Trauner ziet bij Feyenoord één pijnlijke oorzaak achter de eindeloze blessuregolf
Inhoudsopgave
Gernot Trauner weet hoe een blessure voelt als die maar niet ophoudt. Elf maanden stond hij langs de kant en nu komt de Oostenrijker met zijn uitleg over de blessuregolf bij Feyenoord. Volgens Trauner zit de pijnlijke kern ergens anders: als er te veel spelers tegelijk uitvallen, komt er druk op de hele keten. Dan moeten sommigen sneller terugkeren, wordt de ruimte kleiner en begint een probleem zichzelf te voeden. Die verklaring is een stuk minder spectaculair dan wijzen naar een medische staf of performanceafdeling. Maar misschien juist daarom veelzeggender.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

De ziekenboeg van Feyenoord werd geen incident meer, maar een patroon
Bij Feyenoord voelde blessureleed de afgelopen twee seizoenen op een gegeven moment niet meer als pech per geval, maar als een constante toestand. De ene speler was nog niet terug of de volgende lag eruit. Dat verandert iets in een selectie. Niet alleen op het veld, maar ook in hoe je met herstel omgaat.
Trauner zei daar in VI iets opmerkelijks over. In zijn eerste jaren bij Feyenoord waren er volgens hem ook geblesseerden, maar veel minder tegelijk. Daardoor kregen spelers meer tijd. Dat is een simpele zin, maar er zit veel in. Want zodra meerdere spelers op dezelfde positie of in dezelfde linie wegvallen, wordt geduld ineens een luxe. Dan groeit automatisch de verleiding om iemand toch iets eerder te brengen. Niet roekeloos misschien, wel net iets minder ruim dan ideaal is en precies daar lijkt volgens Trauner iets mis te zijn gegaan.
Niet de medische staf, maar de opeenstapeling van problemen
Trauner zegt niet dat alles perfect is gegaan. Hij zegt vooral dat het te makkelijk is om dezelfde mensen eerst de hemel in te prijzen en later ineens af te branden. In de seizoenen waarin Feyenoord relatief weinig blessureleed kende, gold die staf nog als modern, vooruitstrevend en uitstekend georganiseerd. Nu de club wél met een volle ziekenboeg zat, is de reflex snel om precies daar de oorzaak te zoeken.
Trauner gelooft daar niet in. Volgens hem doen ze in principe nog steeds hetzelfde. Soms is een blessuregolf niet één grote fout, maar een reeks kleine verslechteringen die elkaar versterken. Iemand valt uit. Een ander moet meer spelen. Een derde komt iets sneller terug omdat de ploeg dun is. Dan krijgt het lichaam minder marge, en ineens zit je in een seizoen waarin bijna niets nog vanzelf herstelt.
Zijn eigen verhaal maakt die uitleg geloofwaardig
Juist omdat Trauner zelf er zo lang uit lag, krijgt zijn analyse gewicht. Hij sprak open over de zwaarste fase van zijn revalidatie. September en oktober vorig jaar leverden nauwelijks vooruitgang op. Veel pijn, weinig perspectief. Geen licht aan het einde van de tunnel, zoals hij het zelf zei. Dat is het soort blessure waarin je niet meer met een simpel schema werkt, maar met geloof, geduld en kleine stapjes.
Van Persie zag tijdens die maanden een speler die weinig emotie toonde en vooral bleef werken. Dat past bij Trauner. Nuchter, gesloten, geen man van grote gebaren. Misschien maakt juist dat hem geloofwaardig als hij zegt dat Feyenoord niet in paniek naar één schuldige moet zoeken.
De rentree van Trauner laat ook zien wat Feyenoord heeft gemist
Daarmee raakt dit verhaal aan iets anders. Feyenoord miste niet alleen een centrumverdediger, maar ook een soort organisator. Zodra Trauner terug was, viel meteen weer op hoeveel rust hij in het spel brengt. Niet met spektakel, wel met timing. Positie kiezen, doorschuiven, een bal strak tussen de linies spelen, het team even rechtzetten zonder theater ervan te maken.
Dat zegt ook iets over blessureleed. Niet elke afwezige speler kost je alleen minuten of kwaliteit. Sommige blessures trekken de structuur uit een elftal. Trauner is zo’n speler. Als hij eruit ligt, mis je meer dan een naam op het wedstrijdformulier. Je mist een soort interne orde. Als je van dat soort spelers er meerdere tegelijk verliest, wordt het effect vanzelf groter dan de optelsom van losse blessures.
Feyenoord moet dus verder kijken dan alleen de schuldvraag
Dat is waarschijnlijk de belangrijkste les in Trauners woorden. Blessures zijn in topvoetbal nooit helemaal te voorkomen. Maar zodra een club in een patroon terechtkomt waarin de afwezigheden elkaar beginnen op te stapelen, moet de analyse dieper gaan dan: wie heeft dit fout gedaan? Trauner zegt eigenlijk: kijk naar het mechanisme. Niet alleen naar de poppetjes. Dat is een volwassen manier om naar een pijnlijk probleem te kijken. Ook omdat het ongemakkelijk is. Want als hij gelijk heeft, dan is de blessuregolf bij Feyenoord niet ontstaan door één verkeerde knop, maar door een situatie die zichzelf langzaam steeds verder vastdraaide.
De eerlijkste conclusie is misschien ook de hardste
Feyenoord heeft de afgelopen twee seizoenen te veel blessures gehad om nog van toeval alleen te spreken. Maar Trauner laat zien dat de verklaring daarvoor niet per se spectaculair hoeft te zijn. Soms begint het met een paar pechgevallen en eindigt het in een seizoen waarin de marge overal verdwijnt. Dat is misschien wel zijn pijnlijkste punt. Niet dat Feyenoord één grote fout maakte. Maar dat het op een gegeven moment in een situatie belandde waarin de eerste klappen de volgende bijna vanzelf uitlokten.
Te Kloese vertrekt nu Feyenoord er financieel veel sterker voorstaat



