is vaker hard. “Afgeslacht”, “weggespeeld”, “afgemaakt” zijn ingeburgerde termen. Toch raakt “vermoord” aan iets anders. Het is een moreel beladen woord dat suggereert dat iemand actief schade wordt toegebracht. Daarmee verschuift de focus: van een mislukte keuze naar een impliciete beschuldiging.
Analyse versus persoonlijke schade
Analisten hebben de taak om keuzes te duiden en te bevragen. Zeker bij een club als AZ, waar beleid en visie voortdurend onderwerp van gesprek zijn. Maar spelers kijken ook mee. Trainers luisteren. Familie en omgeving horen het terug. Een verdediger die al worstelt met zijn rol, krijgt er publiekelijk een extra laag bovenop.
Dat betekent niet dat kritiek moet worden ingeslikt. Wel dat taal meebepaalt hoe kritiek landt. “Overvraagd”, “in de problemen gebracht” of “beschermd moeten worden” vertellen hetzelfde verhaal, zonder de suggestie van opzet of nalatigheid. Het verschil is subtiel, maar voelbaar.
De positie van de trainer: Echteld onder het vergrootglas
Leeroy Echteld verdedigde na afloop zijn keuzes. Dijkstra is volgens hem nog niet klaar voor structurele minuten, Maikuma net terug van blessure. Vanuit trainersperspectief is dat logisch. Vanuit het beeld van de wedstrijd voelt het kwetsbaar. Die spanning hoort bij topvoetbal.
Wat hier meespeelt, is dat de analyse zich niet alleen richtte op de keuze, maar op de intentie erachter. Alsof de trainer willens en wetens een speler opofferde.
De bredere context van voetbalmedia
De voetbalmedia leven van scherpe duiding. Uitzendingen concurreren om aandacht, quotes worden uitvergroot op sociale media. Eén woord kan een eigen leven gaan leiden, los van de rest van het verhaal. Dat gebeurde hier ook. De inhoudelijke punten van Jansen raakten ondergesneeuwd door de terminologie.
Het roept een vraag op die verder gaat dan AZ–NEC: hoe scherp kan en moet analyse zijn, zonder dat zij haar eigen doel voorbijschiet? Niet door censuur, maar door bewustzijn. Woorden sturen interpretatie, zeker in een sport waar emotie altijd dichtbij is.
Wat blijft hangen na Alkmaar
De wedstrijd in het AFAS Stadion van AZ zal de boeken ingaan als een overtuigende zege van NEC. Voor Penetra was het een lastige avond, voor Echteld een keuze die niet uitpakte. Voor de kijker bleef vooral één zin hangen. Misschien is dat precies het punt. Niet omdat de analyse onjuist was, maar omdat taal soms harder raakt dan beelden.
Het voetbal kan tegen kritiek. Spelers ook. Maar juist daarom loont het om stil te staan bij hoe die kritiek wordt verpakt. Soms zegt dat net zoveel als de analyse zelf.



