Ajax en PSV verdienen miljoenen, maar Nederland verliest

Op papier was er weinig reden tot klagen. Ajax en PSV vlogen er vroeg uit in de Champions League, maar de bankrekening kreeg nauwelijks een tik. Samen bijna 90 miljoen euro aan inkomsten, dankzij startpremies, bonussen en volle stadions. Individueel bekeken kunnen beide clubs terugkijken op een lucratieve Europese campagne. En toch wringt het.

PSV verliest in eigen huis met 1-2 van Bayern München: sportieve teleurstelling op het veld, maar financieel levert de Champions League opnieuw miljoenen op.
PSV verliest in eigen huis met 1-2 van Bayern München: sportieve teleurstelling op het veld, maar financieel levert de Champions League opnieuw miljoenen op.

Want terwijl Ajax en PSV financieel overeind blijven, zakt Nederland als voetballand juist verder weg. De Europese realiteit laat zich steeds lastiger vangen in winst en verlies per club. Dit gaat over iets groters.

Individueel rendement, collectief verlies

Het contrast is scherp. Ajax en PSV halen miljoenen binnen, maar Nederland is ondertussen een belangrijke zekerheid kwijtgeraakt: het tweede directe Champions League-ticket. De nummer twee van de Eredivisie moet vanaf het seizoen 2026-2027 weer de voorrondes in, met alle sportieve en financiële risico’s van dien. Dat is geen detail, maar een structurele achteruitgang. Die ontwikkeling staat niet los van de recente Europese prestaties.

Nederlandse clubs winnen simpelweg te weinig wedstrijden buiten de landsgrenzen. Het gevolg: minder coëfficiëntenpunten, een lagere ranking en uiteindelijk minder vaste plekken op het hoogste podium. Dat proces is al langer gaande, maar wordt nu tastbaar.

Lees hier: Hoe Nederland dat tweede ticket verloor

Geen simpele verklaring

Wat deze terugval extra ongemakkelijk maakt, is dat er geen duidelijke boosdoener aan te wijzen is. Zelfs Louis van Gaal, iemand die zelden om woorden verlegen zit, kwam niet verder dan een opsomming van factoren. Te weinig geld, te weinig topwedstrijden, te weinig weerstand. Maar ook: pech, timing, details. Dat gebrek aan één duidelijke oorzaak maakt het probleem moeilijker te bestrijden.

Het wijst erop dat de achteruitgang structureel is, geen incident. Van Gaal verwoordde dat gevoel treffend. En precies daar ontstaat de paradox. Clubs worden afgerekend op hun eigen resultaten en begrotingen, terwijl de Europese ranglijst collectief werkt. Ajax kan een slechte Europese campagne financieel opvangen. Voor Nederland als geheel ligt dat anders.

De waarde van één punt

De impact van die collectieve terugval is groter dan vaak wordt gedacht. Een gelijkspel of overwinning in Europa gaat niet alleen over prestige, maar vertaalt zich direct in geld. Niet alleen voor de club die speelt, maar voor het hele land. Eén extra Europees punt kan op termijn miljoenen schelen. In startpremies, in ticketverdeling, in het aantal clubs dat mee mag doen op het hoogste niveau. Dat maakt iedere gemiste kans zwaarder dan hij op het eerste gezicht lijkt. De rekensom achter die punten is pijnlijk helder:  Het is die optelsom die maakt dat een vroege uitschakeling meer doet dan alleen het seizoen van één club verkorten.

Europa als eigen project

Daarmee komt een ongemakkelijke vraag op tafel. Benaderen Nederlandse topclubs Europa nog als een gezamenlijk belang, of vooral als een eigen project? In de praktijk overheerst vaak het laatste. Europese inkomsten zijn ingecalculeerd, maar Europese verantwoordelijkheid niet. Dat zie je terug in keuzes. Rouleren omdat de competitie prioriteit heeft. Voorzichtigheid om blessures te voorkomen. Begrijpelijk, zeker vanuit clubbelang. Maar collectief gezien werkt het door. Iedere nederlaag telt dubbel. Niemand zal hardop zeggen dat Europa wordt opgeofferd, maar de urgentie voelt soms beperkt. Zeker als de financiële schade op korte termijn meevalt.

De echte spanning

De spanning zit uiteindelijk tussen twee waarheden die naast elkaar bestaan. Voor Ajax en PSV zijn Europese miljoenen noodzakelijk om hun organisatie draaiende te houden. Zonder die inkomsten wordt het direct lastig. Tegelijkertijd ondermijnen vroege uitschakelingen de positie van Nederland als geheel, wat diezelfde clubs op termijn juist kwetsbaarder maakt. Het is geen makkelijke cirkel om te doorbreken. Meer investeren kan niet onbeperkt. Wachten op een generatie uitzonderlijk talent evenmin. En toch lijkt de conclusie onvermijdelijk: zolang Europees succes vooral individueel wordt bekeken, blijft Nederland terrein verliezen. Misschien is dat wel de kern van de Europese paradox.

Ajax en PSV verdienen nog steeds goed, maar de marge wordt kleiner. Niet vandaag, niet morgen, maar stap voor stap. En Europa vergeeft weinig. Dat wordt inmiddels pijnlijk duidelijk.

Salarissen scheidsrechters
Duurste Nederlandse voetballers