Ajax zet vol in op jonge aankopen: toeval of nieuw beleid?
Inhoudsopgave
De namen verschillen, de leeftijden niet. In een paar dagen tijd duiken er bij Ajax vooral twintigers en tieners op: JP Chermont (20), Maher Carrizo (19), Paulo da Silva (18), Samory Kone (16). Los zijn het gewoon transfers. Samen voelt het als een keuze.

En eerlijk: Ajax heeft er de laatste jaren vaak uitzage alsof de club per week een andere oplossing zocht. Dan weer ervaring, dan weer een gok, dan weer “voor de breedte”. Nu is er ineens iets wat op een lijn lijkt. Nog voorzichtig, maar toch.
Geen incidenten meer, maar een lijn
Het opvallende zit niet alleen in de leeftijd, maar in het type speler. Het zijn profielen met restwaarde, met een verhaal erbij: talent dat kan groeien, en later — als alles meezit — ook weer kan worden verkocht. Dat is het Ajax-model in zijn meest klassieke vorm. Alleen: de wereld waarin dat model ooit vanzelfsprekend werkte, is veranderd.
Ajax heeft de afgelopen jaren ook geleerd hoe duur “nu meteen oplossen” kan zijn. Transfers met hoge salarissen en weinig doorverkoopwaarde wegen langer door dan je denkt. Niet alleen op de begroting, ook op het sentiment. Want als zo’n aankoop niet pakt, blijft het rondzingen. De club lijkt daar deze winter bewust van weg te willen bewegen.
Een korte observatie: vier vergelijkbare aanzetten in één transferperiode is zelden puur toeval.
De timing is óók niet toevallig
Deze beweging komt niet uit de lucht vallen. Ajax mist structureel Champions League-inkomsten en moet tegelijk wél competitief blijven in de Eredivisie. Dat is een ongemakkelijke combinatie. Je wilt vooruit, maar je wilt ook niet opnieuw een seizoen aan jezelf uitgeven.
In zo’n situatie worden jonge aankopen aantrekkelijk. Niet omdat ze gegarandeerd slagen — dat doet niemand — maar omdat je de risico’s beter kunt spreiden. Je kunt één misser hebben zonder dat het hele plan omvalt. En als er één wél doorbreekt, heb je meteen sportieve én financiële ruimte.
Het past bovendien bij iets wat bij Ajax altijd terugkomt, ook na allerlei koerswijzigingen: het idee dat je waarde moet maken op het veld, niet op de markt.
De rol van Jordi Cruijff
Jordi Cruijff moet officieel nog beginnen op 1 februari, maar zijn invloed wordt al voorzichtig zichtbaar. Niet per se in één naam, maar in het soort werk dat nu op tafel ligt: jong, internationaal, met groeipotentie. Dat is interessant, juist omdat Ajax de laatste jaren ook periodes kende waarin het beleid vooral reactief werd. Eerst wachten op de stand, dan pas handelen.
Dat Cruijff nu al meebeweegt, wijst erop dat Ajax deze winter niet alleen ziet als reparatie, maar ook als richting. Dat is een verschil.
Tegelijk nuanceert Ajax het beeld zelf al: er wordt nog steeds gezocht naar een ervaren controlerende middenvelder. Dat maakt het geen ideologisch verhaal (“alleen maar jeugd”), maar eerder een tweesporenbeleid: stabiliteit én waardecreatie.
Wat zegt dit over de ambities?
Investeren in jonge spelers betekent niet dat Ajax sportieve ambities laat varen. Alleen verschuift de manier waarop je die ambities probeert waar te maken. Minder op korte termijn forceren, meer opbouw en timing.
Daar zit meteen de spanning. Jonge spelers vragen tijd — en tijd is in Amsterdam zelden royaal. Zeker niet als resultaten achterblijven. Dan wordt “aankoop voor de toekomst” al snel een irritatiepunt. Dat risico hoort erbij, en Ajax lijkt dat nu mee te nemen in de afweging.
Een fase die iets zegt over de toekomst
Of deze lijn standhoudt richting de zomer, is nog open. Dat hangt af van sportieve ontwikkeling, eventuele uitgaande transfers en simpelweg van wat er nog mogelijk is op de markt. Maar deze winter laat in elk geval méér zien dan losse deals.
Ajax zoekt naar balans: jeugd en ervaring, sportieve druk en financiële realiteit. En misschien ook: tussen een verleden waarin alles vanzelf ging, en een toekomst waarin keuzes weer echt keuzes zijn.
Niet omdat Ajax ineens alles anders doet. Maar omdat de club zich geen herhaling van recente fouten meer kan permitteren.



