Oranje-pilaren in drijfzand: Spurs trekt Van de Ven en Xavi Simons mee
Inhoudsopgave
Tottenham ging vanavond met 5-2 onderuit in de Champions League tegen Atlético Madrid en voor Oranje is het extra relevant, omdat Spurs twee spelers in de kern van Ronald Koemans WK-planning meesleurt: Micky van de Ven en Xavi Simons.
Van de Ven lag bij de 2-0 op zijn rug na een slip en werd op sociale media meteen het mikpunt. Simons wordt al weken gebruikt als symbool van een dure selectie die toch blijft wankelen. Het zijn verschillende verhalen, maar ze lopen in dezelfde richting: Tottenham is een moeras, waar de Oranje-spelers in weg dreigen te zakken.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Tottenham zakt weg: van ‘incident’ naar patroon
In de Premier League staat Spurs op 29 punten uit 29 wedstrijden en het gat met de degradatiestreep is klein. Dat maakt elke tik zwaarder. Zo’n Champions League-avond in Madrid is dan geen losstaande klap, maar een uitvergroting van het seizoen: er hoeft maar iets te gebeuren en het elftal schiet uit elkaar.
Dat is precies de context waarin de kritiek op Van de Ven en Simons ontstaat. Niet omdat zij ineens slechte spelers zijn, maar omdat Tottenham dit seizoen te vaak een ploeg is die spelers in onhandige situaties duwt. Veel sprinten terug. Veel duels in open veld. Veel stressmomenten die in de statistieken niet altijd terugkomen, maar in de fouten wel.
Van de Ven: ijzersterk in minuten, rafelig in randzaken
Kijk je puur naar speeltijd, dan staat Van de Ven er gewoon. Hij is bij Tottenham bijna een vaste waarde: 27 wedstrijden, 27 basisplaatsen, 2.366 minuten (26,3 volledige wedstrijden). Daarbovenop komt iets wat je niet standaard bij een verdediger ziet: 4 goals en 1 assist. Dat is productie.
Maar er zit ook een tweede laag in de cijfers. Discipline en duelkleur. Van de Ven staat op 7 gele kaarten en 1 rode kaart. Een centrale verdediger die zo vaak in noodsituaties komt, loopt sneller tegen kaarten aan. Zeker in een competitie waar duels blijven doorgaan en duwen in het strafschopgebied vaak wordt weggewuifd.
Vergelijk het met andere Nederlandse verdedigers in Engeland: Jan Paul van Hecke (Brighton) speelt vergelijkbare minuten (27 duels, 2.400 minuten) en heeft ook 7 gele kaarten, maar geen rood. Jurriën Timber (Arsenal) zit op 29 wedstrijden, 2.417 minuten en 5 gele kaarten. Het verschil zit ’m niet alleen in de speler, maar ook in de context: Arsenal en Brighton spelen doorgaans met meer controle. Tottenham niet. Daar wringt het richting WK 2026. Koeman wil Van de Ven niet “uit de ploeg coachen”, hij wil hem juist gebruiken als wapen: snelheid, herstel, agressie. Alleen: op een eindtoernooi kan één domme kaart het schema kapotmaken. Dan wordt een randcijfer ineens hoofdzaak.
Simons: minuten genoeg, maar de output blijft achter
Bij Xavi Simons zeggen de cijfers iets anders. Hij speelt ook behoorlijk wat: 24 wedstrijden, 18 basisplaatsen, 1.628 minuten (18,1 volledige wedstrijden). Maar zijn productie is opvallend laag voor een speler die bij Oranje wordt gezien als een van de creatieve krachten: 1 doelpunt, 4 assists. Zijn schotvolume is er wel: 33 schoten, waarvan 8 op doel (24,2% op doel). Alleen de conversie is dun: 1 goal uit 33 schoten (grofweg 0,03 goals per schot). Dat is precies het soort statistiek dat bij een speler als Simons vragen oproept. Zit het jeugdproduct van FC Barcelona wel op de goede plek richting een eindtoernooi?
Kijk je naar Koemans middenveld- en aanvalsopties, dan wordt het contrast zichtbaar. Cody Gakpo (Liverpool) zit op 6 goals en 3 assists in de competitiecijfers, Donyell Malen op 10 goals. Natuurlijk zijn dat andere posities. Maar het punt blijft: Oranje heeft straks spelers nodig die gewend zijn om wedstrijden te beslissen. Simons levert nu vooral “aanwezigheid” en te weinig “eindproduct”.
Wat dit betekent voor Koeman richting WK 2026
Koeman heeft in de achterhoede veel zekerheden: Van Dijk, Dumfries, Frimpong, Timber, Van Hecke, Van de Ven — en als hij fit genoeg is, Aké. Maar niet iedereen komt met dezelfde vormlijn richting zomer. Aké speelt weinig minuten, anderen draaien stabiel mee in teams met structuur.
Van de Ven is in dat rijtje een aparte categorie: hij speelt veel, maar hij speelt ook vaak “op de rand” omdat Tottenham wedstrijden openbreekt. Dat zie je terug in kaarten, in incidenten, in het feit dat één slip meteen een goal inleidt. Dat kan gebeuren. Het gaat erom hoe vaak het gebeurt in een seizoen waarin Spurs al wankelt.
Bij Simons is de vraag anders: niet of hij een plek in de selectie verdient, maar welke rol je hem geeft als hij in clubverband weinig rendement draait. Koeman kan hem op tien zetten, op rechts, of als tweede man achter een spits. Alleen: elke rol vraagt om herhaling. En Tottenham geeft hem vooral ruis.
De simpele conclusie: Spurs is het probleem, niet de kwaliteit
De harde avond tegen Atlético Madrid maakt het alleen maar zichtbaarder. Tottenham is een club waar het seizoen aan elkaar hangt van incidenten, late klappen, en een elftal dat te vaak in overlevingsmodus speelt. Daar komen Van de Ven en Simons niet ongeschonden doorheen, zelfs niet als ze individueel prima blijven.
Richting WK 2026 is dat het echte nieuws: Oranje heeft zekerheden bij Spurs, maar Spurs voelt dit seizoen als drijfzand. Voor deze Oranje Leeuwen gaat dit seizoen ook over mentale schade, ritme, en hoe snel je weer overeind komt.



