Als zelfs Van Gaal geen verklaring heeft voor de Europese terugval
Inhoudsopgave
Louis van Gaal staat niet bekend als iemand die snel met zijn schouders ophaalt. Analyse, duiding en verklaringen vormen al decennia de kern van zijn voetbaltaal. Juist daarom was zijn reactie op de Europese prestaties van Nederlandse clubs zo opvallend. Hij heeft geen verklaring. Geen diagnose, geen duidelijke oorzaak. Alleen de vaststelling dat Nederland “er niet goed op staat”.

Dat is misschien wel zorgwekkender dan stevige kritiek. Want als iemand als Van Gaal, met zijn ervaring en overzicht, geen patroon kan aanwijzen, zegt dat iets over de complexiteit van het probleem.
Een Europees landschap dat snel verandert
De feiten zijn bekend. Ajax en PSV werden uitgeschakeld in de Champions League, Feyenoord, Go Ahead Eagles en FC Utrecht overleefden de Europa League niet. AZ is als enige Nederlandse club nog actief, in de Conference League. Ondertussen is Portugal Nederland voorbijgegaan op de UEFA-coëfficiëntenlijst.
Dat Nederland inmiddels zijn tweede directe Champions League-ticket is kwijtgeraakt, onderstreept hoe tastbaar die terugval inmiddels is. Het is geen abstract ranglijstprobleem meer, maar een concreet verlies met sportieve en financiële gevolgen.
Geen incident, maar ook geen duidelijke oorzaak
“Het zijn tendensen,” zegt Van Gaal. Een woord dat veel ruimte laat. Tendensen zijn geen toevalligheden, maar ook geen scherp omlijnde oorzaken. Ze duiden op verschuivingen die je voelt, maar moeilijk kunt vastpakken.
Eerder waarschuwde Eredivisie-directeur Jan de Jong al dat ieder Europees punt telt voor het hele Nederlandse voetbal. Zijn boodschap was helder, de realiteit weerbarstig. Want ondanks die waarschuwingen bleven de prestaties achter.
Het probleem lijkt diffuser. Verspreid over meerdere clubs, competities en seizoenen. Misschien zit het in financiële verhoudingen. Misschien in de kalender. Misschien in keuzes die op zichzelf logisch waren, maar samen minder goed uitpakken.
Ajax als spiegel, niet als uitzondering
Van Gaal betrekt Ajax nadrukkelijk in zijn verhaal, maar niet als zondebok. Zijn analyse van de wedstrijd tegen Olympiakos is veelzeggend. Een redelijke eerste helft, een matige tweede, zeker na de wissels. “Op dit moment hebben we dat niveau bij Ajax,” concludeert hij.
Het klinkt bijna berustend. Alsof Ajax niet faalt onder zijn kunnen, maar presteert naar wat het op dit moment is. En daarmee wordt Ajax geen uitzondering, maar een afspiegeling. Niet beter dan de rest, niet slechter, maar onderdeel van hetzelfde geheel.
Dat maakt de situatie ongemakkelijker. Want als het niveau klopt met de prestaties, is de terugval geen incident meer, maar een indicatie.
De Eredivisie als stille factor
Van Gaal wijst ook op iets anders. De titelstrijd in Nederland is volgens hem eigenlijk al beslist. PSV wordt kampioen, spanning is er nauwelijks. Die constatering staat los van Europa, maar raakt wel aan dezelfde kernvraag: hoe scherp blijft een competitie waarin de verhoudingen vroeg duidelijk zijn?
Het is geen directe oorzaak-gevolgrelatie, maar het zet wel aan tot denken. Europese topwedstrijden vragen uiterste scherpte, week na week. Als die prikkels nationaal minder aanwezig zijn, kan dat op termijn doorwerken. Niet zichtbaar in één wedstrijd, wel in een reeks.
Korte termijn versus structuur
Ook op clubniveau botsen korte-termijnkeuzes steeds vaker met structurele belangen. Het vasthouden aan ervaren krachten, het rouleren in Europa of juist niet: het zijn keuzes die op zichzelf verdedigbaar zijn, maar samen invloed hebben op het grotere plaatje.
Juist daarin zit de parallel met andere dossiers binnen het Nederlandse voetbal, waar sportieve noodzaak en langetermijnvisie elkaar steeds vaker raken.
Zorgen zonder paniek
Van Gaal slaat geen alarm. Hij spreekt geen crisis uit en wijst niemand met de vinger. Zijn toon is constaterend, bijna afstandelijk. Dat past bij zijn rol als adviseur, maar ook bij de fase waarin Nederland zich lijkt te bevinden.
Er is achteruitgang, maar geen instorting. Er is verlies van positie, maar geen totale afglijding. Juist dat maakt het lastig. Want problemen zonder duidelijke oorzaak laten zich moeilijk oplossen.
Misschien is dat wel het echte probleem
Dat Van Gaal geen verklaring kan geven, is misschien wel de kern van het verhaal. Niet omdat hij tekortschiet, maar omdat het Nederlandse voetbal zich in een overgangsfase bevindt waarin oude zekerheden langzaam verdwijnen.
De zesde plek op de coëfficiëntenlijst was jarenlang een houvast. Twee Champions League-tickets voelden bijna vanzelfsprekend. Die vanzelfsprekendheid is weg. Wat ervoor terugkomt, is nog onduidelijk.
Misschien dwingt dat tot nieuwe vragen. Over prioriteiten in Europa, over hoe serieus die wedstrijden worden benaderd, en over hoe Nederland zich wil verhouden tot landen die wél structureel blijven leveren.



